Vogelwerkgroep Zutphen en omstreken

Oeverzwaluw (Riparia riparia)

Een wand om in te broeden

In het verleden hebben er verschillende malen oeverzwaluwen gebroed in zandhopen gelegen aan de oevers van het Bronsbergermeer. Nu het hele terrein was ingericht bleef er voor deze vogels geen gelegenheid meer over om nog ergens in de nabijheid te broeden.

In april 2005 is aan de zuidwest-kant van het meer een oeverzwaluwenwand aangelegd. De wand bestaat uit zes betonelementen met in iedere stuk 18 gaten (zie plaatje). Broedgelegenheid dus voor maximaal 108 broedparen van de Oeverzwaluw.

De Vogelwerkgroep wil deze wand in de gaten houden en kijken hoe het eventuele oeverzwaluwen in en rond de wand vergaat. Dus, oeverzwaluwen gezien in of rond het Bronsbergenmeer? Geef de waarneming door, kleine moeite, leuk voor het overzicht.

Ligging van de oeverzwaluwenwand aan het Bronsbergenmeer (in rood)

Waarnemingen noteren

Wanneer waarnemingen worden gedaan is het van belang op te schrijven wat er bij de verschillende gaten gebeurd. Door de systematische opbouw is het nummeren van de nesten een goede methode van opschrijven. De nummering per nesthol werkt als volgt, zie plaatje hieronder:

  • Van links naar rechts zijn de betonplaten genummerd van 1 t/m 6
  • Van boven naar onderen zijn de rijen met gaten gecodeerd met resp. A, B & C.
  • De nestgaten zijn per betonplaat en per rij genummerd van 1 t/m 6.

Het meest linkse bezette nest (rode stip) zat daarmee in het volgende nesthol:

  • de eerste plaat (1)
  • de bovenste rij (A)
  • in het vijfde gat (5)

en krijgt daarmee de code: 1A5

Het nest daarnaast (rode stip in de tweede betonplaat) krijgt de code: 2B2

Verder waren bezet de nestholen: 3B1   3B2   4A1   4A2   4A3   5A5

Bij het doorgeven van waarnemingen of het noteren van activiteiten bij de kolonie is het handig deze codering te gebruiken omdat het dan voor iedereen duidelijk is waarover het gaat en wat er is waargenomen.

Ga je een observatie doen bij de oeverzwaluwwand, schijf dan op wat je ziet:

  • Waarnemer(s)
  • datum en tijd
  • code van het nesthol
  • soort van activiteit (invliegen, uitvliegen, ruziënd, voerend, voor nesthol rustend etc.)

Met deze gegevens kan dan een overzicht worden samengesteld van wat er zich in en rond de kolonie heeft afgespeeld en kan op basis van de waarnemingen bepaald worden hoeveel gaten daadwerkelijk bezet zijn (geweest).