Vorige Inhoudsopgave Volgende
 

2.4 Water

2.4.1 Oevers

Ondanks de vele beken en de aanwezigheid van rivier de IJssel, zijn er in Zutphen geen natuurlijke oevers meer. Al het stromende water is rechtgetrokken of ingebed in stenen of houten oevers om maar zo snel mogelijk al het water af te voeren. Waterplanten mogen er het liefst niet in groeien, oevervegetatie wordt er zoveel als maar mogelijk gemaaid, bomen mogen er niet staan en aan beide kanten van het water ligt meestal een schouwpad (lees trekkerpad). De natuur heeft ernstig te leiden onder deze manier van oeverbeheer.

De oeverzone op de grens van water en land is in de natuur een heel belangrijk element. Wanneer er bochten in een afwatering zitten is in de binnenbocht de stroming het laagst en in de buitenbocht het hoogst. In de binnenbocht ontstaat daardoor een voedselrijke afzetting waar oeverplanten weelderig op groeien, in de buitenbocht ontstaat afkalving met steilwandjes. In de oeverzone gebeurt heel veel. Vissen leggen er in stilte of met veel geplons hun eieren, evenals kikkers, padden en salamanders. Zoogdieren komen er drinken en vogels nemen er een bad. Langs de voedselrijke randen staat een weelderige en soortenrijke vegetatie met witte, paarse en gele bloemen. De wortels van wilgen, elzen en populieren houden aan de overkant de oever op zijn plek terwijl weer verderop door afkalving steilwanden ontstaan waar ijsvogels kunnen broeden. Meerdere soorten libellen en waterjuffers leggen er hun eieren en hun larven kruipen maanden of jaren later daar de kant op. In tijden van droogte of vorst vinden vissen beschutting in uitgesleten kuilen in de bodem. Het is een plaats waar de verschillende soorten futen, eenden en ganzen een nest bouwen tussen de takken van de boom, op het water, in de oevervegetatie of weer net iets verder van de waterkant af op een drogere plek. Reigers komen er vissen vangen en vissen vangen er de muggen die op het water hun eieren willen afzetten. Rietvogels bouwen nesten en de Koekoek maakt daar mooi gebruik van om zijn eieren daarin achter te laten, er zijn immers genoeg nesten en volop grote harige rupsen die de koekoek kan eten. Zwaluwen scheren over het water om te drinken of om insecten te vangen. Roofvogels proberen muizen, vogels of wat dan ook te vangen. Hun jongen moeten immers ook eten. Ringslangen jagen op muizen en kikkers en leggen hun eieren in aangespoelde hopen plantaardig materiaal. Slakken in het water eten het alg van de stenen, van elkaar en van de waterplanten af en de mossels in de bodem van het water zuiveren liters water per mossel per dag. Brasems graven met hun gekke bek in de bodem op zoek naar slakken, kleine zoetwatermossels en bloedzuigers. Een vette snoek vind die brasems wat te groot en wacht op een onoplettende riviergrondel. Het hele ecosysteem zorgt voor helder en schoon water, veel soorten en veel individuen van alle soortgroepen dieren die je maar verzinnen kan en al het voedsel in zo’n beek wordt gebruikt, gebruikt en hergebruikt: een ecosysteem.


Voorjaar 2006. Knobbelzwaan met acht jongen in de Schouwlaak

Hoe anders zijn de Zutphense beken...............
Zowel in het buitengebied als in de stad zie je dat oevers “onderhouden” worden volgens de maatstaven dat het water weg moet en wel het liefst zo snel mogelijk en het onderhoud moet simpel. Er hoeven geen vragen meer gesteld te worden en er worden geen overwegingen meer gemaakt. Er is één duidelijk beleid en dat wordt overal consequent toegepast, niet alleen in Zutphen maar in heel Nederland. Voor dit type onderhoud van water is geld onbeperkt beschikbaar en er hoeft met natuurwaarden en ecologie in praktijk geen enkele rekening worden gehouden. Rietkragen (als ze al de kans krijgen zich te ontwikkelen) worden zonder enige schroom in het broedseizoen gemaaid. Het water wordt zo smal als maar mogelijk gehouden met steile oevers. Hierdoor wordt het vergraven van oevers door muskusratten ineens een probleem waardoor weer overal klemmen op scherp in het water worden gelegd en klemmen zijn weinig selectief. Op veel plaatsen wordt het jaar rond vegetatie uit het water gehaald en oevers gemaaid. In Zutphen zelf zijn veel oevers van dikke houten of stenen beschoeiingen voorzien om het water zo snel als maar mogelijk af te voeren.

Hier broeden amper rietvogels langs de beken. Watervogels die een poging wagen om te broeden worden te vaak uitgemaaid en vissen die hun eieren afzetten in het vroege voorjaar gebruiken daarvoor fietsen, winkelwagentjes en kerstbomen omdat boomwortels van wilgen en populieren in het water veelal ontbreken. IJsvogels broeden vaak ver van het water af omdat er langs de oevers geen steilwandjes zijn. Zoogdieren lopen een groot risico te verdrinken wanneer ze in het water belanden want op veel plekken zijn de oevers te steil en verhard waardoor ze niet meer uit het water kunnen komen. Dat laatste geldt zelfs voor jonge eenden en meerkoeten.


26 dec 2008. Schouwlaak in de Zuidwijken

Hierboven staan twee foto’s van de Schouwlaak in de Zuidwijken. Niets aan de hand lijkt het. Een keurig onderhouden stadswatertje en niets op aan te merken. De hoofdfunctie van het groen hier is straatmeubilair. Op het linkerplaatje is te zien dat er rekening gehouden is met het feit dat dieren die in het water belanden er weer uit willen. Er zijn op dat plaatje drie zogenaamde wildopstap- of wilduittreedplaatsen te zien. Een egel, vos of steenmarter die in het water terecht komt, kan als die snapt hoe het systeem werkt, daar na een tijdje zwemmen langs de houten oever de kant weer op. Verderop richting gemaal Helbergen (rechterplaatje) is dit weer niet het geval. Daar verdrinken ze gewoon, maar verder is het onderhoud tot in de puntjes uitgevoerd. De bomen zijn allemaal op dezelfde manier opgesnoeid, het gras is overal kort, er ligt geen afval, en de beek bestaat uit een strakke bak waar je eventueel eendjes kan voeren. Dit is geen ecosysteem maar een systeem van rechttrekken, beperken en afvoeren. Het is een instabiel systeem en om dat te kunnen handhaven moet je jaarlijks veel geld en tijd investeren in onderhoud.

Met de uitgangspunten van de Vogelwerkgroep in het achterhoofd kijk je heel anders naar dit stedelijk landschap.: “Daar waar sprake is van gebruik en inrichting van land en water is natuur altijd en overal van belang. Natuur is een factor waarmee rekening gehouden moet worden. Wanneer dat goed gebeurt, met kennis en inzicht in de mogelijkheden, potenties en tijd, dan blijkt natuur geen vijand te zijn maar een metgezel van onschatbare waarde en onmisbare rijkdom”

Op beide foto’s is te zien dat er alle ruimte is om de Schouwlaak hier een veel breder stroombed te geven. Wanneer het water meer ruimte zou krijgen, dan kan de hele hardhouten oeverbeschoeiing eruit. Er is dan meteen plaats voor een oeverzone met vegetatie waarin riet en opslag van boompjes zorgen voor een gevarieerde oever en dan kan de oeverzone hier weer de ecologische taken vervullen welke hierboven beschreven zijn.
 

2.4.2 De Vierakkersche Laak als verbindingszone

De Vierakkersche Laak stroomt in het zuidoosten Zutphen binnen. Er spelen in die hoek verschillende dingen rondom water. In heel droge perioden van het jaar stroomt er te weinig water door de laak en kunnen vissen geen kant meer op (zie H 2.4.4). Recreatieplas Het Bronsbergenmeer heeft regelmatig te kampen met het probleem van blauwalgen in het water. Of onderstaand voorstel mogelijk is weet ik niet, maar niet gehinderd door enige specialistische kennis op dit terrein wou ik onderstaande ballon maar gewoon oplaten.


Huidige loop en voorstel voor aanpassing van de loop van de Vierakkersche Laak

Op de google-kaarten hierboven is links met een blauwe lijn aangegeven hoe momenteel het water van de Vierakkersche Laak Zutphen binnenstroomt. Een volledige en permanente scheiding van water zoals dat tussen het Gat van Roelofs, Bronsbergenmeer en Vierakkersche laak het geval is, is volstrekt onnatuurlijk en dat vraagt om problemen. De kaart rechts geeft aan hoe het ook zou kunnen.

In de huidige situatie is de Laak nergens mee verbonden en stroomt door de Revelhorst, door het Bungalowpark Bronsbergen om het Bronsbergenmeer heen, onder de N348 door, richting Gemaal Helbergen waar het water de IJssel in wordt gepompt. Door water langer vast te houden en het door en langs rietkragen te voeren, wordt de kwaliteit van het water beter. Het idee is nu om het water ter hoogte van de stuw bij de Hoge Balver om te leiden om de Revelhorst heen. Zo kan er een mooie rietmoeras-strook ontstaan aan de rand van het Stuitgebied. Het is een omleiding van ongeveer 2 kilometer. Wanneer water over deze lengte door moerasvegetatie is gestroomd, is de waterkwaliteit ongetwijfeld verbeterd op het moment dat het weer is teruggekomen bij de Hoge Balver. Daarmee kan ook de stuw als barrière voor vissen meteen worden omzeilt. Vissen kunnen dan met een omweg om de stuw heen zowel stroomop- als stroomafwaarts.

Wanneer het water terug is bij het Gat van Roelofs kan het, door gebruik te maken van stuwen, in het recreatieseizoen (mei - augustus) de huidige loop blijven volgen. Op die manier hou je in de “zwemtijd” eventueel smerig landbouwwater uit het recreatiegebied, maar misschien is het dan al zo schoon geworden door de omleiding, dat de verbinding met de twee plassen gewoon open kan blijven. Want dat is het idee. Door de Vierakkersche Laak, nadat het onder Den Elterweg is gestroomd, meteen het gat van Roelofs in te laten lopen, vervolgens naar plas Bronsbergen en dan pas onder de N348 verder te leiden, ontstaat een nieuwe situatie.

Het wateroppervlak van Bronsbergen is 9,5 ha en het Gat van Roelofs is 5,5 ha. Ik weet niet hoe diep die plassen zijn, maar stel dat de gemiddelde diepte 2 meter is, dan bevatten ze samen 300.000 kuub water. Wanneer het water van de Vierakkersche laak daarin stroomt, duurt het dagen voordat het aan de andere kant weer de plassen zal uitstromen richting IJssel. De waterkwaliteit zal dan dermate verbeterd zijn dat het misschien zelfs drinkbaar wordt. De instroom van het Laakwater zal de biodiversiteit in beide plassen heel erg goed doen. Groei van blauwalg zoals dat in het Bronsbergenmeer bijna jaarlijks een terugkerend probleem is, kan zo verleden tijd worden. Momenteel is er geen doorstroming, het water staat bijna stil, er is weinig biodiversiteit en te weinig biomassa in de plas en dat is blijkbaar een ideale situatie voor blauwalg.

Op loopafstand is een mooi voorbeeld te zien hoe biodiversiteit en biomassa water kan zuiveren. Loop daarvoor in de zomer eens om De Vijver bij het Graaf Ottobad heen. Neem twee lege glazen potjes mee en houd de ogen open. De Vijver bij de Kaardebol heeft dezelfde omvang als het Bronsbergenmeer en wordt gevoed met niet al te schoon water wat aan de noordoostkant binnen komt stromen. Het is me onduidelijk waar het nu eigenlijk vandaan komt. Het water in die hoek is troebel en op de bodem ligt vieze troep en er zijn hier geen of heel weinig waterplanten. Blijf hier eens goed kijken wat er allemaal vooral niet aan leven in het water huist. Vul hier één van de potjes met water. Loop vervolgens naar de andere kant van De Vijver in de zuidwesthoek. Ga daar een tijdje op het bruggetje staan en kijk eens op de bodem wat je nu allemaal wèl ziet aan planten en dieren op en vlak boven de bodem! Dat is hetzelfde water, enkele dagen later. Vul nu het tweede potje en vergelijk nu het verschil in helderheid van het water in de potjes. Let meteen ook eens op wat er te zien is op en rond De Vijver. Op het eiland zitten misschien wel de tientallen aalscholvers in de bomen lekker in het water te schijten. Honderden grauwe ganzen dobberen er rond met jongen, tientallen eenden in verschillende soorten zwemmen er rond. Er broeden futen in de bomen die in het water liggen, overal zitten broedende meerkoeten, roodwangschildpadden liggen te zonnen op de boomstammen in het water en af en toe zeilt een ijsvogel voorbij. In het water zwemmen karpers en zeelten en weidebeekjuffers fladderen over het wateroppervlak. Een eigenlijk ongekend rijk stuk natuur en dit nota bene midden in Zutphen! Het voedselrijke water wat aan de noordoostkant De Vijver binnenstroomt zorgt in dit type natuur voor een hoge biodiversiteit en veel biomassa in de vorm van vissen, mossels, rivierkreeften, vogels en vegetatie. En die biomassa en biodiversiteit samen maken het water schoon en dat kost niks!


Eiland in De Vijver met slaapplaats van aalscholvers in de bomen.

Eenzelfde soort situatie is ook mogelijk bij het Gat van Roelofs en Bronsbergen wanneer de Vierakkersche Laak daar naar binnen zou stromen. Wat er nu gebeurt met het voedselrijke water van de Laak is dat het naar de IJssel wordt gepompt. Daar wordt het aan een al brede waterstroom toegevoegd en bereikt enkele dagen later de randmeren van het IJsselmeer. Pas daar gaat het voedselrijke water zijn werk doen, samen met het voedselrijke water van de vele tientallen andere afvoerputten (lees: laken en beken) uit landbouwgebieden. Decennialang heeft in de randmeren het probleem van verbraseming gespeeld. Het probleem werd veroorzaakt door teveel voedselrijk water op een plek waar dat niet normaal verwerkt kon worden door het ecosysteem “groot oppervlakte-water”. Dat kan voorkomen worden door het voedselrijke water veel eerder te “verwerken” in ecosystemen die voedselrijk water wel kunnen opnemen: gebieden als De Vijver, Bronsbergenmeer en Gat van Roelofs. Met een andere inrichting van het landbiotoop aan de oostkant van het Gat van Roelofs, bestaat hier tevens de mogelijkheid om een fors rietveld te laten ontstaan.

Wanneer de Vierakkersche Laak onder de snelweg door is, veranderd de naam in Schouwlaak en stroomt verder in noordoostelijke richting door de Zuidwijken. De oevers daar laten uit oogpunt van water, natuur en beheer ook nog veel te wensen over. Verderop stroomt dit water langs de Kinderboerderij De Schouw. Deze kinderboerderij is ook een van de mooie plekken in Zutphen waar het soms ook erg druk kan zijn. Het terrein is 7,5 ha groot. Op het terrein ligt een mooi kronkelig water en samen met de poel in de noordwesthoek, bedraagt het oppervlak water 1,7 ha. Helaas is het water in de zomermaanden soms opvallend troebel. Dit is niet verwonderlijk want het water stroomt amper en is heel voedselrijk. De dagelijkse kilo’s brood die er bij de eenden en ganzen ingaan, komen er aan de achterkant weer uit. Eenden en ganzen zijn watervogels dus een groot deel daarvan belandt in het water. Het zou geen kwaad kunnen wanneer dat half verteerde brood als voedsel zijn weg zou kunnen vervolgen, maar dat is moeilijk in het relatief kleine en ondiepe wateroppervlak.

Hierboven heb ik eerder het voorbeeld gegeven van De Vijver, hoe daar het water door de planten en dieren die er leven, steeds schoner wordt. Dit water uit De Vijver komt ter hoogte van het fietstunneltje samen met het water van de de Vierakkersche Laak die vervolgens aan de andere kant van het fietspad, vlak langs de De Schouw stroomt. Om het water van De Schouw weer aan de praat te krijgen zou een directe verbinding met de Schouwlaak wenselijk zijn maar dit is vanwege het hoogteverschil moeilijk, maar niet onmogelijk.


April 2006. Stadsnatuur bij Kinderboerderij De Schouw

Voorstel is om bij de ingang van de kinderboerderij een kleine windmolen neer te zetten. Zo’n Amerikaans model met veel wieken die, wanneer het waait, water op pompt vanuit De Schouwlaak naar De Schouw. Het pompsysteem zou meteen als vistrap kunnen worden ingericht. Het relatief schone water zou zo uit de Schouwlaak naar De Schouw kunnen worden gepompt. 200 meter verderop zou een buis onder het fietspad kunnen zorgen dat er schoon water van De Schouw naar de Schouwlaak kan stromen. Wel is het nodig dit begeleid te doen door middel van een vlotter om zo te zorgen dat het waterpeil van De Schouw redelijk stabiel kan blijven. De waterkwaliteit van de kinderboerderij kan door een bescheiden, doch bijna permanente instroom van schoon water aanzienlijk verbeteren. Het water kan weer helder worden waardoor waterplanten meer kans krijgen te groeien. Dit biedt nieuwe kansen voor waterinsecten, libellen, slakken, amfibieën en mossels die, hoe meer er van zijn, hoe meer voedselrijk water ze kunnen verwerken.  Het terrein kan zo geschikt worden voor heel veel jonge vis en zo komen we weer bij de vistrap. Ondiep en licht  stromend water zoals bij De Schouw kan een ideale kraamkamer zijn voor jonge vissen en amfibieën. Het beschutte water is relatief snel warm in het voorjaar. De boomwortels die uit de oever in het water groeien zijn ideale paaiplaatsen; daar waar de vissen, wanneer er nog weinig waterplanten zijn in het vroege voorjaar, hun eieren in kunnen afzetten. Zo kan een rijker ecosysteem in gang worden gezet met veel meer kwaliteiten voor mensen, dieren en planten.

Een windmolen met vistrap is een eenmalige investering die, door met het leven wat weer op gang komt en door de verbeterde waterkwaliteit, zichzelf snel terugverdient. Ouders hoeven dan ook niet meteen bang te zijn voor enge ziektes wanneer een kind per ongeluk in het water valt. Verder biedt zo’n langzaam draaiende windmolen natuurlijk een prachtige binnenkomst op het terrein.
 

2.4.3 Eilanden in stadsvijvers

In laaglandgebieden zijn eilanden van oorsprong een veel voorkomend landschapselement. Stromend water gaat nooit rechtdoor en als gevolg daarvan is er altijd een oever die afkalft tegenover een oever die aangroeit. Voor en achter een oever waar grond wordt afgezet, is er altijd een stuk oever die afkalft en zo is er ook, voor en achter een oever die afkalft, altijd een strook oever waar grond wordt afgezet. Uiteindelijk worden op die manier eilanden afgesnoerd. Hoe meer water er stroomt hoe groter de eilanden. Een simpel principe dat al miljarden jaren bestaat en waardoor overal waar water door laagland stroomt, uiteindelijk grote en kleine eilanden ontstaan. 

De natuur op eilanden zijn over het algemeen heel rijke gebieden en elk eiland heeft ook zijn heel eigen karakteristieken. Helaas zijn er niet zoveel meer over in het Nederlandse landschap. Binnen het plangebied is er een heel mooi eiland te vinden in De Vijver. Het wateroppervlak van De Vijver bedraagt 9,5 ha en daarin ligt een aangelegd eiland van 0,7 ha. De rijkdom aan natuur daarop is enorm. In eerste instantie wordt er niet gemaaid en gezaagd en dat levert al veel op. Verder is het vrij ontoegankelijk waardoor menselijke verstoring minimaal is. Grondpredatoren als vossen, marters, egels, honden en katten kunnen het eiland niet of moeilijk bereiken waardoor broedvogels behoorlijk veilig kunnen broeden. Er is een dichte vegetatie aanwezig van hoge bomen en dicht struweel en er ligt ook veel dood hout. De vegetatie heeft een rijke structuur en door de jaren heen is een afwisselende oeverzone ontstaan met dicht bramenstruweel, boomstronken, geërodeerde oevers en in het water liggende dode en levende bomen.
In H 2.4.2 kwam de natuurlijke rijkdom van dit eiland ook al eens aan de orde. Op dit kleine stukje hebben de afgelopen paar jaar de volgende vogelsoorten gebroed: grauwe ganzen, nijlganzen, brandganzen, canadese ganzen, wilde eenden, meerkoeten, waterhoentjes, ijsvogel, roeken, zwarte kraaien, eksters, houtduiven, merels, zanglijsters, boomkruipers, roodborsten, winterkoningen, koolmezen, pimpelmezen en vast nog een heleboel andere soorten, en dit op 0,7 ha.

Met het uitgangspunt dat met groenbeheer biodiversiteit en ecologische samenhang zoveel mogelijk ondersteund moet worden, is aanleg van eilanden in grote plassen een logisch gevolg. Eilanden ontstaan niet meer vanzelf terwijl de soorten en ecosystemen zich de afgelopen miljoenen jaren wel ontwikkeld hebben met de aanwezigheid van eilanden. We hebben te diep ingegrepen in het natuurlijke waterhuishouding om nog spontaan eilanden te kunnen laten ontstaan en we hebben er al teveel opgeruimd. De laatste decennia is op nationale schaal wel het één en ander veranderd. Kunstmatige in stand gehouden of aangelegde eilanden als Griend in de Waddenzee, De Kreupel in het IJsselmeer, de eilanden in de Zeeuwsche Delta zijn internationaal vermaard.

Zutphen heeft een aantal stadsvijvers waar al eilanden zijn of nog kunnen worden aangelegd. Over het eiland in De Vijver is al genoeg gezegd. In de Grote Gracht ligt een rieteiland welke vrij recent rigoureus onder handen is genomen. Het is te hopen dat dit eiland de komende decennia met rust gelaten wordt en weer kan uitgroeien tot een belangrijk natuurgebiedje.

Een vijver waar een eiland niet zou misstaan is de Vispoortgracht. Het wateroppervlak bedraagt hier 3 ha. Wanneer dezelfde verhoudingen als in De Vijver zou worden aangehouden voor het oppervlak eiland, dan zou er ruimte zijn voor een eiland van 0,3 ha of daarvoor in de plaats enkele kleinere eilanden. Het grote voordeel van kleinere eilanden is dat er relatief meer oeverzone ontstaat. Het voorstel is om één of meer kleine eilanden in de Vispoortgracht aan te leggen. Wanneer dit op een manier gebeurt dat bomen als elzen daar spontaan opkomen en blijven opkomen (drassige bodem), dan kan daar midden in de Vispoortgracht te zijner tijd een mooie roekenkolonie ontstaan. Daardoor kan de overlast bij de parkerplaats van de rechtbank afnemen en de roek kan blijven broeden in de omgeving van de Martinetsingel en Vispoortgracht. Deze eilanden zullen ook op watervogels een heel positief effect hebben. Maar je kan ook kiezen voor een eiland zonder begroeiing voor of voor een wilg- en vliervegetatie waarop, onder en tussen de aalscholvers, ganzen en eenden kunnen broeden.


Links: voorstel voor de aanleg van eilanden in de Vispoortgracht. Er is geen enkele reden waarom Aalscholvers niet zouden kunnen broeden in de Vispoortgracht (rechts: aalscholverkolonie in het Hoefijzermeer, Noord-Hollands Duinreservaat 2007)

Een tweede locatie waar een eiland helemaal niet zou misstaan is het Bronsbergenmeer. In H 2.4.2 wordt een voorstel gedaan voor een ander waterbeheer van deze recreatieplas. Naast een ander waterbeheer valt er ook aan de inrichting nog het een en ander te verbeteren. Het Bronsbergenmeer heeft een oppervlak van 9,5 ha. Hieronder staat op een plattegrond van het gebied een voorstel voor de aanleg van twee eilanden met een gezamenlijk oppervlak van 0,8 ha. Het Bronsbergenmeer is een prachtlocatie wat betreft de ligging vlak bij Zutphen, vlak bij een Bungalowpark en makkelijk te bereiken als je van ver met de auto komt. Toch is het oppervlak groot en heeft de plas te kampen met een bijna jaarlijks terugkerend probleem van blauwalg. Het uitzicht laat ook te wensen over. Vanaf de west- en zuidzijde lig je daar een beetje tegen een verhoogde snelweg aan te kijken. De plas heeft ook een grote omvang maar niet groot genoeg om je aan het IJsselmeer te wanen. Het mist op de een of andere manier beschutting. Eén of twee eilanden in het centrale deel van het meer maakt het gebied meer besloten en spannender wanneer je langs de oevers vertoeft of je in het water bevindt. Maar hopelijk is het Bronsbergenmeer niet te diep daarvoor........


Vispoortgracht, nu nog zonder eilanden. Links op de oever lijken de aalscholvers en meeuwen te zitten wachten totdat het zover is.

Voor de aanleg van eilanden in bovengenoemde plassen is flink wat grond nodig. Nu heeft iedereen een  tijdlang kunnen zien hoe de gebouwen op De Mars van Reesink zijn afgebroken. Wat er met het puin is gebeurd weet ik niet en of het wegwerken van het puin geld heeft gekost of heeft opgeleverd, is mij ook onbekend, maar het is waarschijnlijk over grote afstanden afgevoerd. Mogelijk komt er de komende jaren meer puin uit De Mars. Dit materiaal kan heel goed gebruikt worden om eilanden te creëren. Wanneer er een kegel van puin wordt gestort op de bodem totdat het boven het water uitkomt en een eiland vormt, kan dit een mooie manier zijn om van puin af te komen en het scheelt vervoer over grote afstanden. Een kegel van puin in het water biedt de beste mogelijkheden voor driehoeksmossels om zich daaraan te hechten en de holtes aan de zijkant van de puinkegel bieden goede schuilplekken voor jonge vis en rivierkreeften. Allemaal soorten die goed voedsel zijn voor andere dieren en het water zuiveren. Puin biedt verder het voordeel minder vertroebeling van het water dan wanneer losse grond zou worden gebruikt. De vorm van een stenen eiland vanaf de bodem is daarnaast steiler dan met losse grond, dus het kost minder “waterinhoud”. Verder levert het een stevigere bodem op waardoor minder inklinking van de eilanden zal plaatsvinden en een schralere bodem is beter voor een gevarieerdere vegetatie. In het Bronsbergenmeer is dat van belang omdat een ruwe bodem met brandnetels, bramen en struweel met zoveel mogelijk doorns noodzakelijk is om recreanten op een natuurlijke wijze van de eilanden te weren.

Aan de andere kant kan er ook voldoende grond beschikbaar komen uit de omgeving wanneer de oevers van Laken en de Berkel vergraven worden tot natuurlijke oevers. Maar daarover meer in andere hoofdstukken.


Voorstel voor de aanleg van twee eilanden in het Bronsergenmeer
 

2.4.4 Poelen voor vissen

Er zijn allerlei watertjes in de Gemeente Zutphen. Ze worden meestal laken genoemd, maar het zijn eigenlijk “gewoon” beken: laaglandbeken. Langzaam afstromend water in een vlak landschap. Als je ze goed bekijkt, schrik je altijd van de armoe. Een van de mooiste natuurlijke elementen in het landschap, in boeken en in sprookjes zijn de beken. Neem de moeite eens om op een vrije zondag de Vierakkersche Laak af te lopen van gemaal Helbergen tot aan Vorden om te zien hoe hiermee is en wordt omgesprongen door de verantwoordelijke organisaties. Laat je fantasie eens op de loop met het idee hoe zo’n beek eruit zou kunnen zien wanneer die een natuurlijk stroombed en een natuurlijk waterpeil zou hebben. Bedenk eens dat je daar als vis van 50 centimeter jaar in jaar uit zou moeten overleven. De laken in Zutphen zijn gewoonweg dramatisch en het enige wat nog ontbreekt is het beton op de bodem. Denk dan eens aan de vakanties in het buitenland, hoe beken in vlak land er daar uitzien. 

De zomer van 2006 was warm en droog. Als gevolg daarvan daalde het grondwaterpeil waardoor beken begonnen droog te vallen. Het hele ecosysteem van de beek viel terug naar bijna een nulpunt. De stuwen in de beken en het gebrek aan uitgesleten waterholen in de bodem en de opgetrokken stuwen in de beek zorgden ervoor dat vissen geen kant meer op konden. Goeie dagen waren het voor de blauwe reigers die zich onbeperkt konden volvreten, want de vissen konden geen kant meer op. Ze werden opgegeten of stierven in de opdrogende modder en bijna de gehele zoetwatermosselpopulatie legde het loodje. Strenge winters zullen bijna hetzelfde effect hebben; vissen die stukvriezen in het ijs want ze kunnen immers nergens naar toe.

Na zo’n catastrofe duurt het vervolgens jaren voordat zo’n beek met stuwen als hindernissen weer een gezonde vissenpopulatie herbergt. Eigenlijk moeten al die beken op de schop en gerepareerd worden maar zolang dat niet gebeurt, zou er bij het type laak dat droog kan vallen, aangrenzende diepere waterpoelen moeten komen waarin vissen zich in droogte kunnen terugtrekken om zo het watergebrek en strenge winters beter te kunnen overleven. Een vissenpopulatie zich veel daarna veel sneller herstellen dan nu het geval is.

Er zijn meerdere beken die via de Gemeente Zutphen in de IJssel afwateren, Van noord naar zuid zijn dit: Eefse Beek, Berkel, Onderlaatsche- via Warkensche Laak overgaand in Ooyerhoekse Laak, Vierakkersche Laak en een heel klein stukje Stroomkanaal van Hackfort. Stuk voor stuk afwateringen welke niet meer te herkennen zijn als een “Beek”.


24 jul 2006. Droogvallende Vierakkersch Laak bij de Revelhorst
 

2.4.5 Bomen in het water

Het belang van bomen die boven het water hangen of in het water liggen, kan niet vaak genoeg benadrukt worden. Zowel de levende als de dode bomen welke helemaal of half in het water liggen, zijn heel belangrijke natuurlijke elementen. Het biedt zangvogels de mogelijkheid om veilig bij het water te komen om daar te drinken of te baden, ijsvogels kunnen er vissen vangen vanaf verschillende hoogtes en locaties, watervogels kunnen er veilig slapen, dodaarzen, futen, meerkoeten en waterhoentjes bouwen er nesten in, vissen jagen daar op insecten, libellen gebruiken de takken om eieren in het water af te zetten en jonge libellen gebruiken de takken weer om later het water uit te komen. Wilgen en populieren hebben vaak uitgebreide wortelstelsels in het water welke van belang zijn voor vissen om eieren af te zetten en voor jonge vis om daar veilig op te groeien. Te vaak zijn bomen die in het water hangen in het kader van onderhoud zomaar opeens verdwenen, in mootjes gezaagd en afgevoerd. Het is van groot belang die bomen te sparen en daar zuinig op te zijn.


Maart 2008. Bomen in het water zijn voor veel dieren van belang. Links: roodwangschildpadden in De Vijver. Rechts: restant van broedplaats van futen en slaapboom van waterhoentjes in de Berkel; omgezaagd en afgevoerd.


....wilgen en populieren hebben vaak uitgebreide wortelstelsels in het water die van belang
zijn voor vissen om eieren af te zetten en voor jonge vis om daar veilig op te groeien....
(wilg langs de IJssel)
 

2.4.6 Riooloverstort

Een paar jaar jaren geleden regende het hier in Zutphen tot tweemaal toe ontzettend hard. Dat gaat vaker gebeuren de komende jaren. Het water hier in de straat kon niet meer weg via het riool, integendeel. Het water van Zutphen-verderop kwam hier uit de straatputten omhoog en bereikte al snel de drempel bij de voordeur om even daarna via de wc in huis omhoog te komen waarna het wc-hok en de hal volliep met grotendeels regenwater..................................... (Je moet wat, dus ik heb alles in de kruipvloer geschoven.)

Het oppervlak plangebied is 20 km2. Wanneer daar bijvoorbeeld 5 centimeter water op valt in één dag, dan valt daar dus 1 miljoen kubieke meter water (50 liter per m2 maal 20 miljoen vierkante meter). Het oppervlak verharding bedraagt 231 ha aan daken, en 240 ha aan wegen en dan is een groot deel van de 565 ha aan erven eveneens verhard. Uitgaande van een lage schatting van 500 ha verharding waarvan de neerslag die daar valt via het riool wordt afgevoerd, dan moet er op een regendag met 5 cm neerslag 250.000 kuub water worden afgevoerd.

Enkele dagen na deze bui werd ik er op gewezen dat er op de bodem van het water in het Zwanevlot overal dode vissen lagen. En inderdaad, de hele vissenpopulatie lag daar op de bodem. Duizenden vissen lagen daar weg te rotten. Het deed me denken aan mijn jeugdjaren in Utrecht toen dat daar een bijna jaarlijks evenement was. “Luchtgebrek” noemde we het en we sleepten dan emmers vis van de ene stadgracht naar de ander waar nog geen vissen op apegapen lagen. In de krant stond steevast dat het een gevolg was van rottende boombladeren op de bodem; de palingen kropen door het plantsoen! Jaren later bleken niet de bladeren de oorzaak, maar waarschijnlijk benzeen uit het beruchte griftpark in Utrecht........... en de paling? Die staat nu op de Rode Lijstsoort.

De vissterfte in Zutphen had niets met benzeen of rottende bladeren te maken maar met rioolwater wat nergens heen kon en in het oppervlaktewater geloosd werd. Onacceptabel wat mij betreft. Ik weet niet of hiervoor al maatregelen zijn getroffen, maar wanneer het riool het regenwater niet meer aankan, moet dat ergens worden opgevangen in een bovengrondse of ondergrondse wateropvang maar dat mag niet hele ecosystemen de nek omdraaien.

Wanneer calamiteiten met rioolwater zich opnieuw zouden kunnen voordoen bij zware neerslag, dan is het zinvol om een oplossing voor dit probleem mee te nemen in een nieuw groenbeleidsplan.

P.s. Tegen dit soort waterellende heb ik nu een terugslagklep in de waterafvoer zodat afvalwater niet meer zo gemakkelijk terug het huis in kan.
 

2 4.7 Na-zuiveren van afvalwater

Op De Mars ligt een waterzuivering waar afvalwater wordt gezuiverd. Wanneer dit volgens de huidige maatstaven schoon genoeg is, dan wordt het via een buis onder de uiterwaarden door in de IJssel gepompt. Wanneer je de constante stroom van zwartbruin water de IJssel in ziet lopen (ga vooral eens kijken), krijg je als leek toch wel het sterke idee dat het nog best wel smerig water is. Ergens zal het water weer schoon moeten worden en ergens zal het zwartbruine goedje neerslaan of opgenomen moeten worden in het ecosysteem? Voorstel is om dat water nog eens na te zuiveren voordat het wordt geloosd. Het is wat vreemd wanneer anno 2009 nog steeds relatief vuil water in het ecosysteem IJssel wordt gepompt terwijl er al veel mogelijk is wat betreft het na-zuiveren van water door middel van filters of rietvelden. Het opnemen en verwerken van het voedselrijke water is moeilijk voor een versteende IJssel zonder waterplanten en helemaal wanneer daar op elke paar kilometer op de linker- of rechteroever weer een beek of buis voedselrijk water aan het systeem wordt toegevoegd. Het volledige ontbreken van vegetatie in de oeverzone langs de hele lengte van de rivier, maken het ook vrijwel onmogelijk om slib en voedingsstoffen vast te leggen of te verwerken. Een satellietfoto waarop heel goed te zien is hoe het zwarte afvalwater in de IJssel langs de oever naar het noorden wordt meegevoerd is te vinden onder:
 http://www.vwg-zutphen.nl/google/afvalwater.kmz

 
Vorige Inhoudsopgave Volgende