Vorige Inhoudsopgave            
    

4 De paragrafen nogmaals op een rij

  • Houd altijd rekening met natuur en milieu bij gebruik en inrichting van land en water (H 1.1)
  • Onderschat het effect van lokale initiatieven voor natuur- en milieubehoud niet (H 1.1)
  • Groenbeleid heeft betrekking op alles wat leeft en heeft weinig te maken met de kleur groen (H 1.2)
  • Voor een goedkoop, variabel en een betrokken groenbeheer is adoptiegroen één van de middelen die je kan gebruiken (H 2.1.1)
  • Gebieden tijdelijk het predicaat natuurgebied te geven kan een middel zijn om de natuur te versterken en om verloedering te voorkomen (H 2.1.2)
  • Gronddepots tijdelijk inrichten voor oeverzwaluwen is een goede methode om voldoende broedgelegenheid te creëren en kan het stilleggen van grondwerkzaamheden voorkomen (H 2.1.3)
  • Om meer mensen kennis te laten maken met natuur is het inrichten van terreinen volgens het principe “speelbos” misschien de moeite van het proberen waard (H 2.1.4)
  • Wanneer beheer van plantsoenen zou plaats vinden op basis van wat er groeit in plaats van wat er moet groeien, zou het onderhoud goedkoper en de plantsoenen gevarieerder worden ( H 2.1.5)
  • Het uitgangspunt zou moeten zijn “Nooit maaien”. Maaien op de schaal en de manier waarop dat tegenwoordig gebeurt is funest voor de natuur. Gebruik deze vorm van destructie alleen in uiterst noodzaak (H 2.2.1)
  • Maaien tijdens het broedseizoen is dodelijk voor broedvogels (H 2.2.2)
  • Een terrein helemaal maaien is funest voor de biodiversiteit (H 2 2 3)
  • Het vervangen van voedselrijke bodems voor arme grond in bermen stimuleert een gevarieerde vegetatie en is goedkoper in onderhoud (H 2.2.4)
  • Maai altijd alleen precies datgene wat gemaaid moet worden en laat de rest staan (H 3.2.5)
  • Wees zuinig op de opslag van planten bij palen en bomen (H 2.2.6)
  • Verbreden en extensief onderhoud van greppels en sloten is beter voor de natuur en goedkoper dan smalle sloten intensief uitschrapen (H 2.2.7)
  • Houd tijdens het maaien altijd rekening met flora en fauna en maai niet lager dan 30 cm boven de grond (H 2.3.8)
  • Een boom is veel meer dan alleen straatmeubilair (H 2.3.1)
  • Dode bomen zijn belangrijke elementen in de natuur waar je niet zuinig genoeg op kan zijn (H 2.3.2)
  • Het is goedkoper en beter voor de natuur om het onderhoud van de beukenwal langs de N314 te staken (H 2.3.3)
  • Kapvergunningen worden te snel afgegeven. Er moet met behulp van borden bij de betreffende bomen duidelijker worden aangegeven dat er een kapvergunningsprocedure loopt. (H 2.3.4)
  • De aanplant van nieuwe bomen kan anders, goedkoper, effectiever en afwisselender dan zoals dat nu in zijn werk gaat (H 2.3.5)
  • Het gebruik van klimplanten gebeurt te weinig en kan op veel plaatsen win-winsituatie opleveren (H 2.3.6)
  • De beheer van oevers van de wateren in Zutphen moet anders (H 2.4.1)
  • Het waterbeheer van Bronsbergen en Vierakkersche Laak zou gecombineerd moeten worden tot één watersysteem (H 2.4.2)
  • Aanleg van eilanden in plassen en vijvers komt de natuur ten goede (H 2.4.3)
  • Rekening houden met de visfauna is belangrijk en gebeurt nu nog veel te weinig (H 2.4.4)
  • Het is van groot belang om in het water liggende bomen te behouden (H 2.4.5)
  • Het riooloverstort is mogelijk nog een probleem waarvoor dringend een oplossing nodig is (H 2.4.6)
  • Het na-zuiveren van afvalwater uit de waterzuivering van De Mars wordt bepleit (H 2.4.7)
  • Gepleit wordt om meer specifiek aan soortbeleid te doen en aan voorlichting en bescherming van klaagsoorten (H. 2.5)
  • Op bedrijventerreinen moeten daken worden ingericht voor koloniebroedvogels (H 2.5.1)
  • Er moeten meer geschikte overwinteringslocaties voor vleermuizen komen (H 2.5.2)
  • Er moet een roekenbeleid komen waarbij de bescherming en toekomstperspectieven van de roek voorop staan (H 2.5.3)
  • Aanbevelingen worden gedaan om meer broedgelegenheid te creëren voor zwaluwen (H 2.5.4)
  • Behoud en aanleg van steilwanden is van belang om de ijsvogel in Zutphen te behouden (H 2.5.5)
  • De huidige keuze van bouwlocaties wordt ter discussie gesteld (H 2.6)
  • De huidig inrichting van woonwijken wordt ter discussie gesteld (H 2.6.1)
  • De mogelijkheden voor natuur op bedrijventerreinen zijn enorm maar daar wordt geen enkel gebruik van  gemaakt. Enkele voorstellen worden gedaan (H 2.6.2)
  • De aanwezigheid van stoepranden en straatputten zijn ernstige barrières en voorstellen worden gedaan om deze barrières te slechten (H 2.6.3)
  • Een uitleg over natuur en milieu met daarbij enkele voorstellen voor het beleid op dit gebied (H 2.7)
  • Een hele paragraaf over hoe om te gaan en wat te doen met zwerfvuil (H 2.7.1)
  • Jacht moet verboden worden (H 2.7.2)
  • Stop met zinloos plantsoenbeheer en begin met herstelwerkzaamheden (H 3.1)
  • Windmolens en andere manieren om energie op te wekken of te besparen (H 3.2)
  • Het onderhoud van “groen”, het zogenaamde, “netjes maken”, gaat ernstig ten koste van natuur, een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet en wat er allemaal op een klein stukje mis kan gaan (H 3.3)
  • Het kappen van bomen gebeurt te snel en te veel bij problemen terwijl er heel andere oplossingen te bedenken zijn. Een voorbeeld (H 3.4)
  • Over het verdwijnen van het stadse groen door de inbreiding van woningen en over de inrichting van natuurgebied “Eiland Helbergen (H 3.5)

Bijlagen

als aparte pdf bestanden hier te bekijken

Bijlage 1 Grondgebruik plangebied op verschillende kaarten
Bijlage 2 Mail “Zutphen-Vandalisme”
Bijlage 3 drie berichten in de krant
Bijlage 4 de verzamelde reacties op een rij
Bijlage 5 Informatiefolder walnoot
 

Vorige Inhoudsopgave