| Vorige | Inhoudsopgave | Volgende |
3 De problematiek uitgelegd aan de hand van foto’s3.1 Zinloos plantsoenbeheerEen park of plantsoen moet enige omvang hebben om een park of plantsoen te kunnen zijn. Er zijn echter overal in de gemeente kleine stukjes “groen” welke als zodanig worden onderhouden terwijl ze toch echt te klein zijn voor een plantsoen. Het is natuurlijk erg goed wanneer daar regelmatig zwerfvuil wordt verwijderd, maar het met de regelmaat van de klok maaien, klepelen en/of zagen is veelal zinloos. Om duidelijk te maken wat bedoeld wordt met zinloos plantsoenbeheer worden hieronder twee voorbeelden beschreven. Daar waar de Gerard Doustraat in het westen een bocht maakt naar de brug over de Berkel, lag enkele jaren terug een mooi vergeten hoekje. In de zomer, wanneer het avond werd, gingen daar dagelijks honderden teunisbloemen open. De hele nacht stonden ze te bloeien en wanneer de zon opkwam werden ze afgewisseld door klaprozen. De teunisbloemen vielen slap door de zon en de klaprozen namen de taak over in de uren dat het licht was. En dat ging zo weken achtereen terwijl het verkeer voortraasde. Er stonden veel meer soorten planten en overal kwamen jonge boompjes op in de schrale zanderige stenen bodem. Het leek alsof daar eerder een gebouwtje had gestaan maar dat maakte niet uit. Integendeel, de schrale bodem zorgde juist voor een heel gevarieerde flora en fauna. Overdag vlogen daar altijd vlinders. Aan de rand staan bomen langs de Berkel waarachter een brede rietkraag in het water stond met ieder jaar opnieuw een broedende knobbelzwaan op hetzelfde nest.
Plotseling werd het open deel van het terrein van 30 bij 25 meter weer in het plantsoenbeheer opgenomen. De planten werden afgevoerd en de grond geëgaliseerd. Een laag voedselrijke grond kwam daarboven op waarna het graszaad met een grote trekker werd ingezaaid. Nu wordt het terrein iedere gazon-maaibeurt meegenomen. Nog nooit heb ik iemand gebruik zien maken van dit terreintje. Een enkele keer kakt er een hond, soms wordt het zwerfvuil er verwijderd en de gazonmaaier zie er ook. ‘S avonds geen bloeiende teunisbloemen meer en overdag geen klaprozen meer, geen vlinders of opschietende boompjes. De rietkraag is ook grotendeels afgegraven en de knobbelzwanen zijn weg. Deze hele aanleg en onderhoudsactie van slechts één van de vele kleine stukjes “vergeten groen” heeft geld gekost. Waarom zoveel geld investeren in de aanleg en in het onderhoud van een terrein waar dat helemaal niet nodig was. Een teunisbloem kost in het tuincentrum ongeveer twee euro. Enkele honderden hebben ze er moeten verwijderen. De goedkoopste optie, de natuurvriendelijkste optie ook en degene die het meest oplevert aan mooie planten, natuur en groenbeleving is om het grasveld af te graven tot op de schrale bodem en behalve het regelmatig verwijderen van zwerfvuil verder niets meer te doen. De teunisbloemen en klaprozen hoeven niet gekocht en aangeplant, die komen vanzelf wel weer terug Tweede voorbeeld: Daar waar je vanaf De Vijver, langs het Graaf Ottobad
de fietsbrug over Den Elterweg op fietst, had je tot voor kort meteen rechts
een hele mooie berm. Hier groeiden jarenlang grote pollen oregano, boerenwormkruid,
grote pimpernel, silene, wilde peen noem maar op. Het barstte er altijd
van de vlinders en het was zover ik weet de beste plek voor bruin blauwtjes
(dagvlinder) in heel Zutphen. Ook dit prachtige stukje stadsnatuur is in
2008 opgenomen in het plantsoenbeheer. De bermen daar bleken begin juli
2008 gemaaid, geklepeld, geploegd en deels ingeplant met honderden plantsoenstruikjes.
Bij dit voorbeeld is het de beste optie om de hele plantsoenaanplant er zo snel mogelijk uit te trekken en af te voeren, waarna gekeken moet worden wat de beste mogelijkheden zijn om weer een rijke flora met bijbehorende vlinder en sprinkhanenpopulatie terug te krijgen. Ik stel voor om het geld dat jaarlijks voor onderhoud van deze twee terreinen beschikbaar was en bespaard kan worden, te besteden aan een jaarlijkse uitgebreide kerstmaaltijd voor het personeel van de afdeling groenbeheer, te beginnen met ingang van kerst 2009. 3.2 WindmolensSinds een paar jaar is Zutphen een drietal windmolens rijker. Tot grote
verbazing van de gemeente werd de plaatsing daarvan tot aan de Raad van
State aangevochten door nota bene een aantal zogenaamde groene verenigingen.
Hier werd duidelijk dat er in het beleid te weinig onderscheid gemaakt
wordt in natuurbeleid en milieubeleid. In het geval van de windmolens waren
duidelijk tegenstijdige belangen in het geding. De windmolens moesten er
komen om “te kunnen voldoen aan de internationale verplichtingen met betrekking
tot CO2-reductie die Nederland in het kader van het verdrag van Kyoto is
aangegaan”.
CO2-reductie is een goed streven maar wanneer dat zoals hier in De Mars, ten kostte gaat van natuur, los je het ene probleem op door nieuw probleem te creëren. Het plaatsen van windmolens in het agrarisch gebied waar de natuurwaarden heel erg laag zijn, hadden met minimale natuurschade dezelfde hoeveelheid energie kunnen opwekken. Een gemiste kans. Anderzijds zijn er nog te weinig inspanningen om werkelijk een CO2-reductie tot stand te brengen. Nog teveel worden wonen (nieuwbouw), recreatie (Stuitgebied) en werken (bedrijventerreinen) als gescheiden gebieden aangelegd waardoor verkeersdrukte onnodig toeneemt met alle extra CO2 uitstoot die dat met zich meebrengt. Wanneer het verkeer vastloopt, worden nieuwe wegen aangelegd en nieuwe wegen zorgen vooral voor een toename in de mobiliteit. Meer wegen gaat ten koste van milieu, van natuur, landschap en leefbaarheid. Met het terugdringen van de mobiliteit vlot het allemaal niet erg. Daar valt nog héél veel CO2-reductie te behalen. Het isoleren van woningen zou ook veel beter kunnen. Het was vreemd te merken dat toen de Nuon in 2003 een vergunning voor windmolens kreeg, een organisatie als Philips Pensioenfondsen in diezelfde periode weigerden om hun eigen huizen van dubbel glas te voorzien. Het gebruik van zonnepanelen op de nieuwe bedrijventerreinen zie ik ook nog steeds niet gebeuren. De vraag die bij dit alles blijft hangen is, hoe serieus was en is de bouw van de windmolens om werkelijk bij te dragen aan een CO2-reductie? Het oppervlak aan daken in het plangebied bedraagt 231 ha. Wanneer 10% hiervan zou worden ingezet voor energieproductie met zonnepanelen, is dit vergelijkbaar met de energieproductie van zes windmolens. Daarnaast kunnen zonnepanelen, met name op grote platte daken, een belangrijke isolerende functie hebben. Wanneer zonlicht wordt afgevangen door zonnepanelen, kan zo de zomerhitte voor een belangrijk deel worden afgevangen wat weer veel energie bespaart omdat luchtkoelsystemen dan minder hard hoeven te draaien. Voor een volledige dekking van de elektriciteitsproductie voor de huishoudens in Zutphen is een oppervlak van 72 ha zonnepaneel nodig. Momenteel is dat nog niet haalbaar alleen al vanwege het feit dat de fabrieken van zonnepanelen op dit moment de vraag niet aankunnen, maar in het beleid naar de toekomst toe is het zinvol om alvast rekening te houden met deze niet meer te stuiten ontwikkeling van elektriciteitsproductie. Er zijn voorlopig daken genoeg. 3.3 Sluizen bij EefdeTijdens het schrijven van dit verhaal kwam ik een typische onderhoudssituatie tegen die de moeite van het bespreken waard is. Het gaat hier niet zozeer om de locatie waar deze foto’s genomen zijn, het had immers ook in Zutphen, Brabant of in Lutjebroek kunnen liggen. Het is een typisch voorbeeld van zinloos beheer of onderhoud, een type van beheer wat tegenwoordig overal plaats vindt. Het kost jaarlijks veel geld en alle aanwezige natuur wordt vernield. Om duidelijk te maken wat ik bedoel, bespreek ik wat er op de foto’s te zien is.
Op 400 meter ten noorden van het plangebied liggen de sluizen van Eefde. Het afleidingskanaal komt daar in het Twentekanaal uit en de trein van Zutphen naar Vorden rijdt er langs. Het is een afwisselend gebiedje op een klein oppervlak met de sluizen, de stuwen, het afleidingskanaal, oude bomen, sloten, flinke oppervlakten gras, een spoorbaan op een grindbed, bruggetjes etcetera. De afwisseling in inrichting en structuur zou het terrein een enorme rijkdom aan natuur kunnen opleveren. Er is stromend water, stilstaand water, breed water, smal water van verschillende kwaliteit, er staan oude en jonge bomen. Door het verschil in bodemgesteldheid willen zich hier verschillende vegetatietypen ontwikkelen: voedselrijke oevervegetatie, schrale bodemvegetatie, tredplanten, waterplanten, schaduwplanten, struiken, braamstruwelen etcetera. Het biedt echter weinig van dat alles. Nu zie je daar het typische beeld van onderhoud van wat sommige mensen netjes vinden. Eigenlijk komt het er op neer dat alles wat geen boom is tot aan de wortel moet verdwijnen en landdieren worden op geen enkele manier ontzien. Het grondige onderhoud gebeurt jaarlijks en veelal meerdere keren per jaar. Natuur wordt blijkbaar als een probleem ervaren en men is bereid veel geld en tijd te investeren om dat op te ruimen. Als gevolg van dit denkpatroon en de uitvoering daarvan blijft er weinig tot helemaal niets meer van de natuurwaarde over. Op plaatje één staan twee rijtjes met linden. De vegetatie
onder de linden en de uitlopers onderaan de stam van de bomen is allemaal
verwijderd. De onderste takken van de bomen zijn weggesnoeid, de vegetatie
onder het hek achter de bomen is door een bosmaaier kaalgeslagen, echt
alles is tot op de bodem gemaaid en overal waar een trekker kan rijden
is de bodem in elkaar gedrukt. Op deze plek zie je dat er daardoor geen
plantenzaden meer beschikbaar zijn voor vogels. De holtes onder de vegetatiemat
zijn plat gedrukt waardoor de daarin huizende amfibieën, insecten
en geleedpotigen voor waarschijnlijk > 90% zijn gedood. Spitsmuizen die
er eventueel nog leven hebben geen dekking en amper voedsel, nesten van
weidemieren zijn in elkaar gedrukt. De vegetatie heeft geen enkele structuur
meer evenals de bodem die helemaal is platgedrukt door trekkerbanden en
geëgaliseerd door maaimachines. Het gros van de insecten als kevers
en rupsen van vlinders die leven in oude vegetatie of daar in het eistadium
overwinteren, zijn met de vegetatie afgevoerd. Dood hout onder de
bomen is daar niet te vinden waardoor boktorren en schimmels die op dood
hout leven daar niet meer voorkomen. De opslag van jonge scheuten onder
de linden zijn tot op de grond afgeknipt. Deze uitlopers zijn heel belangrijk
voor een linde. Wanneer er namelijk voldoende opslag is, ontstaat er onderaan
de boom, tussen de scheuten, een opeenhoping van dode herfstbladeren. Deze
herfstbladeren zijn belangrijk voor overwinterende lieveheersbeestjes en
oorwormen en beide zijn misschien wel de belangrijkste predatoren van bladluizen.
Waarom is de linde in het stadsmilieu zo berucht? Juist, er valt in het
voorjaar een regen van bladluizenpoep naar beneden waardoor straten zwart
en auto’s vies worden. Dat komt dus door het “onderhoud” waardoor zowel
de overwinteringslocaties van de belangrijkste predatoren van bladluizen
als die predatoren zelf worden verwijderd.
Plaatje twee laat de brug over het afleidingskanaal zien met de oever,
het water en de opstapplaats voor kano’s. Hier is de vegetatie op het schouwpad
niet gemaaid, maar geklepeld door weer een andere onderhoudsinstantie.
De oevervegetatie langs de waterkant is verwijderd. De planten die in het
water stonden zijn in het najaar door maaiboten afgemaaid. Geen vierkante
centimeter is blijven staan. Nergens, over de gehele lengte van het afleidingskanaal,
vanaf het Twentekanaal tot aan de Berkel en dat is totaal vijf kilometer
oever, is ook maar één boompje te vinden. Het kanaal is breed
genoeg en de dijk erlangs is hoog genoeg om vegetatie in het water en langs
de oever te kunnen hebben. Het water stroomt daar niet zo gauw overheen.
Waarom zijn hier geen rietkragen en waarom staan er nergens boompjes en
bomen langs de oever? Waar moeten de ijsvogels dan vissen en broeden, waar
moeten waterhoentjes slapen, die slapen namelijk langs het water in de
boom, en waar de dodaarzen, die slapen in het water tussen de vegetatie
langs de oever? Nee, het hele gebied, van voor naar achter, is helemaal
leeg geschraapt en het hele ecosysteem moet komend voorjaar voor de zoveelste
keer helemaal weer opnieuw beginnen met een handjevol soorten die dat allemaal
nog wel overleeft.
Op plaatje drie staat een heel smal slootje, zo smal dat er veel onderhoud aan gepleegd moet worden en dan wordt de rest in de wijde omgeving ook meteen maar meegenomen. Net als de andere linden en grasmat aan de andere kant van de weg, zijn de bomen gesnoeid en is alles geklepeld, platgedrukt en verwijderd. Sommigen zullen het netjes vinden maar dat is het niet. Het is leeggehaald. Wanneer ik mijn huiskamer schoonmaak ga ik bijvoorbeeld niet dweilen in mijn boekenkasten, deurposten schoonmaken met een verfkrabber of stofzuigen in bloempotten, ook gebruik ik het stoffer en blik niet wanneer ik de ijskast schoonmaak en ik gebruik geen schuurpapier voor het lappen van de ramen. Wanneer je zo onderhoud zou plegen maak je van je huis al snel een ruïne en houd je geen spullen meer over. Maar dat is wel precies wat er gebeurt in het groenbeheer anno 2008. Waarom er zo rigoureus en al zo lang en ook nog eens op heel grote schaal door meerdere terreinbeherende instanties in de natuur zo wordt omgesprongen met vegetaties, bomen en dierenleven heeft nog nooit iemand mij uit kunnen leggen. Plaatje vier is een strook tussen het afleidingskanaal en het spoor. Op dit stukje van 140 bij 15 meter mag je helemaal niet komen “Verboden Toegang” Waterschap Rijn & IJssel. Op de foto zie je de bulten vegetatie nog liggen. Gemaaid, bijeengeschraapt en straks wordt alles afgevoerd waarbij bodems nog verder in elkaar gedrukt worden en alle huisjesslakken die er leefden zijn stuk, insecten dood, holtes in de bodem met bijbehorende dieren plat, mollen kunnen hun wintervoorraad misschien helemaal niet meer terugvinden mocht daar nog wat van over zijn, rupsen weg noem maar op. Een slachtveld. Rechts op de foto, waar de bodem droger wordt, tegen het spoor aan, zijn ook alle braamstruwelen kapot geklepeld. Bramen zijn van belang in het voorjaar als vroege bloeiers voor dagvlinders. De bramen worden door heel veel diersoorten gegeten. Braamstruweel biedt goede overwinteringsmogelijkheden voor egels en veel vogels broeden erin in het voorjaar. Insecten leggen eieren in de stengels en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan maar ik moet me beperken. Over hoe de natuur in elkaar steekt zijn boekenkasten vol geschreven dus het is allemaal op te zoeken en na te lezen. De vegetatie op en vlak naast de spoorbaan wordt door de derde of vierde onderhoudsinstantie die hier rondrijdt een of meerdere keren per jaar met gif bespoten zodat alle vegetatie die daar staat gedood wordt. Zo wordt het nooit wat met dit terreintje terwijl de ligging en de rust die er zou kunnen zijn een geschikt leefgebied zou kunnen worden van grauwe klauwier, dwergmuizen, ringslangen en hagedissen. Allemaal soorten die, niet verbazingwekkend, in heel Zutphen en heel veel andere gebieden vrijwel volledig zijn uitgeroeid of ontzettend zeldzaam zijn geworden. 3.4 Twee van de driehonderdveertigIn november 2008 heeft de gemeente Zutphen een lijst gepubliceerd van 340 bomen waarvan beslist is dat de bomen gekapt moeten worden. Hieronder een foto van een walnoot en van een populier in Het Zwanevlot waarvan de walnoot een jaar geleden nog maar net gered is en waarvan de populier nog op de recente kaplijst staat.
Walnoot
Populier
In het voorjaar zijn populieren de allereerste bomen waarvan je het geruis van de bladeren kunt horen. Alle andere boomsoorten zijn later met hun bladgroei, maar wanneer je het ruisen van populierenbladeren kan horen is het pas echt voorjaar. Een populier groeit graag langs het water en is er goed tegen bestand om met het hele wortelgestel langdurig in het water te staan. Een typische boom dus van overstromingsvlaktes van rivieren en beken. De wortels van deze boom zijn richting Schouwlaak gegroeid (rechts net buiten de foto). Zo is de boom altijd verzekerd van genoeg water in droge zomers, de wortels houden de oever goed vast en waterdieren kunnen schuilen of leven in de soms uitgebreide wortelsystemen die in het stromende water hangen. Een goede boom op de goede plek maar tussen de boom en het water ligt een geasfalteerd fietspad. Door diktegroei van de wortels en de uitlopers daarop, is het asfalt omhoog gedrukt en inderdaad, je kon daar niet op je fiets blijven zitten wanneer je een beetje vaart had. Daarom is toentertijd het omhoog gedrukte asfalt weg gefreesd. Deze actie bleek niet voldoende want het asfalt kwam weer omhoog en is uiteindelijk deels verwijderd en vervangen door straatkeien. Volgend jaar komen ook die omhoog en daarom moet de boom weg. Het is overal waar fietspaden liggen van asfalt, tegels of keien een terugkerend probleem. Groeit er boom langs een fietspad, dan wordt de verharding ter zijner tijd omhoog gedrukt. Kruipt er een mol onderdoor of rot een oude dikke boomwortel weg, dan zakt het fietspad daar in. Fietspaden van dun asfalt zijn nooit een lang leven beschoren. Misschien is het een overweging waard om voor vrijliggende fietspaden op plaatsen waar bomen in de buurt staan of waar mollen voorkomen, een andere type van verharding te gebruiken. Een type van verharding bijvoorbeeld wat je gemakkelijk tien centimeter kan ophogen zonder dat er boomwortels of zelfs hele bomen voor weg gezaagd hoeven te worden. Er zijn meer opties om een fietspad te verharden dan alleen asfalt of klinkers. Van belang is dat de aanwezigheid van tientallen jaren oude beeldbepalende bomen in een woonwijk medebepalend zouden moeten zijn in de keuze van wat je doet en dat is hier bij het fietspad langs Schouwlaak niet gebeurd. Een fietspad van losse aangedrukte steentjes kan heel goed werken. Het enige is dat je er dan niet meer met de grote cyclomaaier overheen kan want dan gaat het fietspad stuk. Maar fietspaden van betonplaten is ook een heel goeie optie. De zware platen worden niet zo snel scheefgedrukt en gebeurt het uiteindelijk toch, dan kun je ze weer optillen en recht terugleggen. Het is van belang om bij de aanleg van menselijke bouwsels rekening te houden met de aanwezige natuur en toekomstige natuur. Wanneer zich een conflictsituatie voordoet, moet in eerste instantie gekeken worden naar wat er eventueel fout is in het bouwsel, waar het aangepast kan worden en hoe het probleem voortaan kan worden voorkomen. Het is van belang de natuur te ontzien want anders hou je niks over. Hier, in deze conflictsituatie van de populier en het fietspad, zou kiezen voor een ander type materiaal dan asfalt een goede oplossing kunnen zijn. En misschien is dit dan ook heel goed toepasbaar op andere vrijliggende fietspaden. Het zou de moeite waard zijn om eens uit te rekenen hoeveel bomen dat tussen nu en twintig jaar zou kunnen schelen. Of andersom; hoeveel bomen in Zutphen zijn de afgelopen twintig jaar gekapt omdat vrijliggende fietspaden omhoog kwamen en had een ander type van verharding die kap kunnen voorkomen? Dat zijn dus de bomen die er misschien nog hadden kunnen staan; twintig jaar ouder dan toen ze gekapt werden. 3.5 Eiland HelbergenIn hoofdstuk 2.6 is al ter sprake gekomen dat in het stedelijke gebied van Zutphen steeds meer groene terreinen, de zogenaamde inbreidingslocaties, worden volgebouwd met huizen en bedrijventerreinen. Eén van die locaties is het sportveldencomplex bij Helbergen. Wanneer je kijkt naar de grotere groenstructuren in Zutphen en zelfs wanneer je kijkt naar de grotere groenstructuren in Gelderland is het volbouwen van Helbergen misschien wel de meest foute locatie die er te verzinnen is binnen grenzen van de gemeente. Op de stadsplattegrond van Zutphen of op de kaart van het plangebied in bijlage 1 is goed te zien wat bedoeld wordt. Vanaf het Graaf Ottobad tot aan de IJssel loopt een brede groenstrook door Zutphen met daarin De Vijver, De Kaardebol, een volks-tuinencomplex, begraafplaats, kinderboerderij hondentraining en de sportvelden van Helbergen. De ligging ín de stad en het multifunctionele karakter biedt veel verschillende mogelijkheden voor buiten-activiteiten. Dit alles is een sterke kant van deze stedelijke groenstrook.
Daarnaast zijn de natuurwaarde opvallend groot. Het gaat wel niet om een hoog gekwalificeerd internationaal belangrijk natuurgebied, maar de strook is veel rijker dan je van een stadse groenstrook verwacht. Zonder dat er moeite gedaan wordt om de broedvogelbevolking te versterken vindt je hier broedvogelsoorten als roeken, sperwers, torenvalken, ijsvogels, appelvinken, krakeenden, grauwe ganzen, futen, vliegenvangers, karekieten en nog heel veel meer. Dit zijn soortenrijke gebieden in steden die je niet zomaar in een doorsnee stad tegenkomt en met een beetje moeite kan de diversiteit nog enorm toenemen. Het is voor omwonenden wel dè plek om dicht bij huis een dagdeel buiten door te brengen. Het is dit groen, de rust en vele mogelijkheden die er zijn, om vlak bij huis een paar kilometer te wandelen en van natuur te genieten die het zo bijzonder maken.
Maar uitgerekend daar, waar de strook stadsgroen aansluit op de IJssel, een internationaal belangrijk natuurgebied, worden woningen gebouwd! Op Gelders niveau is het ook een bijzondere plek want De Berkel en de Schouwlaak komen hier bij elkaar en stromen via gemaal Helbergen de IJssel in. Nieuwbouw op de plek waar nu de sportvelden liggen, zal een nog sterkere druk leggen op de uiterwaarden. Soms is het nu al bijna filelopen op de dijk. De drukte daar zal door de nieuwbouw alleen maar toenemen terwijl de kwaliteit van het gebied door de nieuwbouw afneemt. Een belangrijk deel van de toekomstige recreatie voor Zutphen is geplant in het Stuitgebied. Maar “even” naar het Stuitgebied lopen wanneer je in het Staatsliedenkwartier of in de Zuidwijken woont, zal niet snel gebeuren. Daarvoor ligt het Stuitgebied net even iets te ver. De omgeving van Helbergen wordt door inbreiding van nieuwbouw ongeschikter voor even een wandelingetje. Vaker zal daardoor de auto gepakt worden en het is dan de vraag of er gestopt wordt bij het Stuitgebied of gaan de honden los in de voor een auto iets verderop gelegen natuurgebieden van natuurmonumenten? Dat laatste is te verwachten. In het Stuitgebied zijn de nieuwe sportvelden geplant wat vermoedelijk ook het nodige extra autoverkeer zal genereren. Het oppervlak van de huidige sportvelden bedraagt zeven hectare. Wanneer deze woningen in en aan de randen van de Revelhorst gebouwd zouden worden, had je een heel andere situatie gekregen. Ik weet dat bedrijventerreinen, wonen, agrarisch en natuur allemaal strikt gescheiden moeten blijven, maar stel, stel.... Bedrijventerreinen zijn lang niet meer de bedrijventerreinen van de jaren 60 en 70. Ze zijn schoner en er is minder lawaai. Daar kan het goed wonen zijn. Wanneer daar woningen ingebreid zouden worden, maak je van een bedrijventerrein ook niet het desolate landschap wat het nu vaak is. Wanneer het terrein ook nog ingericht wordt met vegetatiedaken en vegetatiemuren en er zouden ook huizen langs de randen worden gezet, dan ben je meteen de grauwe aanblik van zo’n bedrijventerrein kwijt. Dan breng je wonen en werken bij elkaar wat veel autokilometers kan schelen. De parkeerplaatsen kunnen overdag gebruikt worden door personeel, ‘s nachts door de bewoners. Bewoners van de Revelhorst kunnen dan makkelijk bij huis recreëren in het Stuitgebied. Veel makkelijker dan wanneer je in toekomstig Helbergen zou wonen en met de auto naar je recreatieterrein moet, naar je sportveld, naar je werk en met de auto de hond moet gaan uitlaten. Een sportveld hoort niet achteraf te liggen, het werk ook niet en winkels, stadsnatuur, scholen en recreatiegebieden bijten elkaar niet als je dat goed inricht en daarbij rekening houdt met de verschillende functies. Dan pas worden deze nu gescheiden functiegebieden voor bewoners herkenbare locaties in hun eigen meer overzichtelijke woonomgeving. Dan pas kun je je veel beter binden aan je leefomgeving en zorg dragen voor “de buurt”. Hier blijven kansen liggen, maar wie weet, er rammelt veel tegenwoordig en als je goed luistert kan dat klinken als muziek.
Maar bij Helbergen is nog iets van belang. Daar waar de Berkel en de
Schouwlaak bij elkaar komen ligt een groenstrook: http://www.vwg-zutphen.nl/google/helbergen.kmz
De positieve effecten van een ingreep als deze leveren vooral voordelen op:
Een ander idee wat opkwam was om iets verderop langs de Laan naar Eme, in de bestaande groenstrook een greppel te maken van zo’n 350 meter lengte waardoor het water van de Berkel en de Schouwlaak met elkaar in verbinding komen door een beperkt stroompje. Hierdoor krijgt Zutphen er een aardig stukje water bij. Een water waardoorheen vissen van de Berkel naar de Schouwlaak kunnen zwemmen en andersom. Het stedelijk klimaat verbeterd daardoor en het is een heel mooie afscheiding tussen de weg en het parkje met natuurgebiedje. |
| Vorige | Inhoudsopgave | Volgende |