Januari-telling 2012 in Zutphen
Op
1 januari 2012 gaan we weer van start met de jaarlijkse
januaritelling. Zo mogelijk wordt het
hele werkgebied deze maand geteld op alle aanwezige wintervogels. Het
is alweer de zevende keer dat deze telling wordt uitgevoerd. Alleen in
2006 en 2010 is het gelukt om het gehele gebied te tellen. Dat
is in de vier andere jaren net niet gelukt. Hoewel ieder jaar opnieuw, zij
er altijd weer de nodige verrassingen wat
betreft aantallen, soorten en verspreiding. Daarover
binnenkort meer en er zijn al wat berichtjes verschenen op:
http://groups.yahoo.com/group/zutphen_vogelnet/
Sinds 2006 wordt in het werkgebied
van de Vogelwerkgroep een telling gehouden van de wintervogels. Welke vogelsoorten
verblijven in de winter in onze omgeving? Waar zitten ze en hoeveel zijn
het er eigenlijk? Om daar achter te komen proberen we in de maand januari
het hele werkgebied op alle vogels te tellen.
De winter is een periode van het jaar waarin relatief veel vogels redelijk "honkvast" zijn. Januari ligt tussen de na- &
voorjaarstrek in en als plotseling invallende kou uitblijft, blijven de
vogels in hun winterbiotoop. Wanneer we een wintertelling in één weekend
zou houden zijn we erg afhankelijk van de grillen van het weer. Een weekend
met regen en mist kan een telling doen mislukken. Een telperiode van vier
weken maakt dat uitgeweken kan worden naar de dagen met redelijk tot goed
weer en met een handvol tellers kun je zo toch nog op meerdere dagen, al
fietsend en lopend heel wat (vierkante) kilometers afwerken.
Voor deze telling is het hele werkgebied van 192 km2 verdeeld
in zeven grote deelgebieden en deze zijn weer onderverdeeld in telgebieden
met oppervlakten variërend tussen de 97 ha (ZU4) en 838 ha (GE4).
In totaal gaat het om 49 telgebieden. Ieder telgebied is duidelijk begrensd
en gecodeerd om het uitwerken te vergemakkelijken. De verdeling en codering
van telgebieden is hieronder vinden.
Wat en hoe gaat het in z'n werk:
Om mee te doen kun je op de website één of meerdere telgebieden
uitzoeken welke je wilt gaan tellen. Stuur mij een mail ( m.klemann@chello.nl
) zodat ik kaartmateriaal kan terugmailen. Zelf even uitprinten en als
dat niet gaat stuur ik het per post op.
Richtlijnen:
-
De hele maand januari kan er geteld worden.
-
Tel alle vogels die je ziet of hoort maar:
-
Tel alléén vogels ter plaatse en geen overtrekkende vogels,
dus wel een jagende Sperwer, groepje cirkelende Kieviten, lijsters die
van het ene naar het andere bosje vliegen; maar geen slierten ganzen of
wolkjes overvliegende meeuwen.
-
Noteer géén slaaptrek van meeuwen, Spreeuwen, kraaien, ganzen
of strak overvliegende trekvogels.
-
Werk systematisch, per dag, eerst een heel telgebied af voordat je met
het volgende telgebied begint.
-
Concentreer je op de open gebieden water en bosranden; ga dus niet proberen
de laatste Roodborst in je telgebied te scoren, dat kost teveel tijd;
-
Een richtlijn voor de tijdsbesteding is ongeveer drie kwartier tot een
uur per 100 hectare. 30 minuten voor 100 ha is echt te weinig. Beter één
gebied in één keer (één dag) goed geteld dan
twee gebieden maar half of één gebied in meerdere dagen.
Wat noteren op de kaart:
-
Geef duidelijk op de kaart de afgelegde telroute weer (intekenen van de
route)
-
Geef per soort aan hoeveel je ervan geteld hebt (dus geen schatting van
hoeveel er zouden kunnen zitten).
-
Noteer de teldatum en begin- & eindtijd per gebied.
-
Intekenen op de kaart: van een beperkt aantal soorten moet de plaats waar
de vogels zich bevinden ingetekend worden. Geef met een stip en een volgnummer
op de kaart aan waar de vogel(s) en het aantal zich bevinden.
-
De soorten welke op de kaart ingetekend moeten worden zijn:
-
Roofvogels (en uilen)
-
Ganzen (ook de Nijlgans en Bergeend) en zwanen
-
Reigers en Aalscholver
-
Fuutachtigen
-
Steltlopers (dus ook Kievit)
-
IJsvogel en Grote Gele Kwikstaart
-
Groene-, Zwarte- & Kleine Bonte Specht
-
Fazanten en Patrijzen
-
Rariteiten (Waterpieper, Grote Zaagbek, Klapekster etc.)
-
Waarnemingen van Eekhoorns en andere “zeldzame” zoogdieren (Das, Vos, Marterachtigen
e.d.)
Op zoek naar de roze olifant
|
Tip
Het is onmogelijk om in een telgebied alle aanwezige vogels te vinden.
Wanneer je niet weet of je een telgebied nou wel of niet voldoende
onderzocht hebt moet je je voorstellen dat ergens in jouw telgebied een
roze olifant verstopt zit. Wanneer je nergens op de kaart een plek zou
kunnen aanwijzen waar deze olifant verstopt zou kunnen zijn, heb je goed
geteld.
|
Download hier handleiding
met het formulier (=tweezijdig) om de telling op te noteren
Samenvatting:
Voor de telling
-
Lees voordat je op stap gaat de handleiding door zodat je weet wat de bedoeling
is en neem kaartmateriaal mee
Tijdens de telling
-
Zorg dat je het hele gebied goed hebt bekekenen sla geen grote oppervlakten
over (zoek de roze olifant)
-
Tel lopend en/of op de fiets want vanuit een auto hoor en zie je niks
-
Tel het gebied in één dag en schrijf de begintijd én
de eindtijd op het formulier
-
Neem er de tijd voor om het gebied goed te tellen (45 tot 60 minuten per 100 ha)
-
Gebruik àlle toegankelijke wegen
-
Maak insteken in het gebied om onoverzichtelijke stukken goed te kunnen
bekijken / tellen
Eind van de telling
-
Controleer of de teldatum en teltijden genoteerd zijn en of de lijst met soorten/aantallen volledig is
-
Controleer of àlle intekensoorten ook werkelijk op
de kaart staan met aantal per lokatie.
-
Controleer of de aantallen op de kaart overeenkomen met de aantallen op de kaart.
- Controleer of de route waar je geweest bent óók op de kaart staat.
Succes en veel plezier
m.klemann@chello.nl |
Overzicht telgebieden 2012
Geel: gebieden waar al een telller voor is
Groen: Is reeds geteld Blauwe Lijnen: Afgelegde telroute
Rode Stippen: Intekensoorten
Figuur 1: Verdeling werkgebied in een zevental deelgebieden
|