| Vorige | Inhoudsopgave | Volgende |
2.3 BomenIedereen die wel eens een science fiction film heeft bekeken weet wat voor rare wezens er allemaal gecreëerd worden in de fantasiewereld van Hollywood of Bollywood, maar de meest vreemde wezens zijn vlak bij huis te vinden. Bomen zijn echt vreemde wezens. Tientallen jaren, soms eeuwenlang staan ze op dezelfde plek en hoe ouder ze worden, hoe belangrijker en invloedrijker voor de omgeving. Een boom is in staat om met behulp van hun tientallen meters lange wortels allerlei voedingsstoffen van ver en soms heel diep uit de bodem los te weken voor zijn eigen opbouw. Een boom creëert een eigen specifiek microklimaat om zich heen. De waterhuishouding (vochtigheid) van de bodem is anders dan een eind verderop. De wind wordt er gedempt en het water en stof uit de lucht wordt opgevangen en valt uiteindelijk onder de boom. De temperatuur bij een boom is anders dan in het open veld, een boom levert schaduw en voedsel voor andere planten en dieren in de vorm van bladeren, vruchten, zaad en dood hout. Er groeien schimmels en korstmossen op en veel dieren en planten zijn direct of indirect afhankelijk van de invloedssfeer van de boom, dood of levend. 2.3.1 Onderhoud van bomenBij het onderhoud van bomen zie je veelal hetzelfde beeld. Één rechte stam omhoog en vanaf vier tot zes meter boven de grond verschijnen de eerste takken. Wanneer een boom een dubbele kroon dreigt te krijgen wordt er één kroon verwijderd, wanneer een boom scheef groeit wordt die weer in “de vorm” gezaagd en alle dode takken worden verwijderd. Hoe hoger de boom, hoe hoger de boom wordt “opgesnoeid’ waarbij dus de onderste takken worden verwijderd. Zieke bomen worden omgezaagd nog voor ze dood zijn. Bomen met veel schimmels op de stam idem evenals grote bomen die door wind of bliksem hun kroon hebben verloren. Wanneer een boom scheef gaat door harde wind en om lijkt te gaan vallen, gaat ook meteen de kettingzaag erin. De boom gaat plat waarna met een stronkenfrees en veel lawaai de laatste resten hout uit de grond verwijderd worden. Het gat wordt gevuld alsof er nooit een boom geweest is. Dit is alles een logische consequentie van het uitgangspunt dat een boom slechts straatmeubilair is. Uitgangspunt van meneer A. Meneer B. echter hanteert een ander uitgangspunt en zijn beheer van bomen is daarom heel anders. Een boom is een belangrijk onderdeel van het ecosysteem, ook in de stad. Vanwege de omvang, vorm, hoogte, leeftijd, ontoegankelijkheid etcetera beïnvloedt de boom direct zijn omgeving en hoe groter de boom, hoe verder zijn invloed reikt. Een boom in zijn groeifase stelt eigenlijk niet zoveel voor, maar is als straatmeubilair het ideale “model”. Stevig de lucht in met een rechte stam en een volle kroon zonder dood hout. Na de groeifase omhoog, bereikt de boom een nieuwe fase van groei in de breedte. Meneer A. kijkt angstvallig omhoog om te zien of er geen takken dreigen te breken terwijl meneer B. genoegzaam kijkt naar de volwassenwording van de boom. Hij kijkt naar de hoge nesten van de Roeken en Eksters die zich bovenin bevinden. Een paar spechten hebben een nesthol uitgehakt en onder aan de voet kruipen enkele houtmieren in en uit de stam. Tien jaar later werd deze boom door meneer A. omgezaagd. Het gevaar
van vallende takken vond die te groot geworden en de boom werd door hem
ziek genoemd. Aan de voet van de boom groeiden namelijk allemaal griezelige
houtzwammen. Het kostte met de hoogwerker en kettingzaag een halve dag
werk om al het hout te verzagen en af te voeren. In het fietspad waar de
zware boom op gevallen was, zat een diepe deuk en een tiental straattegels
bleken gebroken. Dat zou later allemaal weer hersteld worden.
Weer tien jaar later reed meneer A. Langs de plek waar de boom had gestaan.
“Misschien moet hier maar weer een nieuwe aanplant komen” dacht hij.
Vijf jaar later kwam meneer A. in zijn auto aanrijden met in de aanhanger
een hele bos jonge boompjes. Op elke dertig meter na elkaar kwam er één
langs het fietspad en ze kregen allemaal twee boompalen en een grondbuis.
“Dat ziet er weer netjes uit” dacht A.
2.3.2 Dode bomenWanneer een boom afsterft wordt al het materiaal waaruit de boom in decennia is opgebouwd weer langzaam afgebroken. Op dat moment breekt een heel nieuwe fase aan ten opzichte van zijn omgeving. De afbraak van een boom gaat heel anders dan het afbreken van een gebouw als Reesink en ook het materiaal krijgt een betere bestemming. Het afbreken van een boom duurt lang en het materiaal waaruit die bestaat dient tot voedsel voor andere planten en dieren. Behalve het aanleveren van een permanente stroom voedsel, zorgt een boom bij het afsterven voor veel structuur en microbiotopen op een klein oppervlak. Onder de grond lossen de wortels op en dit creëert een uitgebreid netwerk van gangen waarin de dieren die in de grond leven voedsel en leefgebied vinden. Insecten openen de aanval op het dode hout. Verschillende soorten houtverwerkende keverlarven vreten gangen in de stam en de takken. Weer andere soorten leven in díe gangen of achter de loszittende schorsplaten. Vogels, spitsmuizen en sluipwespen maken gebruik van het grote aanbod aan insectenlarven die in het hout leven. De holtes in de dode boom worden steeds groter en nadat er eerst mezen in een gat kunnen broeden, kan wanneer doordat het gat steeds groter groeit, daar later een spreeuw in broeden, weer later een paar kauwen en nog later een bosuil en daarna bijvoorbeeld een marter of een groep rosse vleermuizen. Jaar na jaar kunnen die natuurlijk holtes bewoont zijn afhankelijk van het stadium waarin de boom verkeerd. De omvang van de holtes die er in zo’n stam zitten, zijn langdurig de woningen van verschillende soorten dieren. De biomassa van de boom gaat uiteindelijk door de jaren heen vrijwel volledig over in de biomassa van alles wat er van zo’n boom leeft. De duizenden kilo’s hout worden zo via via uiteindelijk omgezet in nog veel meer duizenden kilo’s insecten, mieren, vogels, planten en zoogdieren en zo is het een ecosysteem op zich. Helaas gebeurt dat in Nederland zelden en in Zutphen is het al niet anders. Ik zou geen plek in de regio Zutphen kunnen aanwijzen waar een oude boom van meer dan 200 jaar is doodgegaan die de kans krijgt om volledig te absorberen in de levende wezens in en rondom die boom. Dode bomen worden te snel weggehaald zowel in het stedelijk gebied als in het buitengebied en ook in de natuurreservaten in de regio zijn in 2008 weer massaal dode bomen vlak boven de grond afgezaagd terwijl er geen enkel natuurfragment te verzinnen is die zoveel leven creëert als een dode boom. Wat zou er bijvoorbeeld mooier zijn op een begraafplaats dan een oude dode boom die leven creëert. Een passender stuk straatmeubilair met zoveel symboliek op een begraafplaats, kun je toch echt niet verzinnen. Maar zelfs op begraafplaatsen of in natuurterreinen krijgen dode bomen amper respect en bij de eerste tekenen van ziekte gaat de kettingzaag erin en komt de stronkenfrees erbij om al het leven wat die boom nog te bieden had in één ochtend af te breken en als duur afval af te voeren. De enige zinvolle reden die er misschien te verzinnen is om dode bomen in parken en plantsoenen te verwijderen is gevaar voor afvallende takken. Wanneer de kop van de boom of de dode takken eraf dreigen te vallen, kun je die er altijd nog af zagen waarna een dode boomstam nog jaren tot tientallen jaren een karakteristiek stuk straatmeubilair kan zijn die veel leven kan bieden aan de omgeving. Aan de functie die zieke of dode bomen hebben op de natuurlijke omgeving wordt op dit moment in het groenbeheer geen enkele zorg besteed.
2.3.3 Opheffen beukenwal StuitgebiedGoedbedoelde projecten kunnen soms jammerlijk mislukken. Een heel mooi voorbeeld daarvan is te vinden in de zuidelijke berm van de N314 tussen de wijk Leesten en het Stuitgebied. Over een lengte van ongeveer 3,5 kilometer zijn daar jonge beuken aangeplant om ter zijner tijd een mooie brede beukenhaag te vormen. Ze staan daar drie rijen dik en de afstand tussen de beukjes is ongeveer vier meter. Totaal zijn daar naar schatting 2500 beuken geplant. Bij zo’n grote afname krijg je vast wel korting, maar de kosten van aanplant en onderhoud moeten in de vele tienduizenden euro’s hebben gelopen. Het oppervlak van het gebied waarin de boompjes staan bedraagt naar schatting vijf hectare. Dit hele gebied wordt jaarlijks gemaaid en daar gaat het helemaal fout. Beuken kunnen groeien op heel droge bodems zoals op de Veluwe en ook op heel natte kleibodems zoals in Amelisweerd in Utrecht. Op de Veluwe wortelen de bomen heel diep op zoek naar water en in Amelisweerd, waar de bomen op de natte klei van de Kromme Rijn staan, wortelen ze heel ondiep. Langs de N314 is het ook nat en ook daar wortelen de beuken ondiep. De beuken zouden het best goed kunnen doen als ze maar met rust werden gelaten. Om overwoekering door elzen te voorkomen wordt het hele gebied jaarlijks met grote trekkers gemaaid. Als gevolg van de natte bodem zakken de zware trekkers daarin diep weg, waarbij de ondiepe wortels van de beuken geplet worden en vervolgens wegrotten. En ieder jaar opnieuw wordt er gemaaid in het broedseizoen. Vegetaties worden vernield, insecten, vogels en zoogdieren worden om zeep geholpen en de ondiepe wortels van de beuken worden, ieder jaar opnieuw, tot vezels geplet. Logisch dat er ondertussen al flinke gaten zijn geslagen in de aanplant en als er maar lang genoeg mee doorgegaan wordt zal amper een beuk dit overleven. Een goedkope oplossing voor het ecologische en financiële probleem ligt voor de hand door met ingang van 2009 de hele strook vanaf Den Elterweg tot aan de Vordenseweg niet meer te maaien en alle bomen die daar opkomen gewoon te laten groeien. Daarmee wordt in ieder geval een groter aantal beuken gered en samen met de elzen die daar opkomen zullen ze de komende jaren een hele mooie boomwal kunnen gaan vormen. Kostenpost van het onderhoud van dit alles is dan 0,0 euro per strekkende kilometer in plaats van de duizenden euro’s per jaar wat het nu kost, direct en indirect. Vegetatie, vogels, zoogdieren en insectenfauna zouden er ook bij gebaat zijn wanneer gestopt zou worden met maaien en het platdrukken van de bodem. Wanneer deze bomenwal een fikse hoogte heeft bereikt, zal het ook onderdak kunnen bieden aan een schitterende roekenkolonie van honderden broedparen. Voor Roeken is zo’n bomenstrook ideaal. Illegale afschot door jagers is moeilijk langs een snelweg, maar mocht het toch gebeuren, dan kun je snel de woonwijk invluchten. Door de stadsverlichting heb je als roek ook ‘s nachts goed zicht op wat er beneden gebeurt en foerageergebieden in het Stuitgebied zijn er voldoende. Daarnaast zijn de uiterwaarden van de IJssel ook niet ver weg. Dus misschien wordt het dan uiteindelijk toch nog wel wat.
|
2.3.4 Kapvergunningen
Kapvergunningen zijn al jaren een doorn in het oog van zowel gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de afgifte, als voor degene die de kapvergunning wel/niet krijgen en van omwonenden of natuur/milieuorganisaties die de afgifte van kapvergunningen proberen te voorkomen. Deze steeds weer terugkomende conflicten hebben alles te maken met verschil in uitgangspunten. Zoals misschien in de bovenstaande paragrafen al duidelijk is geworden, is een boom meer dan alleen straatmeubilair. Een boom is een belangrijk onderdeel van het ecosysteem, het klimaat en de woonomgeving. Wanneer 70 jaar lang, 15 euro per jaar is geïnvesteerd in een boom, dan is het kapitaalvernietiging om zo’n boom om te halen. Een iets ander gezichtspunt voor mensen die bomen blijvend als straatmeubilair
willen blijven zien of misschien gewoon niet anders kunnen, heb ik het
volgende voorstel. Onderhoud van gelijksoortig straatmeubilair is relatief
makkelijk uit te voeren maar het maakt de omgeving saai en eentonig. Dit
is op te lossen door verspreid door straten en lanen verschillend straatmeubilair
te plaatsen, zoals ook overal verschillende kunstwerken op verschillende
pleinen staan. Dit kan door verschillende soorten bomen te aan te planten,
maar het kan ook door bomen de ruimte te geven krom te groeien, bomen eens
niet jaarlijks te ontdoen van lage en/of kromme takken. Een boom waar de
kop uit is gewaaid wordt later, wanneer meerdere takken een vervangende
kroon gaan vormen, een prachtig karakteristiek natuurlijk kunstwerk. Een
holle en half dode boom van dertig meter hoog, vol broedende kauwen en
fel gekleurde schitterende koraalzwammen, waarin ook tientallen vleermuizen
huizen en waar roeken op de uitstekende dode takken met de staart breeduit
zitten te roepen, is toch een heel veel mooier stukje straatmeubilair dan
een kale sprieterige paardekastanje van vier meter hoog, vastgesnoerd aan
drie boompalen. Een stevige boom is onvervangbaar straatmeubilair!
|
|
Wat er in het groenbeleid aangepast zou moeten worden is ten eerste
dat er veel zuiniger met het bomenbestand zou moeten worden omgegaan. Het
kappen van bomen zou alleen in de alleruiterste noodzaak moeten gebeuren.
Iets anders is dat het voor omwonende vaak volstrekt onduidelijk dat er een kapvergunning voor een boom is aangevraagd of afgegeven. Je moet de krant napluizen of almaar op zoek gaan naar gele stippen op boomstammen om te kunnen zien dat de toekomst van zo’n boom ten einde loopt. Dringend voorstel is om bij iedere boom waarvoor een aanvraag voor een kapvergunning loopt, bij de boom, een goed zichtbaar bord te plaatsen waarop staat dat er een kapvergunning is aangevraagd en waar je moet wezen om de aanvraag te voorkomen. Vergelijkbaar met het type borden wat aan een huis bevestigd wordt wanneer zo’n huis te koop wordt aangeboden. Daarnaast is het in het overzicht van aanvragen van kapvergunningen
in de krant en op www.zutphen.nl vaak volstrekt onduidelijk is wáár
het eigenlijk om gaat, waar staat die boom! Een goede optie zou zijn wanneer
er op de internetpagina van de gemeente, links worden aangemaakt met behulp
van Google-earth waarop iedere bezoeker kan klikken om zo precies de locatie
van de boom te kunnen zien.
Voorbeeld: Door onderstaande link in de internetbrowser in te voeren,
wordt je met behulp van Google-earth direct naar de plaats geloodst waar
deze meer dan twee meter dikke walnotenboom zich bevindt.
http://www.vwg-zutphen.nl/google/walnoot_zwanevlot.kmz
|
2.3.5 PlantverbandenBomen zijn herkenbare punten in het landschap. Het stedelijk gebied is ook een landschap waarin bomen dezelfde functie zouden kunnen vervullen. Helaas doen ze dat vaak niet. Bomen langs wegen en in parken staan vaak in slagorde. In één lange serie staan ze daar op een rij. Allemaal precies even ver van de stoeprand, precies even ver tot op 10 cm nauwkeurig van elkaar af, allemaal dezelfde soorten met iedere boom een even groot stukje kale grond aan de voet in het strakke gazon. De stammen zijn allemaal even recht en even dik en hebben allemaal dezelfde structuur. Ieder takje wat aan de onderste vier meter van de stam begint te groeien wordt er in de herfst zorgvuldig weer afgeknipt. Iedere tak die wat lager hangt dan de laagste takken van de buurboom wordt eraf gezaagd, evenals de dode takken en eventuele wortelopslag. Om een boom recht omhoog te laten groeien wordt deze vastgesnoerd met rubber aan een of meerdere boompalen. Op deze manier worden bomen in heel Nederland aangeplant en onderhouden in zowel het stedelijk gebied als in het buitengebied, waardoor we nu opgescheept zitten met duizenden kilometers armetierige bomenrijen. Deze manier van aanplant had zin in het verleden toen bomen voor mensen heel andere functies vervulden. Bomen werden geplant om later te gebruiken in de huizenbouw. Takken werden gezaagd voor ovens of voor vlechtwerk of oeverbeschoeiing wat ons de rijen knotwilgen heeft opgeleverd. In het recente verleden stond Nederland ook vol met hoogstamboomgaarden voor de fruitteelt. Deze vormen van aanplant waren zinnig want je moest woekeren met de ruimte en als je huis het begaf had je nieuwe balken nodig voor het dak. De kachel moest gestookt met hout uit de omgeving en het vee kon grazen ín de boomgaard, onder de fruitbomen. Er zijn een heleboel functies die bomen in het stedelijk gebied vervullen.
Om er een paar te noemen; een boom is mooi, een boom levert zuurstof, dempt
de wind en verkeerslawaai, is een leefgebied en voedsel voor insecten en
vogels, is belangrijk voor het afvangen van fijnstof in de stad en kan
een visuele afscheiding vormen tussen woonwijken, sportvelden en recreatiegebieden.
Bomen zorgen voor schaduw en laten iedereen jaarlijks weten dat het weer
herfst is. Je kan je fiets ertegenaan zetten en je kan er schuilen voor
de regen als je op de bus staat te wachten. Maar welke functie je ook verzint,
tegenwoordig worden nog steeds op grote schaal bomen in slagorde aangeplant
en onderhouden. Het is zinloos en geldverslindend om daar mee door te gaan.
Wanneer langs een weg, gazon of sportveld bomen moeten komen, moet je
afstappen van het aanplanten van enkele meters hoog plantgoed. Het is te
duur en te eenvormig. Bomen moeten niet in slagorde geplant worden én
je moet af van het één rij / één soort-principe.
Daarvoor in de plaats zet je op ongeveer de plek waar een boom moet komen,
over een lengte van 25 meter of iets, een tien tot twintig willekeurige
kleine boompjes van een meter hoog neer, in verschillende soorten (van
elke soort bijvoorbeeld twee) zonder boompalen. Deze kleine boompjes slaan
na maximaal twee jaar goed aan en zo niet dan is dat geen probleem want
er moet later pas een keuze gemaakt worden welke boom of bomen blijven
staan. Dat is namelijk wat er in de jaren daarop moet gebeuren. Iedere
paar jaar kijk je opnieuw naar zo’n groepje jonge boompjes en bekijkt welke
er kunnen blijven en welke er weg moeten. Dit moet dan met een heel andere
blik gebeuren dan waarop nu het bomenbestand bekeken wordt. Er moet gekeken
worden naar de gezondheid van de boom, de vorm (kromme bomen zijn meestal
mooie bomen), de functie op de betreffende locatie, eventueel naar de soort
boom. Met behulp van expert judgement moet de toekomstige ontwikkeling
ingeschat worden en kun je besluiten dat het een bomengroep wordt in plaats
van één boom etcetera. Op deze manier krijg je een veel variabeler
bomenbestand waarin bomen of boomgroepen karakteristiek worden in het stedelijk
landschap. Deze vorm van boomaanplant is functioneler en goedkoper en levert
uiteindelijk een gevarieerd en een voor de specifieke locaties, een karakteristiek
bomenbestand op.
|
2.3.6 KlimplantenVeel planten hebben de neiging om een leven lang op dezelfde plek te blijven. Er zijn een paar groepen van planten die zich met behulp van wortels kunnen “verplaatsen” naar locaties waar ze onmogelijk zouden kunnen ontkiemen. Riet is daarvan een mooi voorbeeld want wanneer je riet met rust laat, kan het enkele jaren later meters uit de oevers groeien op plaatsen waar het zaad van riet nooit had kunnen ontkiemen. Een ander voorbeeld zijn bijvoorbeeld Canadese populieren die soms om op kurkdroge hellingen in de duinen groeien. Door met de takken steeds weer naar de grond te groeien, opnieuw wortels te vormen en weer nieuwe takken te vormen die weer naar beneden groeien, kan zo’n boom uiteindelijk zelfs de duintop bereiken. Dit is een plek waar een populier nooit zou kunnen ontkiemen en uitgroeien tot een boom. De derde groep die niet op zijn plek blijft zijn klimplanten. Heel mooie voorbeelden daarvan zijn onder andere klimop en wilde wingerd. Klimop is veel te vinden in Zutphen terwijl wilde wingerd als gevolg van klimaatverandering aan een grote opmars naar het noorden bezig is.
Klimop is in staat om tot boven in de bomen te groeien en de hele stam en een groot deel van de takken te bedekken. De plant behoudt het jaarrond zijn bladeren en kan een dikke vegetatie vormen op muren en bomen. Vanwege de ruige structuur, is het een ideale vegetatie voor broedvogels om nesten in te bouwen, of om er te schuilen tegen de kou en regen in donkere nachten en het biedt voedsel in de vorm van bessen en insecten die in de dikke vegetatie te vinden zijn. Helaas wordt klimop vaak na enkele jaren weer bij de grond afgezaagd. Afgelopen najaar nog is op het landgoed Huize de Voorst, door het Gelders landschap, bij tientallen bomen de klimop eraf gezaagd terwijl dat dé plek is voor duiven, vinken, boomkruipers en staartmezen om veilig te broeden. De reden die voor het verwijderen van klimop wordt opgegeven is dat de boom door de klimop zou afsterven. Ikzelf moet de eerste boom nog tegen komen die daaraan ten gronde is gegaan, maar ik zal wel niet goed opletten denk ik dan. Het laten staan van klimop waar die hoog de bomen ingroeit, is van belang voor de biodiversiteit voor wat betreft insecten, vogels en mogelijk ook zoogdieren. Muizen zijn vaak goede klimmers en kunnen op die manier hoog in de boom komen. Het is van belang om klimop die in bomen groeit zoveel als maar mogelijk te ontzien. Het aanplanten van klimplanten aan de voet van kale bomenrijen kan de monotone structuur breken en de biodiversiteit en biomassa goed doen. Wanneer rijen loofbomen een visuele barrière moeten vormen tussen twee eenheden, dan kan aanplant van klimop die hoog en breed door de bomen groeit een oplossing zijn. De wilde wingerd is in Zutphen zeker nog niet algemeen, maar dat zit er wel aan te komen. Deze plant kan ook tot bovenin de bomen groeien en hele struwelen bedekken. In het najaar verliest die wel zijn bladeren, maar voordat die ze verliest geeft het geheel wel een prachtige herfstaanblik door de fel rood-geel-groene bladeren. Een prachtige plant dus ook. Wie wil zien hoe een wilde wingerd vegetatie eruit kan zien moet vlak voor je met de trein Arnhem binnenkomt even aan de oostkant van het spoor kijken. De plant bedekt daar grote delen van de vegetatie langs het spoor en groeit er door de takken van de bomen heen. Behalve de mogelijkheid die klimplanten hebben om de boom in te groeien, kunnen klimplanten ook ingezet worden bij gebouwen om kale wanden mee te bedekken. Het is in ieder geval veel goedkoper dan het plaatsen van vegetatiewanden en het heeft vrijwel hetzelfde effect. Een gecombineerde aanplant van verschillenden soorten klimplanten als klimop, wilde wingerd, blauwe regen, bruidssluier, hop en kamperfoelie tegen de grote kale metalen wanden, kan een bedrijventerrein een heel ander aangezicht geven. Het biedt ook buffering van het klimaat zowel binnen het gebouw, door het tegenhouden van kou en zon, als buiten. Het houdt het de wand relatief droog en vangt fijnstof op. Verder biedt het mogelijkheden voor dieren om daar te broeden, te foerageren en te slapen. Het is ook een heel mooie plant om graffiti mee te camoufleren en tegen te gaan. Je spuitbus legen op een wilde wingerd is immers weinig zinvol en een vegetatie van klimplanten is veel goedkoper en effectiever dan twee keer paar jaar de graffiti te verwijderen. Meer over vegetatiewanden: http://www.tuinenlandschap.nl/library/download/869/Vegetatiewanden.pdf
|
De klimopkunstboomRecent is de bodem van de Berkel uitgebaggerd. De kop van het apparaat
waarmee het slib van de bodem werd losgemaakt en weggezogen, zat om de
haverklap vol met steeds weer opnieuw kubieke meters plastic die daar op
de bodem van de Berkel had gelegen. De hoeveelheid plastic die van de bodem
afkwam was echt schokkend om te zien. De vuilnisbelt op De Mars wordt afgegraven
en zover ik kan zien wordt daar nu het afval gescheiden. De bergen plastic
die daar uitkomen zijn enorm. Vanaf 1 januari wordt in Zutphen uit het
huishoudelijk afval het plastic apart ingezameld en tot mijn verbazing
bestaat meer dan 90% van mijn grijze kliko-afval uit plastic. Zoveel plastic
uit verschillende bronnen waarvan je je afvraagt “waar moet je ermee naartoe?”.
Wanneer je een boom wilt planten in bijvoorbeeld een winkelstraat of
op een parkeerplaats, en je wilt niet dat de straat wordt opgedrukt, kun
je gebruik maken van kunst, plastic en klimplanten. Laat een kunstenaar
van het afvalplastic grote vormen maken die met “hout”-verbindingen en
dikke schroeven aan elkaar gezet kunnen worden tot een ruimtelijk object.
De eigenschappen van bomen zouden daarin verwerkt kunnen worden zoals holtes,
plekken waarin regenwater blijft staan en vormen waarop kleine planten
kunnen groeien of waar vogels nesten in of op kunnen bouwen. De vorm en
grootte kun je laten afhangen van de plaats waar het object komt te staan.
Veranker het object stevig in de bodem zodat er geen gevaar is voor vallende
onderdelen. Zet daar tegenaan één of meerdere soorten klimplanten
en wacht rustig af. Na enkele jaren zal het hele object dicht begroeid
raken in de vorm die de kunstenaar eraan gegeven heeft. Zo krijg je groen
als straatmeubilair in de winkelstraat, zonder dat het groter wordt, zonder
afvallende takken en zonder opgedrukte keien door boomwortels. De hoeveelheid
onderhoud aan die objecten is minimaal en wanneer het object moet worden
weggehaald of verplaatst, heb je er geen kapvergunning voor nodig. Het
zou er ook kunstzinnig uit kunnen zien wanneer bij elke ingang van een
bedrijf op De Mars en de Revelhorst, in samenspraak tussen kunstenaar,
bedrijf en gemeente, per locatie zo’n karakteristiek object zou komen.
Wanneer je het echt als straatmeubilair zou willen gebruiken, kun je bijvoorbeeld
langs de N314 vanaf Bronsbergen tot aan de gemeentegrens van Gorssel, over
vijf kilometer snelweg bijvoorbeeld duizend identieke plastic hoge objecten
vol klimplanten langs de weg kunnen neerzetten. Daar kun je dan meteen
de straatlantaarns inhangen wat weer aluminium en dure lantaarnpalen scheelt.
Zo kun je heel veel plastic “wegwerken”. Hiermee kun je ook jaarrond groene
objecten creëren op bijvoorbeeld rotondes: de zogenaamde klimopkunstboom
waarmee Zutphen ongetwijfeld beroemd mee zou worden. Het aantal hits van
google.nl op “klimopkunstboom” is nul....
|
![]() |
| Vorige | Inhoudsopgave | Volgende |