Vogelwerkgroep Zutphen en omstreken

Januaritelling

Inleiding

Sinds 2006 wordt in het werkgebied van de Vogelwerkgroep jaarlijks een telling gehouden van de wintervogels. Welke vogelsoorten verblijven in de winter in onze omgeving? Waar zitten ze en hoeveel zijn het er eigenlijk? Om daar achter te komen proberen we in de maand januari het hele werkgebied op alle vogels te tellen.

De winter is een periode van het jaar waarin relatief veel vogels redelijk "honkvast" zijn. Januari ligt tussen de na- & voorjaarstrek in en als plotseling invallende kou uitblijft, blijven de vogels in hun winterbiotoop. Wanneer we een wintertelling in één weekend zou houden zijn we erg afhankelijk van de grillen van het weer. Een weekend met regen en mist kan een telling doen mislukken. Een telperiode van vier weken maakt dat uitgeweken kan worden naar de dagen met redelijk tot goed weer en met een handvol tellers kun je zo toch nog op meerdere dagen, al fietsend en lopend heel wat (vierkante) kilometers afwerken.

Voor deze telling is het hele werkgebied verdeeld in zeven grote deelgebieden en deze zijn weer onderverdeeld in telgebieden. De verdeling en codering van de telgebieden is te vinden op pagina Deelgebieden.

De kengetallen, een voorbeeld

In het startjaar 2006 is het meteen gelukt om met 17 tellers het hele gebied, dus alle telgebieden te doorkruisen. Dit eerste jaar is er 192 km2 geteld, verdeeld over 49 gebieden door totaal 17 mensen. De eerste twee telgebieden zijn geteld op 1 januari, de laatste twee op 31 januari. We hadden die hele maand dus wel nodig!
De totale teltijd bedroeg 146 uur en 5 minuten. In die uren hebben we over een lengte van 644 kilometer de wegen, dijken, beken, door bossen, woonwijken, akkers en weilanden afgestruind, afgefietst, gestrompeld, gekoukleumd, maar vooral geteld.
De gemiddelde snelheid daarbij bedroeg derhalve 4,4 kilometer per uur. En in die tijd zagen we (inclusief soepgans en soepeend) 90.077 vogels verdeeld over 103 soorten. Gemiddeld is dat 10 vogels per minuut en bijna 5 vogels per hectare. En wat we niet gezien en dus niet geteld hebben zit daar dus ook niet bij.

Verwerking van de gegevens

Vanwege het succes in 2006 werden de tellingen in de daarop volgende jaren nog eens dunnetjes over gedaan. De hoeveelheid materiaal begint nu echt wat te worden en er wordt serieus over een publicatie gedacht. In de tabel hieronder een overzicht van het tot nu toe verzamelde materiaal in kengetallen.

JaarAfstand in kmOppervlak in haTeltijd in minSoortenExemplaren
2006644,619216876510390077
2007379,21142352859246967
2008532,91553170759860617
2009518,115416734010058423
2010706,719216995110794952
2011664,717238856510096627
2012731,81914392209873109
2013720,719226912310283061
2014595,01603989319754717
2015599,0168101017610787164
Totaal6092,716925884431132745714
Overzicht telintensiteit en getelde soorten en aantallen

En hoe staat het met de verdere bewerking van de data? De gegevens zijn ingevoerd en te zijner tijd zal er een rapportage verschijnen over de wintervogels in Zutphen. In het jaarboek 2007 is een eerste verhaal gepubliceerd over de januaritelling van 2006 waarbij de 352 waargenomen en op de kaart gezette buizerds zijn uitgewerkt en er aan de hand van deze aantallen en telmethodiek een schatting wordt gemaakt van 450 aanwezige buizerds in het werkgebied in 2006.
In het jaarboek 2010 is met de gegevens gekeken naar het belang van het stedelijke gebied voor vogels in de winter.

Op deze manier en over de verschillende jaren is zoveel materiaal verzameld dat een overzicht van de wintervogels in en rond Zutphen goed te maken is.

Handleiding telling

Richtlijnen

  • De hele maand januari kan er geteld worden.
  • Tel alle vogels die je ziet of hoort maar:
    • Tel alléén vogels ter plaatse en geen overtrekkende vogels, dus wel een jagende sperwer, groepje cirkelende kieviten, lijsters die van het ene naar het andere bosje vliegen; maar geen slierten ganzen of wolkjes overvliegende meeuwen.
    • Noteer géén slaaptrek van meeuwen, spreeuwen, kraaien, ganzen of strak overvliegende trekvogels.
  • Werk systematisch, per dag, eerst een heel telgebied af voordat je met het volgende telgebied begint.
  • Concentreer je op de open gebieden water en bosranden; ga dus niet proberen de laatste roodborst in je telgebied te scoren, dat kost teveel tijd.
  • Een richtlijn voor de tijdsbesteding is ongeveer drie kwartier tot een uur per 100 hectare. 30 minuten voor 100 ha is echt te weinig. Beter één gebied in één keer (één dag) goed geteld dan twee gebieden maar half of één gebied in meerdere dagen.

Wat noteren op de kaart

  • Geef duidelijk op de kaart de afgelegde telroute weer (intekenen van de route)
  • Geef per soort aan hoeveel je ervan geteld hebt (dus geen schatting van hoeveel er zouden kunnen zitten).
  • Noteer de teldatum en begin- & eindtijd per gebied.
  • Intekenen op de kaart: van een beperkt aantal soorten moet de plaats waar de vogels zich bevinden ingetekend worden. Geef met een stip en een volgnummer op de kaart aan waar de vogel(s) en het aantal zich bevinden.
  • De soorten welke op de kaart ingetekend moeten worden zijn:
    • Roofvogels (en uilen)
    • Ganzen (ook de nijlgans en bergeend) en zwanen
    • Reigers en aalscholver
    • Alle fuutachtigen en zaagbekken
    • Steltlopers (dus ook kievit)
    • IJsvogel en grote gele kwikstaart
    • Groene-, zwarte- & kleine bonte specht
    • Fazanten en Patrijzen
    • Rariteiten (waterpieper, sneeuwgors, klapekster etc.)
    • Waarnemingen van eekhoorns en andere "zeldzame" zoogdieren (das, vos, marterachtigen e.d.)

Op zoek naar de roze olifant

Het is onmogelijk om in een telgebied alle aanwezige vogels te vinden. Wanneer je niet weet of je een telgebied nou wel of niet voldoende onderzocht hebt moet je je voorstellen dat ergens in jouw telgebied een roze olifant verstopt zit. Wanneer je nergens op de kaart een plek zou kunnen aanwijzen waar deze olifant verstopt zou kunnen zijn, heb je goed geteld.

Samenvatting

Voor de telling:

  • Lees voordat je op stap gaat de handleiding door zodat je weet wat de bedoeling is en neem kaartmateriaal mee

Tijdens de telling:

  • Zorg dat je het hele gebied goed hebt bekekenen sla geen grote oppervlakten over (zoek de roze olifant)
  • Tel lopend en/of op de fiets want vanuit een auto hoor en zie je niks
  • Tel het gebied in één dag en schrijf de begintijd én de eindtijd op het formulier
  • Neem er de tijd voor om het gebied goed te tellen (45 tot 60 minuten per 100 ha)
  • Gebruik àlle toegankelijke wegen
  • Maak insteken in het gebied om onoverzichtelijke stukken goed te kunnen bekijken / tellen

Eind van de telling:

  • Controleer of de teldatum en teltijden genoteerd zijn en of de lijst met soorten/aantallen volledig is
  • Controleer of àlle intekensoorten ook werkelijk op de kaart staan met aantal per lokatie
  • Controleer of de aantallen op de kaart overeenkomen met de aantallen op de kaart
  • Controleer of de route waar je geweest bent óók op de kaart staat

Succes en veel plezier

m.klemann@chello.nl