| Vorige | Inhoudsopgave | Volgende |
2.5 Klaagdieren en soortbeleidOm natuur te beschermen kun je een algemeen beleid opstellen over maaien, bomen en waterbeheer, maar voor sommige soorten of soortgroepen is dat net niet voldoende. Het zijn soorten die even wat meer specifieke aandacht nodig hebben en net dat beetje extra hulp of bescherming. Hieronder wordt de visdief, vleermuizen, roek, zwaluwen en ijsvogel kort besproken. Wanneer echt werk gemaakt wordt van de bescherming of hulp bij deze soorten zal dat uiteindelijk heel specifiek bekeken, onderzocht, beschreven en uitgevoerd moeten worden. Verder is specifiek soortbeleid mogelijk bij alle soorten waarvan het de moeite waard is zoals weidevogels, uilen, gierzwaluwen, marters, dassen, vlinders van de Rode Lijst, vissenbeleid etcetera. Tot op heden is daar binnen het groenbeleid nog weinig aandacht voor geweest. Iedereen heeft wel eens last van medebewoners. Soms zijn het de medeweggebruikers en soms zijn het beesten die je lastig vallen. Wanneer het om beesten gaat, neemt de een het voor wat het is, namelijk een interactie tussen verschillende diersoorten. Een ander wil er misschien meteen van af van datgene wat als lastig wordt ervaren of dat nu redelijk is of niet. In dat geval gaat het om de zogenaamde klaagdieren, dieren waarover geklaagd wordt. Vaak belanden klachten over dieren bij de gemeente omdat men blijkbaar de gemeente daarvoor verantwoordelijk acht. Hoe de gemeente Zutphen nu met deze klachten en vragen omgaat is niet helemaal duidelijk. Het zou heel mooi en zinnig zijn om voor de groepen van dieren waarover nu vragen en klachten zijn, de mogelijkheden te inventariseren om klachten te verminderen en om goede antwoorden op vragen te kunnen geven. Een deel van de antwoorden liggen besloten in informatie over bepaalde soorten. Wanneer je wat meer weet over de levenswijze, kun je mensen misschien gerust stellen, misschien juist niet, maar dan wordt het probleem wel duidelijk voor iedereen. Deze informatie zou gebundeld kunnen worden in bijvoorbeeld informatiefolders of op de website van de gemeente. De insteek van de informatie zou moeten zijn dat ook klaagsoorten ruimte nodig hebben om te kunnen leven in Zutphen en hoe je met aanpassing van je eigen gedrag overlast kunt verminderen. Hetzelfde type informatie en/of folders zouden gemaakt kunnen maken over andere aspecten van het groen- en milieubeleid binnen de gemeente; over het plantsoenbeheer, maaibeleid, omgaan met bomen, zwerfvuil, compost, waterbeheer etcetera. Soorten waar naar mijn idee informatiefolders zinvol voor zijn op dit moment zijn voor de zoogdieren de muskusrat, steenmarter, echte muizen, bruine rat, vleermuizen, vos. Bij de vogels zijn dat de roek en andere leden van de kraaienfamilie, ganzen en stadsduiven Bij de overige diergroepen gaat het vooral om de processierups, teken, wespen, mieren, spinnen en slakken. 2.5.1 Koloniedaken in De MarsNederland is beroemd om de grote broedvogelkolonies op eilanden. Het eiland Griend met de duizenden grote sterns is daarvan misschien wel het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld, maar ook de kolonies op de andere Waddeneilanden, Zeeuwse eilanden en de eilanden in het IJsselmeer zijn indrukwekkend en internationaal vermaard. In het verleden hebben er op eilanden langs de grote rivieren ook kolonievogels gebroed maar daar is weinig van over. Er zijn daar nog maar amper eilanden te vinden en spontaan komen eilanden voorlopig ook niet terug. De laatste tientallen jaren zijn er enkele kolonievogelsoorten die hebben geleerd om grote platte daken als alternatieve broedplaats te gebruiken. Een plat dak is net zo kaal als een zandbank die boven water uit steekt en op het dak zitten ze veilig voor roofdieren. In De Mars werd enkele jaren terug een kolonie visdieven ontdekt op een plat dak met een oppervlak van meer dan een hectare. De vogels visten vooral in de IJssel, maar ook in alle andere stadswatertjes en kanalen in Zutphen. In 2007 zaten er voor het eerst kokmeeuwen tussen de visdieven. Tijdens de telling in 2008 van het aantal broedparen, bleken de vogels verdwenen. Op het dak liepen mannetjes, bezig met een dakuitbreiding of een reparatie. Er stonden steigers en er lagen stapels bouwmaterialen op het dak. Niemand was blijkbaar op de hoogte, niemand had het gezien. Het was ze niet opgevallen dat er een visdievenkolonie zat of ze waren er niet in geïnteresseerd. Wie zal het zeggen. Het is de vraag of de vogels in 2009 nog terugkomen. Het ging hier om de enige visdievenkolonie in een omtrek van vele tientallen vierkante kilometers. Kolonievogels op daken hebben meer bescherming nodig en er moet actief aan gewerkt worden om die vogels bescherming te geven. Het inrichten van daken speciaal voor dakbroedende vogels zou een optie kunnen zijn om meer mogelijkheden tot broeden aan te bieden. 2.5.2 VleermuizenIn de zomermaanden zitten overal vleermuizen in Zutphen. Een heel mooie
plek om watervleermuizen te bekijken is bij de sluizen van Eefde waar de
witte muren verlicht zijn en ‘s nachts weerspiegelen in het water. Door
de verlichting en de spiegeling kun je daar midden in de nacht heel mooi
watervleermuizen zien jagen, maar ook overal in het stedelijk gebied van
Zutphen kun je in de avondschemering de laatvliegers, rosse vleermuizen
en dwergvleermuizen tussen en boven de huizen op insecten zien jagen.
2.5.3 RoekRoeken zitten al heel lang in Zutphen en zullen daar nog heel lang zitten, al is momenteel de populatie in Zutphen en zelfs in heel Gelderland in elkaar aan het zakken. Het is goed mogelijk dat de afname van de roek een gevolg is van het falen van de wettelijke bescherming. Roeken worden op uitgebreide schaal weggepest en steeds meer afgeschoten, ook in Zutphen. De reden van de verdelging is poep, herrie en jacht. Bij de Martinetsingel loopt een project met een investering van tienduizenden euro’s, bedoeld om de roeken naar een andere plek te doen verhuizen. Het verjagen daar zal uiteindelijk wel lukken, in ieder geval tijdelijk, maar de plek waarnaar toe ze zouden moeten verhuizen is niet geschikt voor zoveel roeken. Waarschijnlijk zal een deel van de vogels na twee mislukte broedseizoenen (ook daardoor keldert een populatie) zich ergens tussen de flats in woonwijken gaan vestigen.
Tot op heden is er in Zutphen nooit wat gedaan om roeken de bescherming te geven die ze nodig hebben. Een van de mogelijkheden die er is, is om nu al kolonielocaties in te richten voor de roeken over 30 jaar. Heel mooie locaties daarvoor zijn de oevers van het Twentekanaal, de randen van De Mars, de brede berm van 3,5 kilometer lengte aan de zuidkant van de N314. De bestaande roekenkolonies moeten een veel betere bescherming krijgen dan nu. Door bestaande koloniebossen te verstevigen met eventuele nieuwe aanplant, houd je een broedbos ook naar de toekomst toe geschikt. Voorkom de afgifte van kapvergunningen op plaatsen waar roeken broeden. Het gewoon omzagen van broedbomen is een geëigende methode om roeken weg te pesten. Om verjagen en afschot door jagers te voorkomen moet in een wijde cirkel van honderden meters rondom de kolonie een totaal jachtverbod worden ingesteld. Het valt niet te controleren of een jager zijn uitgezette fazanten komt schieten of roeken. Wel is te controleren of een jager wel of niet aan het schieten is, dus de enige methode om roeken tegen afschot te beschermen is een totaal jachtverbod op die locatie. Dit is vooral van belang in het agrarisch gebied waar nog amper roeken broeden omdat ze almaar illegaal worden afgeschoten. Roeken zijn immers niet voor niets massaal in de stad gaan broeden. 2.5.4 ZwaluwenHuis- en boerenzwaluwen zijn de laatste decennia fors afgenomen in Nederland.
Er is steeds minder voedsel beschikbaar in het agrarisch gebied en ook
nestgelegenheid neemt af. Er wordt tegenwoordig zelfs al over gesproken
om het in stallen broeden van boerenzwaluwen te gaan verbieden omdat het
broeden van vogels in stallen schadelijk zou kunnen zijn voor de volksgezondheid.
Hoe leeg kun je het agrarisch gebied krijgen?
2.5.5 IJsvogelDoor de verandering in het klimaat is de ijsvogel de laatste jaren enorm toegenomen. Overal in en buiten Zutphen kun je tegenwoordig ijsvogels zien. Helaas zijn veel wateren vanwege de kale oevers ongeschikt om daar te vissen. Het zou veel helpen wanneer meer bomen, struwelen en riet langs de oevers zouden blijven staan. Voor nestgelegenheid is de ijsvogel afhankelijk van steilwanden langs het water. Ook daar kan nog het nodige aan verbeterd worden. Steilwanden worden gezien als verval van de oever en worden daarom snel “hersteld” waarna ijsvogels daar niet meer kunnen broeden. Het in stand houden van steilwanden of het creëren daarvan kan voor meer broedgelegenheid zorgen.
|
| Vorige | Inhoudsopgave | Volgende |