| Vorige | Inhoudsopgave | Volgende |
2.2 Maaien2.2.1 Maaien.................In ver vervlogen tijden werden in de hooimaand juli vegetaties gemaaid voor hooiwinning. Een vegetatie maaien voor hooiwinning, nog kledder van de ochtendmist, doe je natuurlijk niet, want dat hooi moet droog. Er werd pas gemaaid wanneer de vegetatie hoog en droog was; overdag op de zonnige dagen in juli of vaak zelfs nog later in augustus. Dit had voor de natuur als voordeel dat vliegende insecten konden wegvliegen en planten zich nog konden voortplanten door middel van zaad. Van het zaad profiteerden tal van dieren als mieren, muizen en patrijzen. Veel dieren konden wegkomen en gedurende de warmte van de dag nieuwe schuilplaatsen opzoeken. Vogels profiteerden van het grote aanbod aan wegkruipende beestjes door zich eens flink vol te eten. Het hooi lag ook een tijdlang te drogen voor het werd verwijderd. Hoe anders is dat deze decennia! Echte hooipercelen met bijbehorende
fauna bestaan eigenlijk niet meer in Nederland. Ook niet in natuurgebieden.
Bij het meest uitgebreide gesubsidieerde weidevogelbeheerspakket mag je
na 23 juni al maaien. Her en der worden nog stukjes Nederland of bermen
beheerd als “hooiland” maar door de andere manier van werken kun je amper
nog over hooiland spreken. Maaiwerkzaamheden worden tegenwoordig uitgevoerd
door veelal loonwerkers en die maaien tegenwoordig bijna de klokrond, met
grote snelheid, met razende klepelmachines of cyclomaaiers en heel zware
trekkers. Maaien van gras of het oogsten van gewassen in de nacht bij fel
trekkerlicht is een heel “normaal” verschijnsel geworden. Het rigoureus
maaien van vegetaties zien we ook in Zutphen. Er wordt te vroeg in het
jaar gemaaid, veel insecten zijn in mei en juni nog bezig met de metamorfose
en veel planten staan nog niet of net pas in bloei. Er wordt onafhankelijk
van het type weer, veel te vroeg op de dag gemaaid wanneer het gras nog
nat is en libellen en vlinders nog in de grashalmen hangen en niet in staat
zijn weg te komen.
En niemand heeft mij ooit duidelijk kunnen maken wat daarvan de functie
is. De kosten van de tientallen kilometers wegbermen en greppels in Zutphen
die zinloos op wat voor manier dan ook gemaaid worden, moet enorm zijn.
Het zou heel zinvol zijn de jaarlijkse kosten per jaar van iedereen die
aan het maaien is in Zutphen; particulieren, Rijkswaterstaat, Provincie,
Gemeente, Staatsbosbeheer, op een rij te zetten. Mochten die gezamenlijke
kosten niet te achterhalen zijn, dan is een berekening op basis van het
aantal kilometers en oppervlakte ook een optie. Samenvattend is de manier
waarop in Zutphen vegetaties gemaaid worden funest voor de natuur in de
aller breedste zin van het woord. Het maaien gebeurt te vroeg in het seizoen,
te vroeg op de dag, te vaak in het jaar, te laag bij de grond en met te
zware machines.
2.2.2 Niet maaien in broedseizoenHet lijkt een ingetrapte deur maar helaas is dat niet zo. Wanneer terreinen worden gemaaid in het broedseizoen, worden nesten van broedende vogels om zeep geholpen. Het gebeurt al jaren op grote schaal in heel Nederland, agrarisch gebied of niet, inclusief in veel natuurterreinen. Het afgelopen jaar zijn ook in Zutphen, middenin het broedseizoen, weer heel veel terreinen gemaaid. Broedvogels en hun nesten zijn in Nederland bij de wet beschermd. Wanneer oevers en plantsoenen gemaaid en gekapt worden in het broedseizoen worden ook nesten en eieren vernield. Het excuus wat soms wordt aangevoerd is dat er van tevoren gekeken wordt of er broedvogels in zitten. Dit een schijnargument. Het afzoeken van een paar 100 meter rietkraag op broedvogels duurt een halve dag en dan heb je nog niet alle nesten gevonden. Zo intensief wordt niet gezocht en er is een ernstig gebrek aan kennis op dit vlak.
2.2.3 Maai een terrein nooit helemaalWanneer je in de bijlage een blik werpt op de kaart met wegen, dan geeft dit een mooi beeld van hoe het plangebied is opgedeeld in allemaal vakjes welke door wegen gescheiden zijn. Het gros van die wegen hebben stoepranden en straatputten aan de rand en alles wat klein is en niet kan vliegen en lopend van het ene vakje naar het andere vakje wil, overleefd dat waarschijnlijk niet. Wanneer er gemaaid wordt, worden momenteel terreinen meteen helemaal, maar dan ook echt helemaal gemaaid en tot in de hoekjes leeg geveegd. Op die manier breng je een ecosysteem of biotooptype (hoe klein ook) terug naar af. Alle vegetatie wordt verwijderd en van de bovengrondse insecten blijft hooguit enkele procenten leven. Sommige soorten zullen na het maaien helemaal verdwenen zijn en moeten het gebied opnieuw koloniseren wat soms jaren kan duren of gewoon helemaal niet meer gebeurt. Mocht het om dringende redenen nodig zijn een gebied ergens in het jaar te maaien, dan is het verspreid laten staan van een flink deel, bijvoorbeeld enkele tientallen procenten of meer van het oppervlak, erg belangrijk. Zo worden soorten welke zich moeilijk over afstanden verplaatsen niet meteen uitgeroeid op die locatie. Maaien is al een enorme aanslag op de biomassa van de betreffende plek, maar wanneer de biodiversiteit ontzien kan worden is het zeer de moeite waard daar rekening mee te houden. 2.2.4 Voedselrijke bermbodems vervangen door zandbodemsZo af en toe gaan er bermen op de schop. Iedere berm komt wel om de zoveel jaar aan de beurt. Er worden dan of nieuwe stoepranden neergelegd of het gaat om nieuwe ondergrondse bekabeling voor het een of het ander. Bermen kunnen door inspattend voedselrijk regenwater (lees wegspattend water van auto’s) in de loop van de jaren behoorlijk voedselrijk worden. Dit proces wordt versterkt wanneer het bermbeheer bestaat uit het meerdere keren per jaar klepelen daarvan. Bij Stokebrand ligt een enorme berg zand. De zandprijs is door de financiële crisis flink gekelderd dus die berg ligt er nog wel even. Misschien is het een optie om wanneer er bermen onderhanden worden genomen, de toplaag van de berm af te dekken, op te vullen of te vervangen met dit voedselarme zand. Hierdoor zal in die bermen een voedselarme situatie ontstaan, wat een traag groeiende lage vegetatie oplevert. De rand langs het asfalt hoeft dan minder gemaaid te worden. Wanneer deze bermen niet worden ingezaaid met zinloos gras ontstaan hier vanzelf een lage kruidenrijke vegetaties welke nooit of zelden een maaibeurt nodig hebben en dat is kostenbesparend. 2.2.5 Genoeg is genoeg; teveel is teveelBermen van wegen en dan vooral in het buitengebied hebben een bepaalde
breedte. Iedereen begrijpt dat het onhandig is wanneer bermvegetatie op
het asfalt komt te liggen. De witte belijning verdwijnt dan onder het groen,
de weg wordt “smaller” en uitwijkmanoeuvres worden gevaarlijk. Het maaien
tot zo’n 60 centimeter van het asfalt af is te verantwoorden, maar zo wordt
er niet gemaaid. Maaimachines hebben een enorme omvang en die omvang wordt
ten volle “benut”. Wanneer er 60 centimeter bermvegetatie weg moet, wordt
toch de volle omvang van het meer dan twee meter brede maaiapparaat gebruikt
met als gevolg dat grote oppervlakten vegetatie en heel veel dieren in
de cyclomaaier verdwijnen. Vegetaties zijn vaak na een maaibeurt tot ver
in de bermgreppels vernield. Het is te vergelijken met wanneer een schilder
bijvoorbeeld de opdracht krijgt een deurpost te verven en omwille van de
snelheid de grootste verfroller daarvoor gebruikt die hij in voorraad heeft.
Na het schilderen van de deurpost zit alles rondom de deurpost onder de
verf. Niemand zou dat accepteren van een schilder. Waarom wordt dat wel
geaccepteerd van een loonwerker op een cyclomaaier? Of ligt het soms in
de vage omschrijving van de werkzaamheden?
Uitzonderingen zijn er ook hier. De asfaltweg van Den Elterweg, vanaf
café Den Elten tot aan het gemaal bij de Baakse Beek is in de maanden
juni tot en met september een slachtveld van ongeveer twee kilometer..
2.2.6 Vegetatie rond palen en bomen laten staanEen veel voorkomende activiteit in het groenbeheer is het gebruik van de bosmaaier. Alle palen in de gemeente, verkeersborden, bomen, hekwerkjes, speelwerktuigen, paaltjes in de straat, hagen, stoplichten, masten noem maar op, alles wordt één of meerdere keren per jaar met de bosmaaier bewerkt om zo de groei van wilde planten aan de voet van het object de kop in te drukken. De enige zinvolle reden voor deze activiteit die er te bedenken is, is netheid. Dat dit gebeurt op een verkeersplein of in woonwijken valt te verdedigen. Helaas is het ook onder bomen, in plantsoenen en in het buitengebied steeds meer de gewoonte geworden om alles met de bosmaaier te bewerken. Hoe klein deze stukjes groen ook zijn, er staan vaak bijzondere planten en het zijn vaak de enige planten die in bloei komen omdat een cyclo- of gazonmaaier er niet bij kan. Je kan op die kleine plekjes ook niet met een trekker rijden, dus de bodem blijft hier redelijk intact waardoor bodeminsecten zich hier kunnen terugtrekken. De hoeveelheid insecten waar het hier om gaat is misschien niet veel, maar de aanwezigheid van de kleine plukjes groen komt de biodiversiteit wel ten goede. Een andere groep dieren die gebruik maakt van de plukjes groen onder lantaarnpalen zijn nachtvlinders. Deze worden ‘s nachts aangetrokken door het licht en blijven daar net zo lang rondjes draaien en tegen de lampen aanvliegen tot ze versuft op de grond vallen. Een kleine hoeveelheid vegetatie onder zo’n lantaarnpaal maakt dat vlinders zich daar dan veilig en onzichtbaar kunnen terugtrekken. Vegetatie aan de voet van bomen en palen kan zelfs bewust worden ingezet op plaatsen waar veel honden op drie poten gaan staan. De levensduur van lantaarnpalen waar dagelijks honden wildplassen wordt door de agressiviteit van de urine bekort. Of bomen voor- of nadeel hebben van dagelijks een liter hondenpis weet ik niet, maar gezien de zouten die daarin zitten, lijkt het me op den duur toch een aanslag op zo’n boom. Het gaat immers op jaarbasis om forse hoeveelheden. Wanneer aan de voet van bomen een flinke pol opgaande vegetatie staat, kan de negatieve invloed van de hondenpis tegen de stam beperkt blijven. In bomen leven veel insecten. Een deel van die insecten leven als larf van boombladeren. Wanneer ze zich willen verpoppen doen een aantal soorten dit in de vegetatie onder de boom of in de grond onder de boom. Wanneer daar geen plaats voor is omdat de bodem verdicht is of vegetatie ontbreekt, kan het insect zijn metamorfose niet afmaken. Een flinke pol vegetatie zou kunnen helpen. Toegespitst op het groenbeleid in Zutphen zou het zinvol zijn om duidelijk te omschrijven welke objecten waarom en wanneer met de bosmaaier behandeld moeten worden. Wanneer er enige duizenden paaltjes en hekken niet meer bewerkt hoeven te worden levert dit een forse besparing in tijd en geld op en de natuur is erbij gebaat. 2.2.7 Verbreden in plaats van uitschrapenEen veel gehoord excuus waarom greppels en sloten soms meerdere keren per
jaar gemaaid worden is dat het water door moet kunnen stromen. Greppels
en sloten worden daarom vaak tot en met de bodem echt helemaal leeg geschraapt
en dat is zeker niet overdreven. Daarmee wordt bijna alle biomassa verwijderd
en het terrein teruggebracht tot een biotoop met vrijwel alleen pionierssoorten.
De biodiversiteit wordt dan ernstig geweld aan gedaan.
Ook bij deze vorm van groen- of waterbeheer wordt geen enkele rekening gehouden met natuur. Hierboven een foto van zo maar een sloot op het bedrijventerrein De Mars. De vegetatie is vanaf de bodem tot en de met de hele omgeving kaal. Alles is verwijderd. Op de voorgrond is te zien hoe een laatste mol gelukkig alweer druk bezig is de bodem te herstellen, te draineren en zo een los zaaibed voor planten te maken evenals schuilgelegenheid voor kleine bodemdieren. Maar de hele actie van maaien en weghalen ziet er erg zinloos en troosteloos uit. Dit soort kleine stukje worden vaak meerdere keren per jaar helemaal leeg geschraapt. Door de vermenging van zwerfvuil met het maaisel, is het niet als compost te verwerken maar moet het duur als afval worden afgevoerd. Dit gebeurt jaar in, jaar uit en op teveel locaties waar dit ook anders kan. Wanneer deze sloot veel breder wordt aangelegd, en die ruimte is hier,
dan is maaien niet nodig. Het terrein hoeft alleen maar opgenomen te worden
in “zwerfvuilverwijdering” en verder hoef je hier jaren achtereen niets
te doen. Wanneer er besloten wordt om bomen en struiken niet te laten groeien
ín de greppel, is om de vijf jaar er voor een deel doorheen voldoende
(nooit alles tegelijk verwijderen). Dat kan dan, bij voorkeur zelfs, handmatig
door de bomen en struiken uit de greppel te halen en bovenop de greppelrand
te laten liggen.
Een inventarisatie van alle sloten en greppels in het plangebied waarbij de mogelijkheid van verbreding en niet maaien wordt onderzocht, zou een zinvolle actie zijn en betaalt zichzelf terug. 2.2.8 Maaien boven de grondVerspreid door Zutphen worden soms flinke oppervlakten gemaaid om uiteenlopende redenen. Dit gebeurt met de cyclomaaier welke zo is afgesteld dat planten vlak boven de bodem worden afgemaaid. Die afstelling ten opzichte van de bodem kan ook anders namelijk een flink stuk boven de bodem. In een vegetatie zit het grootste deel van alle biomassa net boven en net onder het bodemoppervlak. Wanneer de cyclomaaier zoals gewoonlijk laag is afgesteld, ga je dwars door het grootste deel van de biomassa heen waardoor alles wordt gedood. Wanneer de cyclomaaier wordt afgesteld op 30 centimeter boven de bodem zal het aantal gedode dieren drastisch afnemen. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld: nesten van weidemieren, sprinkhanen, egels, jonge hazen, nesten van op de bodem broedende vogels, kevers, muizen en hun nesten, huisjesslakken, een deel van de rupsen, alle amfibieën en noem maar op. Wanneer een terrein grootschalig gemaaid wordt, moet altijd in gedachte worden gehouden dat al deze diergroepen daar een plek hebben en daar ook een plek behoren te houden. Een cyclomaaier afgesteld op bodemhoogte is in dat geval een zinloze natuurvernieler. Tip voor wanneer gemaaid wordt in het kader van de distelverordeningen. Om verspreiding van distelzaad te voorkomen worden veel distelvelden gemaaid. Helaas, want distelvelden behoren tot de insectenrijkste biotopen in Nederland. Wanneer dit maaien op bodemhoogte plaatsvindt, worden veel dieren gedood, maar je ziet ook dat het distelzaad daarna keurig kan afrijpen in de zon, waarna het jaar daarop weer heel veel distels opkomen. Wanneer je distelvelden maait, en je doet dit op 50 centimeter hoogte, dan vallen de zaaddozen naar beneden op de grond waar ze in de schaduw van de planten en op de vochtige bodem blijven liggen. Hierdoor kunnen ze niet rijpen en zullen wegrotten waardoor het aantal distelzaden fors zal verminderen. |
| Vorige | Inhoudsopgave | Volgende |