Gastenboek "Zwartboek Natuur in Zutphen 2009"
 
 

Zwartboek Natuur in Zutphen 2009

Een kort en anekdotisch overzicht van natuurvernieling
binnen het werkgebied van de VWG Zutphen
in de eerste helft van 2009
 .
 Michel Klemann

intro

Hoewel er op 1 juli 2009 een vriendelijke man de Revelhorst aan het vernielen was, deed het hem helemaal niets dat de natuur verhakseld werd. "ik maai alles wat ik zie" was zijn opmerking. De sloop van alle bermen en braakliggende terreinen daar, werden net als in 2008 en daarvoor, betaald door de Gemeente Zutphen. Overal waar zo gemaaid is, zijn echt ALLE planten, zoogdieren, vogels, vlinders en andere insekten vermalen. Het interesseert de Gemeente Zutphen ook echt helemaal niks. De natuur komt altijd op de laatste plaats en wordt zoveel als maar mogelijk verwijderd. Alle inspanning van het afgelopen jaar om daar verbetering te krijgen krijgen zijn zinloos gebleken. Hoe hopeloos is het om daarover nog een gesprek aan te gaan met de Gemeente of met de afdeling "groenvoorziening".


Download hier dit Zwartboek Natuur in Zutphen in pdf 4,2 mB
Lees ook “Uitgangspunten en voorstellen van de Vogelwerkgroep Zutphen

Inleiding

In het omgaan met natuur gaat veel verkeerd waardoor de problemen erg groot zijn geworden.  Overheidsinstanties, Gemeenten, Waterschappen, Provincies en andere terreinbeherende instanties vertonen al jaren een groot gebrek aan daadkracht en verantwoordelijkheidsgevoel wanneer het om natuurbehoud gaat. Ze zijn de afgelopen decennia echter wel zeer effectief gebleken in het verwijderen van natuur. Om dat doel te bereiken worden alle beschikbare middelen ingezet, wordt de flora en faunawet aan de kant geschoven en lijken ze de beschikking te hebben over een onbeperkt budget. Verder is iedere controle over datgene wat ze stukmaken monddood gemaakt; er is vrijwel geen controle en tot rechtszaken of veroordelingen komt het zelden tot nooit en anders wordt er wel een ontheffing geregeld bij LNV. Inspraak wordt niet geduld en voorstellen of alternatieven worden zonder enige aandacht aan de kant gegooid.

Dit alles is mogelijk omdat ze hierin de rijksoverheid, de wetgever en de handhavers van de wet aan hun zijde vinden en beschikken over veel meer middelen. De kans dat een aanklacht over vandalisme werkelijk een zaak wordt is klein; de kans op veroordeling nog kleiner en de kans dat een veroordeling hun portemonnee raakt is niet eens aanwezig want zelfs een eventuele opgelegde boete aan een overheidsinstantie zal moeten worden opgebracht door de gemeenschap. De kans dat er, zelfs na een veroordeling iets veranderd, is nog kleiner dan nul. Vanwege de langdurige, tijdrovende en stroperige bureaucratie welke ontstaat wanneer je een klacht indient tegen bijvoorbeeld een overheidsinstantie is dat eigenlijk geen optie meer. Wat overblijft in een land als Nederland, is het gebruik maken van de vrijheid van meningsuiting. Daarvan maak ik in dit geval graag gebruik. Verder blijf je met lege handen staan in een uitgekleed landschap.

Misschien bent u het met bovenstaande stellingen niet eens en speelt de opmerking door het hoofd dat het wel allemaal erg negatief benaderd wordt. Wanneer dat het geval is heeft u waarschijnlijk geen idee hoe dramatisch het gesteld is met de natuur in uw eigen woonomgeving, is uw kennis daarover heel beperkt en bent u zich misschien ook niet bewust van de wurggreep door LNV en andere overheden waarin de natuur zich momenteel bevindt.

Om terug te gaan naar het begin. De natuur in onze leefomgeving is zwaar aangetast en wordt steeds verder uitgehold. Er resteert nog maar weinig in de woonomgeving van mensen en de restanten vertonen steeds minder samenhang. Nog maar weinig mensen komen ermee in aanraking. Het gros weet daardoor niet eens meer waar het over gaat en de angst voor natuur wordt met het jaar groter. Vraag uzelf eens af; hoeveel weet u nou nog van de planten en dieren in uw eigen omgeving? Probeer onderstaande vragen eens voor uzelf te beantwoorden en vraag uzelf eens af hoe het komt dat u de meeste vragen niet kunt beantwoorden. Ligt dat aan u, ligt dat aan de vragen of ligt dat eraan dat het er allemaal niet meer is? Mijn antwoorden op onderstaande vragen zijn terug te vinden in bijlage 1.

De vragen:

  • Wanneer heeft u voor het laatst een zingende veldleeuwerik gehoord?
  • Wanneer heeft u voor het laatst een wezel of hermelijn gezien?
  • Noem tien soorten inheemse zoetwatervissen uit uw eigen omgeving.
  • Wijs een wateroever aan waar niet mechanisch gemaaid of gebaggerd is in de laatste vijf jaar.
  • Wijs de dichtstbijzijnde locatie aan waar een egel ongestoord kan overwinteren.
  • Wat is de dichtstbijzijnde voortplantingslocatie van gewone padden rondom uw eigen huis. Hoe is het beheer van die plek; is er genoeg voedsel, kunnen de padden daar overwinteren, zijn er overlevingsmogelijkheden voor de 8 mm grote jonge padjes wanneer ze in juni uit het water kruipen?
  • Wijs een boomloze locatie aan van slechts 100 vierkante meter waar minimaal al vijf jaar niet is gemaaid en waar ook geen auto’s, crossbrommers of trekkers hebben rond gereden.
  • Wijs de dichtstbijzijnde dode boom aan die daar al meer dan 5 jaar in dode vorm staat.
  • Wat is de functie van een afgeschoten roek aan een touwtje boven een akker of een kuilhoop?


Wanneer ik hier een aantal problemen benoem, zoals eerder ook is gebeurd in het * Groenbeleidsplan VWG, dan is dat misschien voor mensen met wat minder kennis op het gebied van natuur allemaal wat te abstract. Om ook deze groep meer inzicht te geven in de effecten van terrein- en groenbeheer op de flora en fauna, heb ik in bijlage 2 enkele praktische opdrachten opgeschreven. Misschien ontstaat door het uitvoeren daarvan meer duidelijkheid en inzicht in de problematiek.

* Betreft rapport “Uitgangspunten en voorstellen van de Vogelwerkgroep Zutphen als inbreng voor een nieuw groenbeleidsplan in de Gemeente Zutphen” zie daarvoor www.vwg-zutphen.nl


Situatie Zutphen 2008 – 2009

Begin juli 2008 zorgde een mail over natuurvandalisme in Zutphen voor ophef in de media en gemeentelijke politiek. Mede naar aanleiding van die ophef heeft de Gemeente Zutphen eind 2008 het plan opgevat een nieuw groenbeleidsplan op te stellen. Het oude herziene groenbeleidsplan bleek immers ook al jaren verlopen te zijn. Om voor een nieuw groenbeleidsplan draagvlak onder de bevolking te krijgen is er de Klankbordgroep Groenbeleidsplan 2010 ingesteld.

Tijdens de eerste vergadering op 17 december 2008 werd het duidelijk dat het moeilijk zou worden om in één vergadering de zienswijze van de Vogelwerkgroep over te brengen. Het heeft meer tijd en uitleg nodig. Dat bleek ook vorige jaar toen begin juli de ophef begon. Ondanks alle berichten op het internet, radio- en TV-Gelderland en in kranten, verscheen in de Stentor van 28 juli 2008 een bericht waarin het college van B & W te Zutphen bij monde van Wethouder Geerken ontkende dat door dat beleid de natuur in de bermen 'op grove wijze' werd vernield. Hierdoor kreeg ik het idee wij de problemen, ondanks de aandacht die er voor is geweest, niet duidelijk of onvoldoende over kunnen brengen. Een oplossing zou kunnen zijn om mensen een aantal keren mee te nemen het veld in, of de problematiek eens wat uitgebreider op papier te zetten. Dat laatste is dus gebeurd middels een rapportage. De hoop was dat dit rapport een inspiratiebron zou zijn voor het nieuwe groenbeleidsplan in Zutphen, maar misschien ook in andere gemeenten of bij andere terreinbeherende organisaties. 

Het stuk is op papier en digitaal op grotere schaal verspreid en werd zeer goed ontvangen door heel veel mensen die reageerden. Van de officiële instanties kwam, op een enkele standaard-bedankmail na, geen enkele reactie. Later, tijdens mijn inspreken op de gemeenteraadsvergadering over het maaibeheer op 26 januari, bleek bijna niemand van de fracties die over het groenbeleid besluiten nemen het stuk te kennen, laat staan gelezen te hebben. Een positieve uitzondering daarop was de Stadspartij en Wethouder van Oosten die het stuk wel hadden gelezen en daar beide ook positief over waren. Het werd nogal dramatisch toen er tijdens een voordracht over het maaibeleid niet werd ingegaan op de natuurproblematiek, maar er slechts uitleg werd gegeven over de verschillende types van gazons binnen de gemeente. Welke gazons er vier, acht of zestien keer per jaar gemaaid werden en waarom. Tijdens de vergadering werd nog de opmerking gemaakt dat natuur niet in de stad thuis zou horen. Het schrijnende gebrek aan kennis en inzicht werd daarmee wel heel mooi verwoord. Uiteindelijk werd de professionaliteit van stadsbeheer niet in twijfel getrokken en er ontstond geen discussie. 

In diezelfde periode waren er ook problemen tussen de gemeente en de bomenstichting Zutphen. De bomenstichting was het niet eens met het gemeentelijke besluit een groot aantal bomen te kappen. In de krant verscheen een bericht dat er naar aanleiding van deze onenigheid voor de fracties een bomenexcursie gehouden zou worden. Tot mijn verbazing bleek de bomenexcursie niet georganiseerd door de bomenstichting, maar door stadsbeheer zelf. En de verschillende fracties? Die waren grosso modo ook héél tevreden over het bomenbeleid van stadsbeheer.
 
 

U hebt gezocht op het woord: vandalisme.
RESULTAAT
van·da·lis·me het; o het aanrichten van vernielingen; barbaarse vernielzucht

Zoeken naar het woord vandalisme in de Van Dale op internet leverde bovenstaande definitie op. In dat kader kunnen we degelijk spreken van een al jaren voortdurende vorm van vandalisme op het gebied van natuur. Onwetendheid is voor terreinbeherende instanties een heel zwak excuus, maar na het schrijven van het Groenbeleidsplan VWG is de bewering “dat wisten we niet……” door de gemeente nu geen excuus meer. We zijn nu een half jaar verder en nog steeds wordt overal om ons heen onverminderd ingezet op het vernietigen van natuur betaald met gemeenschapsgelden.


Hoe zit dat dan?

Nederland telt 12 provincies en evenzoveel Provinciale Landschappen, 441 gemeenten en 27 waterschappen. We hebben een Rijkswaterstaat, een Ministerie van LNV en we hebben zo’n 80.000 agrarische bedrijven. We hebben verschillende terreinbeherende instanties waarvan Natuurmonumenten (NM) en Staatsbosbeheer (SBB) de grootste zijn en 100-den loonbedrijven en bedrijven in de “groenvoorziening”. Duizenden mensen in het buitengebied en in de stedelijke gebieden zijn continu bezig met het verwijderen van natuur. Dag in, dag uit, en dat gaat al járen zo. Slecht een enkele keer gebeurd er op kleine schaal iets positiefs. Om de grote destructie buiten het voetlicht te houden worden deze kleine succesje breed uitgemeten in de pers, op internet, in tijdschriften en vervolgens bekroond met prijzen terwijl de vernietiging van natuur in Nederland onverminderd voortduurt.
Op jaarbasis worden door terreinbeherende instanties 100-den miljoenen euro’s uit gegeven aan natuurdestructie. Iets waar ze zichzelf voor een deel helemaal niet bewust van zijn, maar dat wel behoren te zijn. Zij hebben die verantwoordelijkheid naar zich toe getrokken, maar bij de uitvoering daarvan wordt tot en met vandaag, al decennia achtereen, veel te weinig tot geen enkele rekening gehouden met natuur. Ze zouden meer onderzoek moeten doen naar effecten van hun beleid en alternatieven moeten zoeken voor de nu nog verwoestende onderhoudsmaatregelen en landbouwmachines. Maar dat gebeurt zelden of nooit.

Een enkele keer zijn het burgers die lokaal tegen dit natuurvandalisme in verweer komen. Als gevolg daarvan belanden deze mensen al snel in de stroperige bureaucratische besluitvorming van klankbordgroepen en vergadercircuits. Deze vorm van inspraak vraagt enorm veel van de betreffende personen wat betreft tijd, geld, informatie inwinnen, stukken doorlezen, stukken schrijven, lobbyen, lezingen in elkaar draaien, creëren van draagkracht, standpunten duidelijk maken, voorbereiden, lezingen geven, vergaderen. Te veel. Regelmatig komt het daarbij ook tot rechtszaken en met een kleine achterban, de langdurigheid van de strijd die je moet voeren, de investering in tijd, geld en kennis, maken het allemaal vrijwel ondoenlijk om dat vol te houden. De kans dat je een rechtszaak wint is klein. De kans dat er daarna dingen veranderen wanneer je wel gewonnen hebt nog kleiner. Het heeft geen enkele zin meer om iedere sloopactie aan te vechten. Daarvoor is het een gevecht op teveel fronten geworden welke uiteindelijk nooit gewonnen kan worden. De natuur is de grote verliezer en uiteindelijk dus ook de mens.

Je zou meer verwachten van natuurbeschermingsorganisaties als NM en SBB maar met landbouwers in de top van beide organisaties worden daar steeds meer de belangen van landbouw behartigd. De negatieve gevolgen daarvan zijn merkbaar in b.v. de openstelling en daardoor aftakeling van terreinen, de actieve beleidsondersteuning en hulp bij de uitvoering van het vangen en vergassen van ganzen, de passieve houding t.a.v. de aftakeling van natuur in en aan de randen van hun gebieden, de toename van jacht in de terreinen, het verplaatsen van geld voor natuurbescherming naar agrariërs. NM en SBB zijn door het Ministerie vleugellam gemaakt en bieden geen tegenwicht meer aan de destructie van de agrarische industrie.
Wat dat betreft kunnen LNV en de agrarische industrie zich op de borst kloppen. Ze hebben gewonnen en misbruiken die winsituatie. Ongestoord door wat dan ook gaan ze hun gang in het zoveel mogelijk verwijderen van natuur. Zoals al eerder aangegeven, zijn ze daarin de afgelopen decennia heel effectief gebleken. Daarom dus dit zwartboek. Een zwartboek 2009 om iedereen die het weten wil, te laten zien waar de belangrijkste oorzaak ligt van die natuurarme omgeving waarin wij leven. 

In dit zwartboek beperk ik me heel sterk. Het gaat om de grove aangetroffen gebeurtenissen welke ikzelf de afgelopen paar maanden toevallig heb waargenomen in de nabije omgeving van Zutphen. Er is geen enkele moeite gedaan om een volledig overzicht te krijgen en er zijn geen oproepen geweest om vernielingen aan te melden. De gevolgen van de ingrepen zijn vaak in een paar uur klaar maar hebben decennia lang negatieve invloed op natuur en leefomgeving.


Voorbeelden uitgelicht aan de hand van fotomateriaal in willekeurige volgorde en belangrijkheid.

Hier het eerste voorbeeld van natuurdestructie welke heeft plaatsgevonden in januari 2009. In het Groenbeleidsplan VWG, staat in H 2.4.2 een voorstel hoe om te gaan met de Vierakkersche Laak welke rond de Bronsbergenmeren stroomt. Op dat voorstel is nooit iemand ingegaan en in plaats daarvan is één van de weinige moerassige hoekjes van de Vierakkersche Laak volledig gemold. De natuurlijke opslag van elzen is grotendeels weggezaagd. De dikste en de scheve bomen zijn weg, de onderste takken zijn er allemaal afgezaagd, tussen iedere boom is nu een ruimte gecreëerd en het hele stuk is ongeschikt gemaakt voor IJsvogels om er te vissen; voor vissen die er schaduw konden vinden; voor meerkoeten en eenden om er veilig te broeden, voor libellen om eieren af te zetten etcetera. Je mag van plannenmakers en uitvoerders van “groenvoorziening” verwachten dat ze weten wat ze doen, zoals je van een bouwbedrijf mag verwachten dat je huis niet in zal storten nadat het is opgeleverd. Dit terrein is duidelijk ingestort.


Nadat ik zag dat de moerasoever met elzen bij Bronsbergen gesloopt was, bleek de volgende dag al dat ze nu bezig waren de bomen en struwelen in en rondom kinderboerderij De Schouw. Hier het begin van de grote sloop van bomen en struwelen. Een groot deel van het gebied ongeschikt makend voor van alles wat er had kunnen broeden. Mocht hier een egel, muizen of vlinders hebben overwinterd dan zijn die er absoluut allemaal aan gegaan. Bij de uitvoering is geen enkele aandacht geweest voor natuurwaarden. Het kapot rijden van bodem, vegetatie en dierenleven is hier op geen enkele wijze te verantwoorden.


In januari kon iedereen plotseling schaatsen. Door de grote drukte op De Vijver kwamen de aalscholvers in de problemen. Op het eiland is namelijk een slaapplaats van aalscholvers aanwezig maar die konden daar niet terecht vanwege de drukte op het ijs. Ze kozen nu voor de populieren iets verderop. Dat was geen probleem. Zo kon mens en dier genieten van de Vijver. De sloop van de bomen die op de foto staan gaat nog van start. Een kapvergunning van deze populieren welke in tijden van vorst een uitwijk kunnen bieden aan de aalscholvers, gaat ondanks de vele protesten binnenkort gewoon door. Iedereen moet daar aan mee betalen. Protesteren helpt niet, handtekeningenactie van een maatschappelijke organisatie als de bomenstichting Zutphen helpt niet, gesprekken met de gemeente helpt niet, inspreken helpt niet. De gemeente wil die bomen weg en dan gaan ze weg! Ieder alternatief of vorm van tegenspraak wordt niet geduld en weg gewuifd. Het behoud van bomen voor natuurwaarde is op geen enkele manier aan de orde geweest. Tegenspraak wordt niet geduld. Geniet er nog van zolang het nog kan zou ik zeggen.


Langs het Twentekanaal liggen aan de voet van de dijk, tussen de IJssel en de sluizen van Eefde grote stenen in plaats van een verticale stalen damwandoever zoals dat verderop langs het kanaal het geval is. Hier heeft zich jarenlang een lage struweelvegetatie kunnen ontwikkelen en er stonden enkele lage wilgjes welke veelvuldig gebruikt werden om vanuit te vissen door de broedende ijsvogels van Huize Den Dam. Vooral omdat hier vanwege de grote stenen nooit gemaaid werd, was dit een relatief natuurrijke strook geworden. In het struweel broedde allerlei struweel- en watervogels, er waren veel insecten en er was een rijke vegetatie. Dit voorjaar is alles weggehaald (foto 1) en er broedde vrijwel niets meer.Foto 2: Half juni is de strook naast de stenen en de gehele dijk ernaast gesloopt. Alles is kapot gemaaid van voor naar achteren. Ter hoogte van de Mars, liepen vlak daarvoor nog duizenden en duizenden jonge padden. Na de sloop kon ik er niet één meer van terugvinden. De hele vegetatie van kruisdistels verhakseld, enzovoort. Het gaat om een strook van meer dan 3 kilometer lengte met een totaaloppervlak van 4,5 hectare. Hier had een rijke natuur kunnen zijn. Nu is het er één desolate ellende. Alle dieren zijn dood, alle planten zijn weg en je hoort geen vogel of sprinkhaan meer zingen. Daar is ook geen enkele reden meer voor.



In het Groenbeleidplan VWG (H 2.1.2.) wordt uitgelegd en een voorbeeld gegeven hoe je met braakliggende terreintjes zoals langs het spoor bij de Mars zou kunnen omgaan. Daar is niets mee gebeurd. In de afgelopen maanden zijn daar nu massaal aanhangers met afval en bouwpuin leeggestort. Daarnaast wordt er nu veelvuldig gecrost met brommers. Het hele terrein is door nalatigheid van de Gemeente en/of de eigenaar wie dat dan ook wezen mag, in korte tijd omgetoverd in een ravage. Van de rijke vegetatie en de rijke insectenfauna is niets meer over en eens zal de bende weer opgeruimd moeten worden en nu mag u raden wie dat gaat betalen. Die nalatigheid heeft dus handen vol geld en heel veel natuur gekost.


Op de Hoek Berkel – Warkensche Laak staat een eikenbosje. Dit voorjaar is de hele ondergroei van bosje stuk vernield en alle wilgen langs de waterkant zijn tot op de grond afgezaagd. Het hout is verhakseld en als oud vuil teruggestort. Hier hebben de afgelopen jaren ijsvogels gebroed. De nestplaats is niet meer beschut, de visplekken zijn afgezaagd en verhakseld en de vissen kunnen er niet meer in de schaduw zitten. Dus geen ijsvogels meer hier in 2009.  Nog afgezien van alle andere diersoorten die hier geen leefomgeving meer hebben. Daarnaast ziet het ook helemaal niet uit; een gemeenteplantsoen in het buitengebied.



Waar bedrijventerrein De Mars grenst aan de IJsseldijk ligt al heel erg lang een berg grond welke is afgedekt met superdik plastic. Dat houdt in dat er geen regenwater door mag dringen en dat gebeurt alleen als die grond wel héél erg vervuild is. Nou ja, die bult ligt daar al jaaaaren en blijkbaar weet niemand dat meer dus die gifberg ligt er nog wel even. Over die bult is een heel mooi braamstruweel ontstaan waar jaarlijks putters, bosrietzangers en grasmussen in broeden. Dit jaar is het hele struweel aan de voet van de dijk gesloopt en afgevoerd. Dat hadden ze beter met die gifgrond kunnen doen in plaats van die oude braamstruwelen.



Volwassen roeken gaan niet zomaar dood en al helemaal niet in het voorjaar als er genoeg eten is. Deze roek lag dood in de uiterwaarden van De Mars. Terwijl er in de binnenstad 10.000-den euro’s werden uitgegeven om de roeken de stad uit te pesten, stond er in de roekenkolonie Geldershoofd, aan de overkant van de IJssel, een knalapparaat om de roeken van daar naar de binnenstad te verjagen. Dat laatste lijkt aardig gelukt te zijn. Nog een beetje illegale afschot erbij en de resultaten hiervan vinden we terug in een fors afnemende populatie roeken in heel Gelderland. Dit is geen uniek voorbeeld maar dit is in enkele jaren tijd de gangbare omgangsvorm geworden in heel Nederland.



In de Marshaven zijn ze dit voorjaar klaargekomen met het afwerken van deze oever. De slikkige oeverzone was voorheen erg geschikt voor steltlopers om te foerageren, het was tevens broedlocatie van ijsvogel en oeverzwaluwen, er stonden wilgen langs de kant en bij elkaar was het een rijke strook natuur langs een beschutte oever van de IJssel. Het is nu allemaal weg voor de komende decennia. En mocht u dat misschien denken, er was geen enkele compensatie voor deze vernieling.



Foto 1 en 2 is de situatie voor en na het slopen van de vegetatie in het plantsoen bij het fietsbruggetje aan de rand van Het Zwanevlot. Midden in het broedseizoen is dit allemaal gewoon kapot gemaakt. En niet alleen daar. Foto 3 en 4 is voor en na het maaien een paar honderd meter verder. Ik heb nog een paar plantsoenen bekeken en gezocht naar een niet gemaaide pol. Je zou verwachten dat wanneer er een vogelnest met jonkies is, dat ze die zouden sparen, dat wanneer er b.v. rupsen zijn van dagvlinders als de kleine vos, dat ze die misschien ook zouden sparen. Maar helemaal nergens was ook maar één spoor van zorg voor natuur te bespeuren. Met de oorbeschermers en bril op en de bosmaaier voluit zijn ze dagen aan het maaien geweest. Wanneer een vogel zou gaan alarmeren omdat zo iemand een nest kapot staat te trappen kan die dat door de oordoppen en de herrie die die zelf maakt, nooit horen. Vogels die in de struiken broeden maken ook geen enkele kans meer hun broedsels groot te krijgen. Met de nu onbeschermde nesten moeten ze voedsel voor de pullen zien te vinden in deze gehakt van planten en insecten. Voor alle zomergasten die in zo’n plantsoen broeden en maar één of hooguit twee keer per jaar een broedpoging wagen, is dit de oorzaak van wéér zo’n een mislukt broedseizoen. Dit gebeurt al jaren in heel Zutphen, heel Gelderland en in zo’n beetje de hele rest van Nederland. Duizenden hectares plantsoen worden jaarlijks van alle planten, insecten, slakken, vogels en zoogdieren ontdaan. 



Tot mijn stomme verbazing trof ik op 30 januari een kaalslag aan op Hackfort. Wat het Gelders Landschap een paar jaar geleden al heeft gedaan op Landgoed De Voorst, had nu op ook op Hackfort van Natuurmonumenten plaatsgevonden. Van tientallen, misschien wel van honderden dikke eiken, was alle klimop kapot gezaagd. (linkerfoto). In H 2.3.6 van het Groenbeleidsplan VWG geef ik uitgebreid het belang van de klimop aan voor natuurwaarden. Nu waren langs alle wegen van Hackfort de meer dan dertig jaar oude vegetaties, welke tot boven in de bomen groeiden, allemaal gesloopt. Klimop biedt belangrijke nestlocaties aan vogels als mezen, boomkruipers, duiven, vliegenvangers. Eekhoorns bouwen daarin hun nesten, insecten en muizen kunnen daarin overwinteren, vlinders en andere insecten kunnen zich daarin verstoppen en voortplanten, het is belangrijk voedsel voor reeën in de winter wanneer er sneeuw ligt, in het najaar is het een belangrijke plant voor doortrekkende lijsters om daar te slapen (dekking) en te foerageren (bessen) etcetera. Zoiets zou je niet meer hoeven te vertellen aan een natuurorganisatie als Natuurmonumenten! Hiermee is een heel belangrijke natuurwaarde van het gebied voor jaren en jaren teruggezet naar nul. Alle klimop weg van Hackfortse Laan, De Baakse Weg, De Eldersmaat, Hekkelerdijk (foto rechts juni 2009) …. Het duurt minimaal dertig jaar voordat dat weer is hersteld. 

Maar daarmee waren we er nog niet. Dikke eiken lagen omgezaagd, dikke holle beuken idem. De stronken van die beuken zijn later zelfs nog met een stronkenfrees verwijderd. “Dood hout doet leven” was toch enige jaren geleden de kreet van NM? Nabij de watermolen was het bos leeg geharkt, alle takjes verwijderd en er waren nieuwe kleine boompjes geplant met bij ieder boompje twee boompalen. Bomen mogen blijkbaar zelfs in natuurgebieden niet meer scheefgroeien.

Maar dat was helaas nog niet alles. Langs de beek, waar je nooit mocht komen omdat dat kwetsbaar zou zijn voor de natuur, waren over een grote lengte met zand wandelpaden aangelegd. Natuurbeheer in natuurgebieden door Natuurmonumenten anno 2009! Als er zo met natuur wordt omgesprongen is het niet gek dat de rode lijsten van alle soortgroepen steeds langer worden. U zult wel denken dat ik hier meer dan verbaasd over ben. Dat klopt.

Hackfort is een mooi voorbeeld van de gevolgen voor natuur wanneer recreatie voorrang krijgt boven natuurwaarden en wie weet we wat daar de komende maanden nog meer zullen meemaken want ze zijn immers nog niet klaar.
 


Links dikke halfholle omgezaagde eik, een van de vele en rechts met zandlichaam aangelegd nieuw wandelpad langs de Baakse Beek in Hackfort. 30 januari 2009
 


Links dikke omgezaagde holle beuk waarvan later de wortelstronk met de frees en al het hout zou worden verwijderd. Rechts de situatie bij de watermolen; een leeggeharkt bos met aangeplante kleine boompjes tussen boompalen in. Hackfort 30 januari 2009




In het Groenbeleidsplan VWG wordt in H 3.3 uitgelegd wat er allemaal verkeerd gaat in het beheer bij de sluizen van Eefde. Er wordt ook beschreven hoe je met een simpele ingreep kan voorkomen dat zoogdieren de Kapperalle oversteken en dood worden gereden. Niet veel later was het Waterschap bezig iedere oneffenheid in de oevers van het afleidingskanaal met grond op te vullen. Hoewel ze daar met grond aan het slepen waren, is er toen niets gebeurd om voor zoogdieren die veilige oversteek te creëren. Ik weet dat ze het rapport hebben gelezen en ze zijn met grond bezig geweest. Ze hadden dat toen mooi zonder veel extra kosten kunnen oplossen maar het is niet gebeurd. Blijkbaar zijn ze niet geïnteresseerd in het leven van zoogdieren.



Bij de ingang van de plas Bronsbergen heb je aan de andere kant van de parkeerplaats het gat van Roelofs. Dit voorjaar is een groot deel van de rietoever gesloopt, de wilgen zijn geknot en al het hout is versnipperd en daar gedumpt waardoor de vegetatie er voor lange tijd niet meer doorheen kan komen. Die gesloopte vegetatie zat echt niemand in de weg. Een vorm van zinloze vernieling van broedbiotoop. Hier vooraan op de foto zaten dit broedseizoen dan ook geen kleine karekieten meer.



Door de ontwatering voor de landbouw vallen bij een beetje droogte, zoals dit voorjaar het geval was, de sloten meteen droog. Kikkervisjes verdrogen dan met duizenden tegelijk en vormen uiteindelijk een zwarte koek op de droogvallende slootbodem zoals hier te zien is in een slootje ten noorden van het Almense Bos.



Vroeger waren er overal houtwallen om het vee binnen te houden. Die zijn allemaal opgestookt op de paasvuren en daarvoor in de plaats zijn hekken met prikkeldraad gekomen. Veel daarvan is ook alweer verdwenen en vervangen voor schrikdraad maar ook dat heeft zijn langste tijd gehad. De koeien gaan niet meer naar buiten dus de hekken gaan er ook steeds meer uit. Op deze foto is heel mooi nog te zien dat alleen precies onder het draadje nog een strookje van 10 cm breed pinksterbloemen groeien. Maar ook niet lang meer dus. Ze behoren tot de laatste in het agrarisch gebied.



In H 2.4.2 van het Groenbeleidsplan VWG wordt uitgelegd waarom er zo’n rijke natuur is in de Vijver te Zutphen. Kort na het uitkomen van dat rapport werd ter hoogte van het Graaf Ottobad het hele struweel dat hier stond radicaal vernield waarbij broedplaats van waterhoen en bosrietzangers en de visplek voor ijsvogels naar de knoppen gingWanneer je de voorgevel van de Hema op deze wijze zou bewerken dan wordt je opgepakt terwijl herstel daarvan in slechts een paar dagen geregeld zou kunnen zijn. Hier zijn de zichtbare negatieve effecten van het vandalisme op flora, fauna en waterkwaliteit nog jaren zichtbaar en er wordt niemand voor opgepakt.



Foto 1: Dit plaatje is genomen op de Bonte Koeweg nabij de Bronkhorsterwaarden. In de uitgestrekte en natuurlege akkers stond in één droge greppel nog één oude roos. De enige in de wijde omtrek en tevens het enige nog resterende struikje. Dit voorjaar is de roos omgezaagd en ze hebben hem gewoon laten liggen. Een kilometer verderop (foto 2), langs de Bakerwaardseweg stond nog één meidoorntje in de berm in een verder 100% uitgeteerd en platgespoten agrarisch landschap. Een gebied waar je ’s ochtends begin mei kunt gaan staan om de dode lente echt te ervaren. Op wat vliegtuigen en trekkers na, hoor je er dan bijna niets meer. Weidevogels en zangvogels, bloeiende planten en insecten zijn er vrijwel niet meer aanwezig. Maar zelfs dit meidoorntje in de wegberm was nog teveel en is dit voorjaar omgezaagd. Op de plek waar de meidoorn stond kwam later dit voorjaar nog wat fluitekruid op. Maar net toen dat in bloei kwam zijn de planten doodgespoten. Op foto 3 zie je het trieste resultaat van deze moderne agrarische industrie. Één grote leegte met maar één soort gras. Verder is er helemaal niks meer. Hectera na hectare ontdaan van alle natuurwaarden, landschap- en bodemstructuur. Dit type grasland behoort tot de meest natuurarme gebieden op aarde. Alleen in sommige woestijnen en op de Zuidpool zijn terreinen te vinden met zo weinig soorten planten en dieren, en natuurlijk in veel agrarische gebieden. De foto is genomen in een gebied met een van de rijkste bodems op aarde, rivierklei in de gematigde zones. Ze hebben het hier voor elkaar gekregen om met een chemokuur van herbiciden, insecticiden, fungiciden en kunstmest, door jacht, mollenklemmen, onnatuurlijke waterbeheersing, mestinjectie en mechanische bewerking van bodem en vegetatie, op lokaal niveau alles uit te roeien. Dit is geen landbouw, dit is chemische industrie. Van dit type grasland en akkers kan ik er rond Zutphen tientallen aanwijzen. Foto 4 is genomen vanaf de nieuwe brug en geeft een beeld van twee type grasland op dezelfde plek. Denk ervan wat je wilt.



Bij deze retentievijver op de Revelhorst heb ik vorige jaar juli nog met TV-Gelderland gestaan om opname te maken van de sloop die daar had plaatsgevonden in het broedseizoen. Kleine karekieten en meerkoeten waren hun nesten kwijt en de dodaars die daar toen broedde, was door het maaien ineens in de open lucht terecht gekomen in plaats van beschermd door een rietkraag. De oplossing voor dat “probleem” heeft het waterschap zo aangepakt dat er dit jaar alvast vooraf de wilgen zijn omgezaagd zodat er niet eens meer een dodaars kàn broeden. Dus wanneer je maar zorgt dat er niks is, kunnen ze er ook nooit wat van zeggen is de strategie van niet alleen het waterschap in Zutphen, maar ook van de 26 andere waterschappen in dit land. En wanneer u dit niet geloofd, moet u de websites van die waterschappen nalopen want daar staat vaak gewoon vermeld dat er op grote schaal midden in het broedseizoen wordt gemaaid. Het zijn vooraf aangekondigde misdrijven op het gebied van natuur en gebeurt niets, helemaal niets tegen dit soort praktijken. Maaien en zagen in deze retentievijvers is in het geheel niet nodig, dus ook de jaarlijkse financiële investering van de sloop is niet te begrijpen.En wat doet LNV; met de portefeuille “N” in de naam aan dit type van praktijken? Die verruimt de wetgeving of deelt ontheffingen uit om nog meer natuur te kunnen slopen en dat is ook precies de reden waarom de afdeling Natuur niet bij Landbouw en Voedselkwaliteit thuishoort. Wanneer je het Waterschap wijst op hun gedrag van natuurvernieling krijg je de melding dat dat niet het geval is want ze werken volgens de Gedragscode voor Waterschappen. Deze gedragscode is naar het publiek toe bedoeld om de schijn op te werpen dat ze weten wat ze doen en daarmee de natuur beschermen. In praktijk is het niets anders dan een vrijbrief om ongestoord en onbeperkt te kunnen doorgaan zonder rekening te hoeven houden met natuur en om klagers met een kluitje het resterende riet in te sturen.



Het beheer van de brede strook naast de N348 is gericht op het vergroten van de botanische waarden. Nu is daar een sluiproute ontstaan van auto’s die door de vegetatie naar de noordkant van het Bronsbergenmeer raggen. Over een lengte van 500 meter en een breedte van 10 meter is de hele vegetatie en bodem kapotgereden en worden met mooi weer dagelijks duizenden insecten doodgereden. Dit kapot gereden stuk heeft een oppervlak van een halve hectare welke een rijke natuur had kunnen opleveren maar dat niet meer doet. Ik weet niet wat 20 jaar investering in dit type onderhoud heeft gekost, maar een 20 jaar lang beheer van jaarlijks maaien en afvoeren is hier voor een halve hectare weggegooid geld geweest en Zutphen is een halve hectare natuur armer. Dit had met een slagboompje en een bordje kunnen worden voorkomen. 



Nog niet eens zo heel lang geleden was er aan de rand van Bronkhorst een grote roekenkolonie. Die is er niet meer. Niet toevallig. De Flora en Faunawet wordt in die regio met voeten getreden. Net ten oosten Bronkhorst is een groep jagers actief die zich daar niets van aantrekt. Ze schieten roeken (verboden) en hangen ze aan touwtjes boven de akkers (verboden), ze zetten fazanten uit (verboden) en de ze voeren deze exoot bij met emmers en emmers kippenvoer (verboden) in de Bakerwaard van SBB. Ze schieten daar ook veel houtduiven welke met behulp van plastic nepduiven naar beneden worden gelokt. Die lol wordt ze door LNV gegund. Dat schijnt te mogen volgens de wet en als ze de wet overtreden is toch niemand die er op let. Let wel, een overtreding van de flora en faunawet is dus een misdrijf.



Hier een akker vol met geschoten kraaien dit voorjaar langs de Berkel, net ten noorden van Warnsveld. Deze vogels hadden waarschijnlijk al jongen die nu gewoon verhongeren, maar dat maakt de daders niks uit. De zin van het ophangen van die dode beesten is terug te vinden in de laatste alinea van bijlage 1.



Ook hier weer zo’n jachthut aan de rand van Voorstonden. Overal in de regio wordt volop gejaagd. Niets wordt eraan gedaan om hier nu eens voorgoed een einde aan te maken, integendeel. De mogelijkheden voor jacht zijn de laatste jaren door LNV weer verder verruimt. De gemiddelde wandelaar mag niet eens met z’n fiets het bos in, niet van het pad af en ’s nachts ook al geen boswandeling maken. Maar met een jachtvergunning in de broekzak mag dat wel. Dan mag je ’s nachts met de auto door het bos ronken zoveel je wilt. Vogels afknallen en uiterwaarden onveilig maken. Laatst kwam ik nog een jager tegen welke tegen me begon te klagen over crossfietsers. Je moet het lef of het onbenul maar hebben.



Dat het niet normaal is dat er bijna nergens meer bloemen zijn te vinden in het agrarisch gebied is hier mooi te zien. Hier heeft de gifspuit even dienst geweigerd en dat levert meteen een mooie pol pinksterbloemen op. Alle agrarische gebieden in de regio Zutphen, wordt slechts op enkele percelen na, jaar in jaar uit platgespoten met verschillende soorten pesticiden. Hoewel ik het heel goed vind van de afdeling groenvoorziening dat er bijna geen gif gebruikt wordt tegen ongewenste plantengroei in de stad, is het ook wel vreemd wanneer natuur en het voedsel van mens en dier in het agrarische gebied met gif bewerkt wordt terwijl de planten op parkeerplaatsen in de stad op milieuvriendelijke wijze worden verwijderd. Ik krijg daar toch wel een raar gevoel bij op de een of andere manier.



Deze ravage was tot voor kort een heel mooi bosje langs het Twentekanaal ter hoogte van Huize Den Dam. De afgelopen winter is dit helemaal kapot gemaakt. Wie dit soort dingen bedenkt en doet, waarom en de manier waarop, is mij echt altijd een raadsel. Natuurlijk herstel van dit bosje duurt weer jaren.



In het Groenbeleidsplan VWG wordt in H2.2.7 uitgelegd hoe je veel goedkoper de greppels en sloten op De Mars zou kunnen onderhouden en hoe je op die manier een rijke natuur op het bedrijventerrein zou kunnen creëren. Maar ook dit voorjaar is opnieuw ingezet op het verwijderen, hakselen en platrijden van zoveel mogelijk natuur tegen hoge kosten en dat is aardig gelukt. Weer heel veel broedvogels zijn in het broedseizoen met nesten en al uit de greppels geveegd. Het zwerfafval blijft verder wel keurig liggen.



Op bedrijventerrein De Revelhorst liggen drie retentievijvers. Op de foto staat de vijver op de hoek Hekkehorst – Den Elterweg. In 2008 was de linkerkant nog begroeid met wilgen. Nu was alles gemaaid, alles omgezaagd en de poel lag afgeladen vol met rotzooi van de bouwplaats. Met de aanwezige natuurwaarden, was ook hier, geen enkele rekening gehouden. In 2008 broedden hier bijvoorbeeld nog twee paar kuifeenden, in 2009 nul komma nul. Wat wil je ook wanneer je een poel zo kapot maakt. Dit type van waardeloze gedrag kom je op grote schaal, overal binnen en buiten het werkgebied van de Vogelwerkgroep tegen. De natuur holt achteruit. De sloperij gaat vele malen sneller dan dat de natuur zich kan herstellen. In Nederland is er kennis, geld, mogelijkheden genoeg maar er is geen enkele interesse aanwezig om ook maar iets te doen om natuur te beschermen. Tenzij er een populair praatje op tv, krant of anderszins bij komt kijken. Dan wordt het ineens wel belangrijk gevonden maar dat heeft even net niets met natuurbehoud of met zorg voor je eigen leefomgeving te maken. Er wordt veel geklaagd over vandalisme door hangjongeren, maar over de vandalen die hun sporen voor jaren of zelfs decennia achterlaten hoor je maar bitter weinig. Jaren zal het duren voordat deze sloperij zich weer heeft hersteld en ondertussen worden in die komende jaren ongetwijfeld andere gebieden aangepakt en nog veel grondiger gesloopt dan deze poel. 



Langs de Schouwlaak stond dit kersenboompje. Dagelijks werd hier door honden toch minimaal 40 keer tegenaan gepist, dus na een periode van jaren was dat niet meer op te brengen voor die boom en hij stierf. Het boompje stond niet op het schouwpad, noch op een wandelpad. Iedereen kon erlangs, geen enkel probleem. Het boompje was niet hoog dus wanneer er een tak af zou vallen was de kans dat je daardoor dodelijk gewond zou raken wel erg klein maar de gemeente dacht daar anders over. Dood is dood: dus de boom moest weg. Een kapvergunning is voor een dode boom niet nodig en anders hadden ze hem ook wel aan zichzelf afgegeven. Een gele stip werd erop gezet en dit voorjaar is het boompje omgezaagd. Met een stronkenfrees is de hele wortelstronk tot pulp vermalen en vervolgens is het gat wat daardoor ontstond weer “keurig” opgevuld met zand en geëgaliseerd. Weg karakteristiek boompje, weg zangpost van merels en lijster, weg zonplek voor gehakkelde aurelia’s, weg kolonie houtmieren die daarin leefde, weg ruzieboom voor eksters, weg jachtlocatie voor libellen, weg… 



In het Groenbeleidslan VWG wordt in H 2.3.2. het nut van dode bomen uitgelegd met daarbij een foto (inzet) van de grote dode beuk bij de Ooyerhoek welke stierf door een opeenstapeling van warmste zomers. Klimaatverandering dus. Het groenbeleidsplan VWG was nog maar net uit en de boom, welke  nog decennia een belangrijk natuurlijk element had kunnen zijn, werd met wortel en al na 100 jaar trouwe dienst met hoge kosten vernield en afgevoerd. Wat over is gebleven is die schandvlek die je op de foto in het grasland kan zien.
 

Het aantal foto’s wordt zo teveel, dus ik moet daarmee stoppen en ga over op het opsommen.
  • De ruige graslandpercelen in de uiterwaarden rondom de Elterplas (oppervlak meer dan 10 hectare en zover mij bekend eigendom van Staatsbosbeheer) zijn midden in het broedseizoen, de eerste week van juni, terwijl daar volop gele kwikstaarten, bosrietzangers en rietgorzen zaten te broeden, helemaal leeg gemaaid. De aangrenzende dijk idem. Half juni was daar geen grasspriet, bloem of sprinkhaan meer te vinden. Het gebied was dit voorjaar een zeer rijk stuk uiterwaarden op gebied van flora en fauna. Nu zit er niks meer.
  • Het grote grasveld bij de skatebaan aan de rand van het Zwanevlot, is begin juni tot en met de randen en helemaal tot onder de struiken, leeg gemaaid en afgevoerd. Er is niets blijven staan en ga maar kijken er is amper nog 1 insect te vinden. Op de parkeerplaats van Albert Heijn vind je er meer. Dit gebeurt jaarlijks.
  • De in het rapport Groenbeleidsplan VWG genoemde zinloze plansoenen (H 3.1.) zijn nog steeds niet weggehaald. Terwijl de natuur probeerde alles weer te herstellen, is er door groenbeheer ook in 2009 weer ingezet op de volledige vernietiging van alles wat daar leeft en wil leven.
  • Ten oosten van Den Elterweg, aan de zuidkant van de Warnsveldseweg is een terrein waar recent nog moerasvegetatie stond. Dit voorjaar is alles kapot gereden met een trekker. Ik ben er begin juni gaan kijken. Het stonk er naar riool alsof dat er in uitkwam of dat het riool daar aan het lekken was. Dit lijkt me niet de bedoeling of wel en waarom is het terrein zo vernield vraag ik me af?
  • Ga je vandaar 200 meter verder richting Zutphen, dan is het terrein tussen de begraafplaats en Den Elterweg, waar ook recent een mooie moerasvegetatie groeide, verdwenen. Het terrein is geëgaliseerd en omgezet in een gazon wat door niemand anders gebruikt wordt dan door de grasmaaiers. Er is geen leven meer, alles is kapot gemaakt. De bosrietzangers zingen daar niet meer en de groene kikkers en al het andere dierenleven is ondergeploegd. Zo hebben we er wéér een zinloos gazon bij.
  • Ga je vandaar weer 100 meter verder, dan kom je op het pad rondom de begraafplaats. In deze bosstrook is begin juni, midden in het broedseizoen, alle bodemvegetatie stukgeslagen en vernield. Nergens meer een bloemetje, alle vogels die op de grond broedden naar de knoppen en nog maar amper een insect. Hier is niks anders achtergelaten dan een brei van vernieling.
  • De brede bermen van de provinciale weg bij Bronsbergen dan. Er is bijna niets gewijzigd ten opzichte van 2008, behalve dan dat het maaien dit jaar een hele maand eerder heeft plaatsgevonden. Daardoor heeft de vernieling een nog groter negatief effect gehad op het planten en dierenleven dan vorig jaar. Omdat er verder echt niets is gewijzigd, kan ik mijn teksten uit mijn mail van 7 juli 2008 gewoon opnieuw gebruiken: ”…….. Bij Bronsbergen dan. Daar ligt dan zo'n enorme grote bult kapotgeklepelde planten, nesten en insecten. Klaar om afgevoerd te worden; tonnen aan gewicht en dagen lang van zware arbeid van de onderhoudsploeg. Kubieke meters rottend materiaal van wat duizenden bloemen en miljoenen insecten hadden kunnen zijn. Rottend voedsel en beschutting; het leefgebied en voedsel van zoogdieren en vogels”.

  • En niet alleen daar, maar ook bij de N314 ter hoogte van Leesten Oost lag op 6 juni al, een bult insecten, amfibieën, planten, spinnen en vogelnesten van vele tientallen kubieke meters. Mij bereiken berichten dat de Provincies dit jaar overal in Nederland een maand eerder zijn gaan slopen dan de afgelopen jaren. Landelijk is zo over duizenden kilometers lengte de natuur vernield.
  • Een van de grootste slaapplaatsen van roeken en kauwen in Gelderland op de hoek N 314 – N348 (in de winter 15.000 exemplaren) gaat binnenkort in ieder geval deels tegen de vlakte voor een nieuwe afrit. Vermoedelijk zullen de vogels een of meerdere nieuwe slaapplaatsen in de stad proberen te vinden en daar voor flinke overlast zullen gaan zorgen. Naar het buitengebied gaan ze zeker niet omdat ze daar ongecontroleerd zullen worden weggepest of worden afgeschoten. 
Ik kan het nog hebben over het zinloze tot zeven meter hoog opsnoeien van bomen, over al die jonge eenden die al jaren achtereen dodelijk omkomen in het Gemaal Polbeek van het waterschap en waar niets aan gebeurd, over de snelle afname van kieviten en scholeksters, over het afschaffen van kapvergunningen in de gemeente Zutphen, over het verschijnen van hectares metaalplaten bedrijventerreinen waarbij de buitenkant van de gevangenis nog mooi afsteekt (dankzij de vegetatie onderaan de muur), over de honderden verkeersslachtoffers onder de fauna, dat de koekoek een zeldzame vogel is geworden, dat de zomertortel waarschijnlijk voor het eerst in 1000 jaar of langer niet meer in onze regio tot broeden is gekomen, over het platlopen van het natuurbouwproject Stokebrand door wandelaars met honden en het omzagen daar van een meer dan vijftig jaar oude meidoornhaag, over nog meer ellende in de agrarische gebieden, het leeghalen van knobbelzwanennesten in het stuitgebied door vermoedelijk boeren of jagers en nog véél meer, oftewel gewoon over het verrabbezakken van de natuur in Zutphen en omgeving.

Ik hou er maar verder over op. Het is wel weer genoeg zo.

Als u na het lezen van dit Zwartboek denkt dat het in Zutphen wel heel erg moet zijn ben ik het daar mee eens, maar wel met een maar. Het is niet hopeloos. Hier in Zutphen is vergeleken met andere delen van het land nog relatief veel natuur. Het is de moeite daar voor op te komen. Maar dan moeten we er echt alles aan doen om dat niet uit onze handen te laten slaan zoals dat nu gebeurt.



 
Conclusie

De beschermde natuur in Nederland is in handen van natuurbeschermingsorganisaties en zit deels achter hekken. Laat dat zo blijven want het gaat daar om bedreigde soorten, zeldzame ecosystemen en bijzondere biotopen. Het zijn belangrijke brongebieden vanwaar soorten nieuwe terreinen kunnen bezetten of zich terug kunnen trekken. Steeds meer echter worden die terreinen opengegooid en ingericht om de Nederlander en de toerist te laten “meegenieten” van natuur. Dat is nergens voor nodig. Alleen in er rond Zutphen is al tientallen hectare terreinen aanwezig in een enorme variatie aan terreintypen waar een rijke natuur had kunnen zijn indien dat niet jaarlijks allemaal kapot gemaakt zou worden.

Recreanten zitten niet te wachten op waterspitsmuizen en bijenorchissen. Met bruine zandoogjes, bloeiende duivekervel en kleine watersalamanders zijn we ook al heel tevreden maar nu nog wordt dat allemaal afgepakt en vernield. Er is een hele generatie Nederlanders opgegroeid die natuur alleen kennen van televisie, internet en buitenlandse vakanties en dat kunnen we de volgende generatie niet opnieuw aandoen.

Het Ministerie van LNV heeft de verantwoordelijkheid voor natuur op zich genomen maar heeft dat al decennia op geen enkele wijze waar kunnen maken.

  • De landbouw is een chemische bio-industrie geworden, ontdaan van bijna alle natuur.
  • De natuur buiten de natuurgebieden is vogelvrij verklaard en wordt op nationale schaal en tegen hoge kosten, ongecontroleerd vernield.
  • Nu de twee grote natuurterreinbeherende organisaties, NM en SBB vleugellam gemaakt zijn en natuurgebieden steeds meer worden omgezet in recreatiegebieden, is ook daar de natuur niet meer veilig.
  • Zelfs de ecologische hoofdstructuur is na twee decennia nog lang niet klaar.
De landelijke politiek zou er goed aan doen de balans op te maken en de verantwoordelijkheden voor natuur zo spoedig mogelijk weg te halen bij Landbouw & Voedselkwaliteit.



Nawoord

Het moest even gezegd en het zou ook aardig zijn als dit stuk te zijner tijd een plaatsje krijgt ergens in de krochten van het gemeentearchief zodat eventuele toekomstige generaties nog eens na kunnen lezen hoe het toentertijd allemaal toch in godsnaam mogelijk was dat men zó met natuur en eigen leefomgeving omging.

Wat zullen ze verbaasd zijn om te lezen dat in die tijd, wanneer er meerdere belangen speelden, natuur en milieu altijd het onderspit moest delven. Wat zullen ze schrikken als ze lezen met welk een achteloosheid en gemak, en hoeveel deze generatie heeft geïnvesteerd in het vernietigen van natuur, leefmilieu, water en bodems. Het zal ze bevreemden wanneer ze lezen dat natuur werd vernietigd omdat men er bang voor was en omdat men het lastig, lelijk en rommelig vond.
 

Voor het geval ze dit ooit nog mochten lezen wil ik tegen die toekomstige generatie meteen maar zeggen: Sorry voor de rotzooi, de armoe en de leegte die we voor jullie hebben achtergelaten. Ik en vele anderen hebben gedaan wat we konden en er keer op keer op gewezen dat je zo niet met natuur moet omgaan. Tevergeefs. Het gros van jullie voorouders begreep het niet, was niet geïnteresseerd en vond natuur van geen enkele waarde. Het klinkt ongelooflijk maar het was gewoon niet anders. Ze waren bezig met geld, carrière en vakanties. Met de natuur hadden de meeste helemaal niets meer. Er was ook al weer een hele generatie opgegroeid zonder natuur. Dat werd steeds erger en de gevolgen daarvan, nou ja, dat weten jullie beter dan wij.

Ik heb nog een groot deel van die ellende meegemaakt. De natuur werd sneller gesloopt dan dat het zich weer kon herstellen en die sloop ging ook steeds sneller en werd steeds grootschaliger. Het verdwijnen en zelfs uitsterven kwam lokaal en wereldwijd zelfs in een versnelling. De natuur verschraalde, ook op wereldschaal en in alle ecosystemen. De belasting op het milieu werd steeds groter en nu het klimaat instabiel wordt lijkt er geen houden meer aan. De natuur krijgt klappen aan alle kanten en het lijkt nu soms wel of ze botweg weigeren de samenhang daarvan te begrijpen.

Hopelijk is het voor jullie nog mogelijk om op de achtergelaten puinhopen, met de beperkte bronnen, hulpmiddelen en de afgetakelde ecosystemen nog een toekomst te creëren. Het zal heel moeilijk worden. Maar misschien is dit een troost. Mocht het leven op aarde in stand blijven, dan zijn er over 150 miljoen jaar misschien wel weer net zoveel soorten planten en dieren op jullie aarde als in de tijd toen ik werd geboren.

Groeten en Sterkte,
Michel



Het Financiële Mes

Veel geld bedoeld voor groenvoorziening wordt geïnvesteerd in de afbraak en in het verwijderen van natuur (lees de voorbeelden in dit Zwartboek). Daar is dat geld niet voor bedoeld. Gezien het aantal personen dat daarin werkzaam is, de machines welke daarvoor worden gebruikt, het aantal objecten en het oppervlak waar het om gaat, denk ik dat alleen in de Gemeente Zutphen door de verschillende instanties, jaarlijks een half miljoen euro wordt uitgegeven, puur aan de destructie van “groen”.

Wanneer dat voor alle 441 gemeenten in Nederland zou gelden, praat je over een jaarlijks bedrag van 220 miljoen euro wat oneigenlijk gebruikt wordt. Daarbij moet ik eerlijk bekennen dat dit bedrag mogelijk nog veel hoger is.

Het zou zeer de moeite waard zijn om de rekenkamer daar eens naar te laten kijken.

Het zou een zegen zijn voor de natuur in Nederland wanneer dat bedrag onttrokken zou worden aan de groenvoorziening en in de ecologische hoofdstructuur gestoken zou worden. Dan snijdt het financiële mes aan twee kanten.



Bijlage 1: Mijn antwoorden op de vragen van pagina 1

Wanneer heeft u voor het laatst een zingende veldleeuwerik gehoord?
Het afgelopen half jaar heb ik eenmaal kort een veldleeuwerik horen zingen. Dertig jaar geleden behoorde de veldleeuwerik tot één van de talrijkste broedvogels in Nederland. Het geeft een beetje aan hoe uitgeteerd de agrarische gebieden zijn, Tegenwoordig zijn dit de meest soortenarme terreinen van het land. In de havens van Rotterdam of in de industriegebieden van Amsterdam is een grotere biodiversiteit te vinden dan op het gemiddelde agrarische bedrijf in de regio Zutphen.

Wanneer heeft u voor het laatst een wezel of hermelijn gezien?
Mijn laatste waarneming van een wezel of hermelijn is al zo lang geleden dat ik het me niet eens meer kan herinneren. Ooit waren beide zeer algemeen. Dat was in een tijd dat de veldmuis (prooidier van de kleine marterachtigen) ook tot de veelvoorkomende zoogdiersoorten van ons land behoorde. Wanneer zag u overigens voor het laatst een veldmuis?

Noem tien soorten inheemse zoetwatervissen uit uw eigen omgeving.
Blankvoorn, rietvoorn, brasem, zeelt, snoek, baars, winde, pos, riviergrondel en kroeskarper. Alle dier- en plantensoorten in waterrijke gebieden stellen eisen aan hun leefomgeving. Voor de beheerders van het oppervlaktewater zijn de 80.000 agrarische bedrijven in Nederland hèt uitgangspunt. De financiële kosten die dat agrarische waterbeheer met zich meebrengt, worden opgebracht door 16,5 miljoen Nederlanders. De natuur is hierin slachtoffer want met de eisen die de natuur aan waterbeheer stelt wordt weinig tot geen rekening gehouden. Zo worden de TV-sticks via de waterschapsheffingen, de natuur die iedereen moet inleveren, de afname aan leefbaarheid en de inbeslagname van ruimte voor vleesproductie indirect toch nog een stuk duurder dan ze je wijs maken in de reclame.

Wijs een wateroever aan waar niet mechanisch gemaaid of gebaggerd is in de laatste vijf jaar.
Daarvoor moet je naar de overkant van de IJssel, naar de oevers van de oude IJsselarm. De rest van de honderden kilometers oevers in de regio Zutphen worden vrijwel allemaal jaarrond stukgemaaid en stukgebaggerd.

Wijs de dichtstbijzijnde locatie aan in uw eigen woonomgeving waar een egel ongestoord kan overwinteren.
Onder de composthoop in mijn achtertuin van zes bij zes meter. Een tweede locatie zou ik zo niet één twee drie kunnen geven. Echt vrijwel nergens wordt de natuur langer dan een jaar met rust gelaten, laat staan onbeperkt. De kansen voor een egel om ongestoord te overwinteren zijn minimaal geworden.

Wat is de dichtstbijzijnde voortplantingslocatie van gewone padden rondom uw eigen huis en hoe is het beheer van die plek; is er genoeg voedsel, kunnen de padden daar overwinteren, zijn er overlevingsmogelijkheden voor de 8 mm grote jonge padjes wanneer ze in juni uit het water kruipen?
In de Schouwlaak planten padden zich voort. De overlevingskansen zijn echter klein. Er is te weinig oeverbegroeiing, de jonge padden kunnen bijna nergens het land op en als ze dat lukt komen ze veelal al snel om door maaiwerkzaamheden, verdroging (ze kunnen zich bijna nergens voor de zon verstoppen), worden platgereden door trekkers en grasmaaiers of belanden via de straatputten in het riool. De aantallen in de Schouwlaak zijn daarom ook erg laag.

Wijs een boomloze locatie aan van slechts 100 vierkante meter waar minimaal al vijf jaar niet is gemaaid en waar ook geen auto’s, crossbrommers of trekkers hebben rond gereden.
Voor zo’n plek binnen het werkgebied van de Vogelwerkgroep moet je denk ik toch wel naar de oude vuilstort op De Mars gaan of naar de Gorsselsche Heide. En er is nog zo’n stukje onderaan de buitenmuren van de gevangenis. In de nabije omgeving van Zutphen zijn zelfs zulke postzegels een zeldzaamheid.

Wijs de dichtstbijzijnde dode boom aan die daar al meer dan 5 jaar in dode vorm staat.
Daarvoor moet je heel ver van het pad af in de terreinen van Natuurmonumenten. De rest is allemaal in mootjes gezaagd en als afval of brandhout afgevoerd.

Wat is de functie van een afgeschoten roek aan een touwtje boven een akker of een kuilhoop?
Geen enkele, een dode hond aan een touwtje boven een gazon waar honden niet mogen poepen werkt immers ook niet. Het is zinloos. Het is verboden. Het komt regelmatig voor in de omgeving van Zutphen maar er wordt nooit tegenop getreden. Daarnaast is de roek een nuttige en beschermde vogel, een belangrijke soort in het ecosysteem langs grote rivieren en een van de mooiste verschijningen in de regio.


Bijlage 2: Opdrachten om meer inzicht te krijgen in het groenbeleid. (Waarschuwing: enkele hiervan zijn niet geschikt om uit te voeren in het bijzijn van minderjarigen).
 
  • Om een idee te krijgen van de armoe aan natuur is hier de volgende opdracht: Tel het aantal plantensoorten in uw achtertuin en vergelijk dat met het aantal soorten op het dichtstbijzijnde agrarische mais- of graslandperceel in uw eigen woonomgeving. Nu je daar toch bent, zoek op het perceel tien muizenholletjes en tien huisjesslakken. Hoeveel lang heb je er over gedaan om dat te vinden?
  • Om de effecten van vaak maaien op de groei van de vegetatie vast te stellen de volgende opdracht: Zaai begin maart uw tuin in met zo’n bloemenmengsel. Maai dit eenmaal in de twee weken het hele groeiseizoen lang. Hoelang duurde het voordat de planten in bloei kwamen?
  • De volgende opdracht geeft een indruk van de effecten op de zoogdierfauna wanneer in dit land dagelijks duizenden trekkers, maaiers en klepelaars bezig zijn met zogenaamd onderhoud in de groenvoorziening. Rijd met uw auto en caravan over het caviahok met cavia van uw dochter. Wat is er over van het hok en wat van de cavia als die nog leeft.
  • Om een idee te krijgen van de effecten van mestinjectie op de zoogdierenfauna in het agrarisch gebied de volgende opdracht: Stel je voor dat je een hermelijn bent en dat er met een druk van drie bar een lading varkensgier in jouw ondergrondse gangenstelsel wordt gespoten. Denk je dat je daar als hermelijn levend uit kan komen, zo ja, hoe denk je dat dan te gaan doen?
  • Zoek in de openbare ruimte nabij je eigen huis een boom waar je makkelijk in kan klimmen en bedenk eens hoe het komt dat je die niet kan vinden. Zoek ook een boom met twee stammen en een boom met drie kronen in plaats van één. Vraag je eens af wie dat allemaal heeft weggehaald, waarom dat allemaal is weggehaald en waarom alle bomen ongeschikt zijn gemaakt voor kinderen om in te klimmen. Probeer het nut daarvan eens te ontdekken.
  • Om een idee te krijgen van de problemen waarmee kleine landdieren te maken krijgen wanneer ze zich verplaatsen het volgende practicum: Vang tien padden en tien bruine kikkers en laat deze weer los voor je eigen huis, bij elkaar, midden op straat. Maak een lijst van wat er met de dieren na één uur is gebeurd. Verdeel dit over de categorieën: platgereden, in de straatput (riool) gevallen of leeft nog.
  • Om een idee te krijgen hoe LNV omgaat met ganzenschade de volgende voorstelling en opdracht: Eén van uw sierkippen heeft de sneeuwklokjes gemold en dat kan niet onbestraft blijven. Om die schade voortaan te voorkomen zoekt u de kip welke het slechts kan vliegen. Zet deze in de gasoven van uw keuken, draai het gas hoog en wacht tot de vogel dood is. Bekijk het resultaat.
  • Verstop tien stukken tuinslang van een meter lengte verspreid langs de waterkant en ga regelmatig kijken of ze er nog liggen. Schrijf op hoe vaak er een trekker overheen is gereden en hoe vaak de stukken tuinslang kapot zijn gemaaid. Bedenk dan hoe weinig kansen een ringslang momenteel heeft om te overleven. Nog afgezien van het feit dat er nog amper wat te eten is voor zo’n beest.
  • Vang tien sprinkhanen, tien kevers, tien rupsen en tien huisjesslakken. Verder heb je nodig een ei, een kikker en een pad, een libel, een vlinder en een dikke naaktslak. Stop deze thuis allemaal tegelijk in de blender en zet deze vervolgens drie seconde aan. Deponeer de inhoud van de blender vervolgens op een bord en bepaal per diergroep welk percentage het heeft overleefd. Het resultaat van deze actie geeft een mooi beeld van het effect van een cyclomaaier of een klepelmaaier op de fauna. In en rond Zutphen worden op deze manier zo vrijwel alle wegbermen, recreatiegebieden, plantsoenen, dijken, uiterwaarden, wateroevers, natuurgebieden en agrarische gebieden bewerkt en veelal meerdere keren per jaar.  Jaar in.   Jaar uit!
  • Rijd met de auto dwars door de tuin van de buren en kijk naar het effect op bodem, vegetatie en buurman. Vergelijk dit met de effecten van de zwaardere trekkers met bredere banden op vegetatie en dierenleven in de rest van jouw eigen woonomgeving.
  • Herplant wordt vaak als excuus gebruikt om oude bomen om te zagen. Om te ervaren dat herplant geen vervanging is van een oude boom de volgende opdracht: Koop een jong boompje, pak een zaag en neem een tuinstoel mee. Zaag in het bos een boom om met een omtrek van minimaal 1 meter. Vervang deze boom voor het jonge boompje en wacht nu af in de tuinstoel tot het boompje weer net zo groot is als de boom die je hebt omgezaagd.
  • Haal de hark uit de schuur en trek daarmee in één haal alle waterplanten uit jouw aquarium of uit die van een kennis of familielid. Zorg er wel voor dat de tanden van de hark goed over de bodem schrapen. Kijk naar het effect wat dat heeft gehad op de vegetatie en het dierenleven. Meet vervolgens hoe lang het duurt voordat het aquarium weer toonbaar is. Dit is een heel gangbare vorm van onderhoud in al het oppervlaktewater in geheel Nederland.
  • Waterschappen beweren geen nesten stuk te maaien. Ze beweren dat ze daar eerst naar zoeken voordat ze gaan maaien. Ga eind april naar kinderboerderij De Schouw of een andere kinderboerderij in jouw buurt en probeer daar twee eendennesten te vinden. Daar zijn minimaal tien nesten te vinden en voor deze opdracht krijg je 2,5 uur de tijd. Dat is minimaal vijf keer zoveel dan Waterschappen beweren daaraan te besteden. Hoeveel heb je er gevonden?
Veel succes.



Gastenboek "Zwartboek Natuur in Zutphen 2009"