Vorige Inhoudsopgave Volgende
 

2 Groenbeleid in zeven thema’s

Er is gestart door maar gewoon in klad de vele tientallen knelpunten en verbetersituaties in trefwoorden op te schrijven. Om het overzicht niet te verliezen zijn deze punten later verdeeld in zeven verschillende thema’s. Bij een andere indeling hadden het er ook meer of minder kunnen zijn, Sommige onderwerpen vallen in meerdere thema’s tegelijk maar deze indeling leek voor dit stuk de meest logische en overzichtelijke. De volgende thema’s komen aan de orde: groenstructuur, maaien, bomen, water, soortbeleid, bebouwing en natuur- & milieubeleid met aansluitend in hoofdstuk 3 de problematiek uitgelegd aan de hand van foto’s.

De verschillende punten onder ieder thema zijn vervolgens één voor één uitgewerkt in de vorm van een uitleg. Het aantal paragrafen is zoveel mogelijk beperkt gehouden door soms meerdere punten per paragraaf te bespreken. Het geheel geeft een beeld van de richting waarin gedacht zou moeten worden wanneer natuur en milieu in het spel zijn. De volgorde hierbij is willekeurig en niet een volgorde van belangrijkheid of prioriteit. Om een beter inzicht te krijgen in de problematiek is iedere uitleg zoveel mogelijk gekoppeld aan een lokaal voorbeeld. Dit zijn willekeurige voorbeelden van situaties waarvan er vaak meerdere aan te wijzen zijn. Bij elkaar is het een scala aan onderwerpen geworden, maar zoals in de vergadering van de klankbordgroep al werd vastgesteld, zou de problematiek breder moeten worden gezien dan alleen “groen”.
De ondersteunende foto’s zijn vrijwel allemaal genomen binnen de begrenzing van het plangebied, een enkeling daarbuiten.


April 2006. Oeverzwaluwwand bij Bronsbergen

2.1 Groenstructuur

2.1.1 Adoptiegroen

Googlen naar “adoptiegroen” levert meer dan 100 hits op van allerlei gemeenten in Nederland waarin het onderhoud van gemeentelijke groenstroken door lokale bewoners of bewonersgroepen plaatsvindt zoals daar zijn Zoetermeer, Waalwijk, Hoorn, Raalte, Maarssen, Beijerland etcetera.

  • Voordelen van adoptiegroen zijn o.a.
  • De variatie in stedelijk “groen” neemt toe
  • Er is meer zorg en betrokkenheid van bewoners met hun eigen leefomgeving
  • Educatief belangrijk voor o.a. jeugd, ouders en school, want iedereen kan mee meehelpen in tuintjes in hun eigen wijk
  • Kostenbesparend voor de gemeente want het onderhoud vervalt
  • Beter onderhoud want de inzet van zware landbouwwerktuigen, die veel vernielen, is daar dan niet meer nodig.
  • Minder afval in de plantsoenen.
Voorbeeld van één klein groenstrookje in Zutphen:

“Naast mijn huis is een groenstrook van 30 meter lang en 2,5 meter breed (75 m2). Zes jaar terug bestond dit uit struiken met daaronder veel zwerfafval en heel veel hondenstront. Niet fris, want de drollenwalm was altijd te ruiken in de achtertuin, vooral met warm weer. Er lag teveel zwerfafval en stront om dat als nieuwe bewoner op te gaan rapen en bij te houden. Na een telefoontje aan de gemeente of zij dat een keer wilde opruimen zodat ik later het afval zelf wel zou bijhouden en de hondenbezitters zou aanspreken, kwam de gemeente met de kettingzaag. Alles werd tot de grond afgezaagd waarna takken en afval bijeen gebulldozerd werden in één berg. Deze hoop werd afgevoerd en daar bleef het bij. Daarna heeft een langdurige strijd plaats gevonden met hondenbezitters om de huisdieren ergens anders te laten kakken terwijl ikzelf wekelijks al het zwerfafval verwijderde. Kort daarop kwam daar een mooie vegetatie van brandnetel, hop en bramen spontaan op. Rupsen aten zich rond aan de brandnetels. Mollen, muizen en egels hadden er een onderkomen. Door de brandnetels en bramen was er geen last meer van honden en het zwerfvuil werd regelmatig verwijderd. Sinds twee jaar echter is de strook weer in “beheer” genomen door de gemeente. Regelmatig raggen ze er van voor naar achter overheen met de grasmaaier waarbij alle vegetatie, hondendrollen en afval gehakseld achterblijven. Nooit meer bloeiende planten, geen vegetatie, geen rupsen, insecten of egels. Slechts opnieuw weer de eeuwige discussies met hondenbezitters over oude en verse hondendrollen.” Reden om daar eens wat nader naar de drie verschillende beheersmethoden van deze 75 m2 groenstrook te kijken.

Onderhoud van struweel is van de drie onderhoudsmethode’s de duurste vorm van beheer en leverde hier in dit geval toch een stinkende afval-ellende op onder een monotone struikvegetatie.

Niets doen aan beheer gaf met mooie vegetatie van bloeiende planten, brandnetels, hop en braamstruweel en geen hondendrollen meer en kostte 0,0 euro per jaar. Enige zorg, een soort van adoptie, voor het terrein om het zwerfvuil te verwijderen en hondenpoepers aan te spreken was daarbij wel noodzakelijk.

Huidige maaibeleid (type gazon) kost weer geld en levert een maandelijkse vernietiging op van alle vegetatie, insecten en zoogdieren waarbij het zwerfvuil verhakseld wordt en niet meer op te rapen is. De honden zijn terug en het begint er weer naar stront te ruiken. Tel uit je winst.

2.1.2 Tijdelijke natuurreservaten

Altijd en overal zijn binnen een gemeente terreinen, groot of klein waarop de bestemming niet duidelijk is omdat eerder gebruik niet meer van toepassing is. Veelal valt dit onder de categorie braakliggende terreinen. De ene keer gebeurt er weken niets op zo’n terrein, andere keren kan het jaren duren en in plaats van dat deze type terreinen opgewaardeerd worden, vervallen ze al snel tot openbare stortplaatsen en crossterreinen.
Deze terreinen zouden voor de periode “zolang het duurt” het label “gemeentelijk natuurterrein” kunnen dragen. Het enige wat de gemeente op die locaties zou moeten, doen is een verbod uitvaardigen op crossen en loslopende honden. Verder is het ontoegankelijk maken voor auto’s (met aanhangers) van belang zodat afbraakkeukens en tegelvloertjes daar niet illegaal gestort worden en het terrein zou opgenomen moeten worden in het schema van zwerfvuilverwijdering. Op deze manier kunnen er altijd, verspreid door de gemeente, prachtige en onverwachte natuurrijke terreintjes zijn. Goed voor de natuur, goed voor leefbaarheid en het voorkomt achteraf een hoop kosten door al het illegaal gestorte afval wat zich daar langzaam maar zeker ophoopt.

Voorbeeld van één klein natuurgebied in Zutphen: 
Op De Mars tussen de Pollaan en het spoor ligt zo’n prachtig stukje natuur. Vervoer van materialen naar industriegebieden heeft decennia lang plaatsgevonden via het spoor. Tegenwoordig gebeurt dat met containers op vrachtwagens. De spoorlijnen in De Mars zijn grotendeels allemaal verwijderd en zo ook daar. Wat is achtergebleven is een heel breed grindbed waarop vroeger de bielzen en sporen lagen. Het terrein heeft een oppervlak van bijna drie hectare en is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een prachtig natuurterrein met veel bijzondere planten en vlinders.


25 juli 2007. Voormalig spooremplacement tussen de Pollaan en het spoor (het gestorte afval en dcrossbaan staan niet op de foto's)

Tip voor beheer braakliggende terreinen in de gemeente:

  • Maak een overzicht van alle braakliggende terreinen
  • Verwijder daar het afval
  • Maak het ontoegankelijk voor auto’s om afval te kunnen storten (uiteindelijk kostenbesparend)
  • Timmer een “natuurreservaat”-bordje tegen een paal
  • Zoek uit of er niet een subsidiepotje is voor dit type natuurterreinen dan kan het zelfs geld opleveren

2.1.3 Gronddepots

Iedere gemeente heeft altijd wel enige gronddepots. Binnen het plangebied is een gronddepot aanwezig meteen ten oosten van de vuilnisbelt op De Mars. Hierin begonnen in het voorjaar van 2008 een aantal oeverzwaluwen te broeden, maar door de verdergaande afgraafwerkzaamheden is dit allemaal niet veel geworden. Slechts 100 meter ten zuiden van het plangebied, ligt de grootste berg grond. In deze zandberg bij Stokebrand heeft in 2008 een groot aantal oeverzwaluwen gebroed. Verder is er al twee jaar achtereen een kolonie op de hoek van de Berkel - Afleidingskanaal, 75 meter buiten de gemeentegrenzen, in een gronddepot van het Waterschap. In 2007 was er een tevens oeverzwaluwkolonie in Leesten.

Net als in H 2.1.2 al is besproken, zouden gronddepots tijdelijk kunnen worden ingezet als natuurterreintje om zo de natuur te versterken en dan met name gefocust op de oeverzwaluwen. Oeverzwaluwen broeden van oorsprong in stijlwanden langs rivieren. Dit biotooptype bestaat niet meer langs de IJssel. Oeverzwaluwen zijn daardoor aangewezen op kunstmatig oeverzwaluwwanden zoals er één is in Bronsbergen, maar ze hebben een duidelijke voorkeur voor “natuurlijke” bergen grond. 

Door in maart te inventariseren waar de gronddepots binnen de gemeente zijn, kan met de eigenaren overlegd worden of het betreffende depot dat broedseizoen geschikt gemaakt kan worden voor oeverzwaluwen. Het is een kwestie van een steilwand graven en enkele maanden van bescherming bieden om zo tientallen broedparen voor dat jaar weer geschikte broedgelegenheid en veiligheid te bieden. Kan het niet omdat bijvoorbeeld de grond in het broedseizoen nodig is voor werkzaamheden, dan is het van belang om te zorgen dat het gronddepot in het voorjaar géén steilwanden heeft. Op die manier kun je voorkomen dat oeverzwaluwnesten worden afgegraven en dat werkzaamheden stilgelegd moeten worden omdat er onverwachts zwaluwen broeden. Het afgraven van grond waarin oeverzwaluwen broeden is namelijk verboden en stilleggen van het werk of een boete voor het vernielen van een kolonie kan de eigenaar soms flink geld kosten.

Het jaarlijks inventariseren van gronddepots en het tijdelijk gebruiken van gronddepots voor oeverzwaluw-kolonies binnen de gemeente, is goedkoper dan betonnen kunstwanden bouwen. Gronddepots vragen ook geen onderhoud. Samenwerking tussen gemeente, eigenaren van depots en vogelaars in de regio is hierbij van belang en in ieders voordeel. Die oeverzwaluwen komen dan vanzelf.


Oeverzwaluwkolonies in gronddepots van links naar rechts: Zanddepot Stokebrandsweerd; gronddepot op De Mars; gronddepot van het waterschap hoek Berkel - Afleidingskanaal

2.1.4 Functioneel groengebruik

Wanneer je let op interacties tussen mensen en bomen, blijkt dat beperkt. De meeste bomen worden alleen benaderd door mensen met een zaag of snoeischaar. Daarna zijn het kinderen die frequent bomen bezoeken. Ze proberen erin te klimmen, maar aangezien de onderste takken meestal afgezaagd zijn, lukt dat niet of heel slecht. Bovenin de knotwilgen in het Zwanevlot zie je wel regelmatig kinderen die daar verstoppertje spelen, hutten bouwen of de hele droge binnenkant van zo’n wilg afbranden. Dat is geen enkel probleem, integendeel, het gebeurt veel te weinig. Kinderen moeten leren wat een boom is en wat een boom kan en wat daar allemaal in te vinden is. Daarvoor is het belangrijk dat ze toegang hebben tot bomen en is het van belang om niet overal de onderste taken af te zagen. Verder wordt in het najaar veel naar kastanjes, eikels en beukennootjes gezocht. Walnootbomen, hazelaars en tamme kastanjes zijn door de vruchten ook erg geliefd, evenals hulstbomen voor de takken rond de kerstdagen. Verder worden er in het voorjaar altijd bloeitakken van onder andere wilgen geknipt om thuis in een vaas te zetten. En zo zijn er meer voorbeelden van boomgebruik te verzinnen. Hetzelfde geld voor het plukken van bloemen en het uitgraven van wilde planten voor in de eigen tuin of voor in de tuinvijver.

Misschien is het een idee om bij de kinderboerderijen en op enkele andere locaties in Zutphen, terreinen zo in te richten, dat daar van alles te “oogsten” valt voor allerlei doeleinden. Hierboven staan er al enkele vermeld, maar verder kun je denken aan het neergooien van stukken gevallen hout en boomstronken voor in de kerststal of voortuin die gratis mogen worden meegenomen, het aanplanten van fruitbomen, walnoten en tamme kastanjes en het laten uitgroeien van struwelen bramen en frambozen. Het op speelterreinen neergooien van takken en hout waarmee hutten gebouwd kunnen worden en waar kinderen “leren” fikkie te steken is ook leuk. Het is er nu te weinig en daar is “vraag” naar. Meer dan zo op het eerste gezicht lijkt. Bij Staatsbosbeheer en andere terreinbeherende instanties noemen ze dat type terrein “Speelbos”. Je kan er als kind of ouder heerlijk te keer gaan.


Regels voor gebruik van het speelbos in het Noord-Hollands Duinreservaat

2.1.5 Plantsoen

Het onderhoud van plantsoenen gebeurt meestal vrij ingrijpend. Dit alles is een logisch gevolg van het uitgangspunt dat groenvoorziening onderdeel is van het straatmeubilair. Wanneer de bank versleten is gooi je hem weg en koop je een nieuwe. Met veel groen is dat al niet anders. Een “versleten” plantsoen wordt eruit getrokken en er wordt een nieuwe ingeplant. Zo’n plantsoen met struiken wordt eenvormig aangeplant met één soort struik, met een vaste in de boeken omschreven plantafstand in een strak omlijnd plantbed. Wanneer het nieuwe inplanten uiteindelijk klaar is ligt daar een stukje aarde met slechts één soort struik. De bodem is van tevoren dusdanig bewerkt dat daar vrijwel geen leven meer in zit. Alle andere planten, wortels, insecten, bodemleven en bodemstructuur is eruit gefreesd. Daarna wordt om de zoveel tijd het zwerfafval en spontaan opgekomen vegetatie verwijderd en het hele plantsoen wordt gesnoeid.

Zo’n soort eenvormige aanplant is onnatuurlijk maar het streven van de natuur in variatie in structuur, variatie in soorten en aantallen kan niet worden tegengehouden. Op het moment dat de plantsoenendienst de spullen aan het inpakken is, begint de natuur direct met herstelwerkzaamheden. Het gevolg is dat de ene struik snel groeit, een andere wordt opgegeten en een derde sterft gewoon af of wordt overwoekerd door wilde planten. Langzaam maar zeker wordt de bodem door het leven weer losgewerkt en neemt het aantal planten en diersoorten weer toe. Er ontstaat steeds meer variatie. Regelmatig wordt door het onderhoud geprobeerd alles weer in de vorm te krijgen van hoe het eruit zag toen het werd aangeplant. Er wordt geschoffeld, geharkt en gesnoeid en het wordt almaar moeilijker en zwaarder om het perk te fatsoeneren. Dat is het moment eigenlijk dat er weer enige natuurlijke rijkdom is teruggekomen. Het heeft meer dan tien jaar geduurd voordat het bodemleven zich had hersteld maar eindelijk leven er weer muizen, het kleefkruid pakt de struiken in, er staan distels in bloei waarop vlinders zitten en de putters vreten de zaden ervan op. Tussen de struiken heeft zich genoeg dode vegetatie opgehoopt voor egels om er te kunnen overwinteren. Er broeden weer merels en heggenmussen in het plantsoen en daar waar de grond kaal is nemen de huismussen een stofbad.

Tijd voor het groenbeheer om het meubilair te vervangen. De hele vegetatie wordt eruit getrokken en afgevoerd. Met de grondfrees wordt de hele bodem weer open getrokken en het hele natuurlijke herstel van meer dan tien jaar wordt in een paar uur tijd ongedaan gemaakt. Alle planten en diersoorten op deze plek worden zoveel mogelijk uitgeroeid en een busje vol jonge ziektekiemvrije gekloonde stekjes wordt opnieuw op regelmatige afstand van elkaar ingegraven en we zijn weer helemaal terug bij af.

Dat dit soort plantsoenbeheer op heel kleine stukjes in de stad of op rotondes plaatsvindt valt nog te begrijpen, maar het is nergens voor nodig om dat overal te doen. Met het uitgangspunt dat natuur belangrijk is en overal aanwezig zou moeten zijn kom je, wanneer het lijkt alsof zo’n plantsoen op z’n einde loopt, tot heel andere afwegingen. Wanneer, zoals in bovenstaand voorbeeld blijkt dat struiken dood gaan, dan staan daar blijkbaar niet de goede struiken en kun je op die kale plek van 30 bij 30 cm beter iets anders neerzetten. Er is keus genoeg en vakmanschap komt om de hoek kijken. Wordt een struik overwoekerd door kleefkruid, dan gebeurt dat maar. Kleefkruid is een erg mooi plantje en maakt gebruik van de struik om daarin te klimmen. Dat geeft helemaal niks, daar is niets mis mee, daar is kleefkruid zelfs voor “ontworpen”. Komt er spontaan een berk op dan laat je die gewoon staan, dan hoef je die niet meer aan te planten. Ontkiemen er elzen of meidoorns in het gazon, dan maai je daar omheen zodat ze tot bomen en struiken kunnen uitgroeien. Is er een kale plek in het plantsoen waar mussen een stofbad nemen dan laat je dat gewoon zo. Die mussen moeten nou eenmaal ook wel eens in bad. Is er géén plek voor huismussen om een stofbad te nemen dan knip je gewoon een paar struikjes weg. Die mussen moeten inderdaad nou eenmaal ook wel eens in bad. Het enige wat je in een fors plantsoen hoeft te doen is voorwaarden scheppen voor struik- of boomvegetatie en daarbij de tussenliggende vegetatie, de dieren en het bodemleven zoveel mogelijk ontzien. Het zwerfvuil opruimen is van belang en ook is het belangrijk dat vegetatie niet op de straat gaat liggen. Of er wat gesnoeid, verwijderd of in uitzonderlijke gevallen nog wat aangeplant moet worden, moet op de locatie bepaald worden afhankelijk van de aanwezige natuurwaarden, de tijd van het jaar en de vitaliteit en kwaliteit van de bomen, struiken en andere vegetatie. De bodem waarvan de planten afhankelijk zijn moet zoveel mogelijk ontzien worden dus nooit met een trekker eroverheen rijden en al helemaal niet frezen want dan maak je van een soortenrijke bodem een bouwput.

Dit is dus een heel andere kijk op groenbeheer dan zoals dat nu overal plaatsvindt. Het is ook goedkoper omdat nog maar zelden zwaar materieel hoeft te worden ingezet. Jonge aanplant heb je vrijwel niet meer nodig en onkruid worden opeens mooie wilde planten om te koesteren. De soortenrijkdom en het bodemleven zal toenemen en de grond wordt losser waardoor de opnamecapaciteit van regenwater door de bodem zal toenemen. Plantsoenen zullen ook heel gevarieerd worden want op zandbodems zal de vegetatie er anders uit gaan zien dan op kleibodems, op vochtige plaatsen weer anders dan op droge plaatsen en in de schaduw van een flatgebouw groeien weer heel andere planten dan aan de zonkant van een flatgebouw. Nu wordt met veel geld en met man en macht, met zwaar materiaal tegen de natuur gevochten zonder dat het iets oplevert. Tenzij je planten en dieren slechts als meubilair blijft zien.


1 aug 2007, koninginnepage in een plantsoen in Stokebrand. Als gevolg van het huidige maaibeleid is het vrijwel onmogelijk voor deze zeldzame vlindersoort om in Zutphen als pop te overwinteren.

 
Vorige Inhoudsopgave Volgende